Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof. dr. Kees de Glopper: ‘Berichten over laag onderwijsniveau zijn stemmingmakerij’

13 mei 2008

De kranten staan er de laatste maanden vol mee: het onderwijsniveau zou volgens de commissie Dijsselbloem ‘zorgwekkend dalen’. Ook andere instanties luiden de noodklok, waaronder het Cito zelf. “Stemmingmakerij”, reageert Kees de Glopper, hoogleraar taalbeheersing aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Het niveau is al twintig jaar hetzelfde”.

De conclusie dat kinderen op basisscholen steeds slechter zijn in taal en rekenen, zou gebaseerd zijn op twintigjarig Cito-onderzoek. Die conclusie klopt volgens De Glopper niet. “We hebben het dan over het Periodiek Peilingonderzoek, beter bekend als PPON”, vertelt De Glopper. “Het gekke is dit: uit die cijfers blijkt dat het onderwijsniveau de afgelopen twintig jaar nauwelijks verandert. Op wat kleine verschuivingen na scoren de basisscholieren grotendeels hetzelfde. Dus hoezo, het onderwijsniveau daalt?”

Onvoldoende

Positief vindt De Glopper dat het Cito zelf ook geen daling van onderwijsniveau in de PPON cijfers ziet. Maar toch doet het instituut volgens de hoogleraar ook aan stemmingmakerij. Het Cito bestempelt het niveau van basisscholieren namelijk als onvoldoende. Volgens de Cito-norm dan. De Glopper: “Dan moet je je afvragen hoe het Cito aan die norm komt. Daar laten ze zich weinig over uit. De normen worden weliswaar vastgelegd door 25 experts, maar in eerste instantie zonder enige weet van hoe de leerlingen in het echt presteren. Dat krijgen de experts later pas te zien. Daardoor schatten ze de norm minder realistisch in.”

Standaard

Maar dat is nog niet het ergst, aldus De Glopper. De Cito-norm waarmee die onvoldoende is vastgesteld, is namelijk zeer grillig. De Glopper: “Je zou willen dat de standaarden die het Cito stelt, stabiel zijn. Dat we altijd een bepaald niveau van de basisscholieren verwachten. Gek genoeg wiebelen de standaarden heel erg veel. Het ene jaar haalt zoveel procent van de scholieren de norm, het andere jaar weer een ander percentage”. Dat is extra vreemd, meent De Glopper, aangezien de eerder genoemde PPON-metingen uitwijzen dat het niveau niet verandert. “Dus: de norm zwabbert, maar het niveau blijft gelijk. Daarom zijn die standaarden nattevingerwerk en geven ze alleen maar een onderbuikgevoel over het onderwijs weer. Dat harde oordeel, ‘het niveau is al twintig jaar te laag’, valt met die vage normen dus niet wetenschappelijk te onderbouwen.”

Shoppen

Het onderwijsniveau daalt dus niet en toch bestaat er veel zorg. De Glopper ergert zich vooral aan de manier waarop instanties zoals commissie Dijsselbloem en het Cito zogenaamd wetenschappelijke conclusies trekken, zonder die met feiten te kunnen onderbouwen. Ze adviseren de overheid tot maatregelen, maar of die kloppen, betwijfelt De Glopper. “Er wordt gewoon geshopt naar onderzoek om een of ander punt te maken. In hoeverre dat onderzoek klopt of hun punt bewijst, en of er ook andere relevante gegevens zijn, dat maakt blijkbaar niet veel uit.”

Hij noemt nog een treffend voorbeeld: “Zo heb je commissie Meijerink uit januari 2008. Deze commissie meent dat Nederlandse scholieren van 15 jaar oud het de afgelopen jaren slechter zijn gaan doen. Een conclusie die ze niet mogen trekken, omdat het zogeheten PISA-onderzoek waar ze dat op baseren, voor de periode 2003-2006 geen statistisch significante verschillen laat zien. In iedere introductiecursus statistiek leer je dat je dan niet over ‘daling’ mag spreken.”

Mammoettanker

Waarom al deze negatieve geluiden? De hoogleraar denkt dat de zorgen vooral komen door overspannen verwachtingen van onderwijsveranderingen. “Ten eerste wordt vaak gedacht dat vroeger alles veel beter was en dat de vermeende achteruitgang door onderwijsvernieuwingen zou zijn veroorzaakt. Daarnaast denkt iedereen dat ingrepen die bedoeld zijn om het algemene niveau te verhogen, al binnen een paar jaar merkbare effecten kunnen hebben. Ik denk dat je langer moet wachten; onderwijs is als een mammoettanker die je alleen heel langzaam kunt bijsturen. De resultaten laten dus wat langer op zich wachten. Ongeduldig zien de commissies geen veranderingen en ja, dan lijkt alles tegen te vallen. Plotseling ‘blijkt’ het niveau van scholieren al jaren te dalen en moet er opnieuw snel iets veranderen. En zo walsen we in dit land onderwijsvernieuwingen over elkaar heen; puur op gevoel.”

Curriculum Vitae

Kees de Glopper studeerde Nederlands en algemene taalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Hij is in zijn loopbaan onder meer betrokken bij het opzetten van de PPON-toetsingen en bij internationaal vergelijkend onderzoek. De Glopper heeft ook onderzoek gedaan naar normbepalingen in het onderwijs. In 1992 werd hij hoogleraar Onderwijskunde bij de UvA. Sinds 2001 is hij hoogleraar Taalbeheersing van het Nederlands aan de RUG.

Informatie

Prof. dr. C.M. de Glopper, tel. (050) 363 59 76, e-mail: c.m.de.glopper@rug.nl

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:11
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws