Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Vrouwtjesapen dominanter in groepen met meer mannen

16 juli 2008

Vrouwtjesapen zijn dominanter als ze leven in groepen met percentueel meer mannen. Dit komt door zelf-organisatie. Deze verrassende ontdekking deden onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen. Bijzonder aan het onderzoek is dat er gebruik is gemaakt van een geavanceerd computermodel waarmee interacties tussen apen nagebootst kunnen worden. De bevindingen worden 16 juli 2008 gepubliceerd in PlosOne.

 

Bij veel diersoorten die in groepen leven bestaat er een sociale hiërarchie, een zogenaamde ‘pikorde’. Ook apen kennen een sociale hiërarchie. Bovenaan staat de meest dominante aap die bij agressieve interacties – bijten bijvoorbeeld – met groepsgenoten steeds wint. Onderaan staat de minst dominante aap – degene die bij agressieve interacties met zijn groepsgenoten steevast verliest. Elke dag moet een aap weer zijn plek in deze hiërarchie bevestigen.

Nabootsen

De positie van vrouwtjes in de hiërarchie verschilt per apensoort. Bij de meeste soorten staan de vrouwtjes onder de mannetjes. Dat is niet raar, omdat ze ook vaak veel kleiner zijn dan mannetjes. Desondanks zijn bij de lemuren uit Madagascar de vrouwtjes dominant, bij bonobo’s zijn de mannetjes en vrouwtjes ongeveer even dominant, en bij veel andere soorten (zoals de makaak en de meerkat) zijn de vrouwtjes zwak dominant. ‘Dat wil zeggen dat de meest dominante vrouwtjes ongeveer een derde van de mannetjes onder zich hebben staan,’ vertelt Charlotte Hemelrijk, theoretisch bioloog aan de Rijksuniversiteit Groningen en eerste auteur van het artikel dat ze schreef samen met dr. Jan Wantia en de Zwiterse antropoloog dr. Karin Isler. Hoe deze dominantie bij vrouwtjesapen ontstaat was echter onbekend. De Groningse onderzoekers hebben daarom een virtuele wereld gecreëerd, DomWorld, waarmee ze interacties tussen apen kunnen nabootsen.

Dominatie berekenen

Dit computermodel voorspelde, verrassend genoeg, dat vrouwtjes dominanter zijn in een groep waarin relatief veel mannetjes leven. Om te kijken of dit overeenkwam met de werkelijkheid, analyseerden de onderzoekers data over agressie uit een grote hoeveelheid onderzoeksartikelen waarin het gedrag van apen beschreven wordt. Hierdoor konden ze – voor de eerste keer- de vrouwelijke dominantie voor een groot aantal verschillende groepen en soorten apen berekenen. Uit deze analyse bleek de voorspelling van het model perfect te kloppen. Hemelrijk: ‘Het is een interessante manier van onderzoek doen. Je ontdekt iets onverwachts in de virtuele wereld, en vervolgens toets je deze ontdekking in de echte wereld.’

 

Aangeboren of zelf-organisatie?

Maar waarom zijn vrouwtjesapen dominanter in groepen met meer mannetjes? Er zijn twee concurrerende theorieën over het ontstaan van dominantie. Hemelrijk: ‘Volgens de eerste theorie is dominantie aangeboren. Een aap met goede genen is groter en zal daarom sneller winnen bij een agressieve interactie. Volgens de tweede theorie ontstaat dominantie door zelforganisatie. Door toeval wint een bepaalde aap een agressieve interactie. Daardoor krijgen ze meer zelfvertrouwen, en zullen ze ook andere agressieve interacties gaan winnen. Het is een zelfversterkend effect.’

 

Complexer dan gedacht

Als de eerste theorie zou kloppen, dan verwacht je dat in apensoorten waar het vrouwtje relatief groter is ten opzichte van het mannetje, de vrouwtjes dominanter zijn. Dit bleek niet het geval te zijn, ontdekten de onderzoekers. De tweede theorie daarentegen blijkt perfect in staat te zijn dominantie van vrouwtjes te verklaren. Vooral omdat het verband tussen het percentage mannetjes en vrouwelijke dominantie alleen wordt aangetroffen bij apensoorten die in groepen leven die gekenmerkt worden door sterk agressief gedrag. ‘Mannelijke agressie is intensiever dan vrouwelijke. In groepen met meer mannetjes worden mannetjes vaker verslagen door andere mannetjes. Hierdoor is het mogelijk voor dominante vrouwtjes om te winnen van deze verliezers. Ook zijn er ook meer interacties tussen mannetjes en vrouwtjes. Daardoor komt het ook vaker voor dat een vrouwtje toevallig wint van een mannetje. Via het zelfversterkende effect zullen deze vrouwtjes ook bij latere interacties vaker winnen en dus dominanter zijn.’

 

Menselijk gedrag

Volgens Hemelrijk werpt dit onderzoek nieuw licht op de apenwereld. ‘Er werd altijd aangenomen dat de mate van vrouwelijke dominantie over mannetjes – of vice versa - iets statisch is. Maar het blijkt allemaal veel dynamischer en complexer te zijn.’ Ook bij menselijk gedrag speelt dominantie een belangrijke rol. ‘Het zou me daarom niet verbazen als zelforganisatie ook betrokken is bij de ontwikkeling van dominantie relaties tussen de seksen bij mensen.’

Curriculum Vitae

Charlotte Hemelrijk (1955) studeerde biologie aan de Universiteit Utrecht. Na haar studie promoveerde zij daar op sociaal gedrag bij chimpansees. Vervolgens was ze van 1991 tot 2003 verbonden aan de Universiteit van Zürich. Daar deed zij onderzoek naar kunstmatige sociale systemen. In 2003 werd ze aangesteld als Rosalind Franklin Fellow aan de Rijksuniversiteit Groningen, waarna ze in 2006 is aangesteld als hoogleraar Zelforganisatie van sociale systemen.

 

Noot voor de pers

Meer informatie: prof.dr. C.K. Hemelrijk

Het artikel van Hemelrijk en haar co-auteurs, Female Dominance over Males in Primates: Self-Organisation and Sexual Dimorphism, is te downloaden vanaf: http://www.plosone.org/doi/pone.0002678
Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:26
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws