Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Terroristische aanslagen verkorten zittingsduur kabinet

28 mei 2008

Terroristische aanslagen beïnvloeden de zittingsduur van een kabinet. Dat blijkt uit onderzoek naar politieke instabiliteit door Richard Jong-A-Pin, econoom aan de Rijksuniversiteit Groningen. De invloed van terrorisme is groter dan economische variabelen als inflatie of economische groei. Met name grootschalige aanslagen ten tijde van verkiezingen vergroten de kans dat een regering niet wordt herkozen. Jong-A-Pin promoveert op 5 juni 2008 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Jong-A-Pin onderzocht de invloed van terrorisme op verkiezingsuitslagen naar aanleiding van de bloedige aanslagen die Al Qaida in maart 2004 pleegde in Madrid. Drie dagen later verloor de Partido Popular van de zittende premier Aznar de Spaanse verkiezingen. Om te zien of deze uitslag typerend was analyseerde Jong-A-Pin van honderdtwintig landen de verkiezingsuitslagen van de afgelopen veertig jaar. Uit zijn onderzoek blijkt dat de kans dat een regering naar huis wordt gestuurd normaalgesproken zestig procent bedraagt. Wordt in het verkiezingsjaar of in het jaar daarvóór echter een terroristische aanslag gepleegd, dan stijgt de kans dat de regering de verkiezingen verliest naar circa 73 procent. De kans op verlies neemt eveneens toe naarmate de aanslag gewelddadiger of grootschaliger is. De invloed van terrorisme is daarmee groter dan economische variabelen als inflatie of economische groei. “Regeringen moeten voor de verkiezingen dus alles op alles zetten om terroristische aanslagen te voorkomen”, concludeert Jong-A-Pin.

Etnisch geweld

Naast de invloed van terrorisme onderzocht Jong-A-Pin een tweede mogelijke oorzaak van politieke instabiliteit. Hij keek of democratisering en globalisering leiden tot een toename van etnisch geweld. Uit zijn onderzoek komt naar voren dat democratisering en globalisering met name van invloed zijn in Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara, waar bepaalde etnische minderheden een economisch dominante positie innemen. Voorbeelden van deze zogenaamde ‘marktdominante’ minderheden zijn de Libanese gemeenschap in West-Afrika en de welvarende blanken in landen als Zimbabwe en Zuid-Afrika. Volgens Jong-A-Pin leidt democratisering er in deze landen toe dat populistische politici een prikkel hebben om haat te zaaien tegen rijke etnische minderheden. “In autocratieën worden deze minderheden nog beschermd, maar in een democratie wordt dat veel moeilijker,” zegt de econoom. Het verband is alleen aan te wijzen voor landen in Sub-Sahara Afrika, voor de rest van de wereld vindt Jong-A-Pin geen relatie.

Kenia

De recente etnische rellen in Kenia, waar in april meerdere etnische groepen met verschillende economische machtsposities slaags raakten, zijn volgens Jong-A-Pin ook te verklaren door gelijktijdige democratisering en globalisering. “Deze laatste factor heeft gezorgd voor een grotere inkomensongelijkheid tussen de arme meerderheid en de rijke minderheid,” zegt Jong-A-Pin, “terwijl de democratisering de ruimte schept voor mobilisatie tegen de rijke etnische minderheid.”

Economische groei

Daarnaast onderzocht Jong-A-Pin de invloed van politieke instabiliteit op economische groei. Om de politieke instabiliteit van landen te kunnen meten maakte hij onderscheid tussen vier dimensies van politieke instabiliteit: politiek geweld, maatschappelijk verzet, instabiliteit binnen het politieke regime en instabiliteit van het politieke regime. Uit zijn onderzoek blijkt dat alleen instabiliteit van het politieke regime – indicatoren hiervan zijn het aantal grondswetswijzigingen, politieke crises of regerings- en leiderschapswisselingen – een remmend effect heeft op de economische groei van landen. Instabiliteit binnen het politieke regime – dat wil zeggen, electorale competitie tussen politici – stimuleert daarentegen juist economische groei. “Politieke competitie heeft een positief effect op economische groei omdat incompetente politici vervangen kunnen worden”, zegt Jong-A-Pin.

Curriculum Vitae

Richard Jong-A-Pin (Groningen, 1980) studeerde economie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is als onderzoeker en docent verbonden aan de vakgroep economie en econometrie van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de RUG. Jong-A-Pin promoveert bij prof.dr. J. de Haan op het proefschrift “Essays on political instability: measurement, causes and consequences.”

Noot voor de pers

Informatie: Richard Jong-A-Pin, tel. 050-363 4757, e-mail: r.m.jong.a.pin@rug.nl

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:27
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws

  • 23 juli 2018

    Drie jonge onderzoekers naar buitenlandse topinstituten met Rubicon-beurs

    Drie veelbelovende, pas gepromoveerde RUG-wetenschappers gaan dankzij het programma Rubicon van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) twee jaar onderzoek doen aan buitenlandse topinstituten. Het gaat om Mayra Diosa-Toro, Machteld...

  • 19 juli 2018

    Duurzame beleggers in de VS beter af bij passief beheerde fondsen

    Duurzame beleggers die opereren op beurzen in de Verenigde Staten kunnen beter beleggen in passief beheerde fondsen dan in actief beheerde fondsen. Actief beheerde duurzame fondsen presteren in de VS namelijk niet systematisch beter dan passieve fondsen...

  • 18 juli 2018

    ​Vanaf 2019 masteropleiding Mechanical Engineering

    De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) start in het collegejaar 2019-2020 met een masteropleiding Mechanical Engineering; oftewel werktuigbouwkunde. Nadat de Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs eerder dit jaar de opleiding goedkeurde, heeft de Nederlands-Vlaamse...