Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Actief burgerschap is te stimuleren

06 mei 2008

Als gevolg van de toenemende vergrijzing is de Nederlandse verzorgingsstaat nauwelijks nog financieel houdbaar. Mede hierom is het belangrijk dat de zelfredzaamheid van burgers wordt vergroot. Want wie kan rekenen op hulp van zijn of haar nabije omgeving - al gaat het om iets kleins als het buitenzetten van een vuilniszak - doet minder snel een beroep op professionele zorg. Maar kan iets als actief burgerschap wel door de overheid gestimuleerd worden? Ja, meent Margreet Frieling. ‘Natuurlijk kun je solidariteit niet opleggen. Maar door mensen op buurtniveau te laten samenwerken aan het creëren van leefbaarheid stimuleer je gevoelens van betrokkenheid en solidair gedrag.’ Frieling promoveert 15 mei 2008 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

In de nieuwe visie van de overheid op de rol van de burger neemt ‘de buurt’ een steeds belangrijker plaats in. Terecht, aldus Frieling: ‘Buurtbewoners hebben een gemeenschappelijk belang, namelijk een zo prettig mogelijke leefomgeving. Doordat bewoners van elkaar afhankelijk zijn in het tot stand brengen van een prettige leefomgeving, is er vaak een bepaalde mate van binding aanwezig. In geval van nood kloppen de meeste mensen liever aan bij iemand uit hun eigen buurt, dan bij een willekeurige vreemde. Zelfs al kennen ze deze buurtgenoot niet.’

Sociale cohesie

Om concrete handvatten te kunnen bieden voor het stimuleren van actief burgerschap, ontwikkelde Frieling een meetinstrument om de onderlinge betrokkenheid oftewel sociale cohesie in de buurt te meten. Frieling: ‘Het begrip sociale cohesie kom je vaak tegen in onderzoeken en beleidsstukken, maar het blijft een vaag begrip dat zelden duidelijk wordt gedefinieerd.’ Daarom was het van belang eerst in kaart te brengen wat hiermee nou eigenlijk bedoeld wordt. Er kwamen drie dimensies van sociale cohesie naar voren, namelijk de mate waarin bewoners samenwerken in het creëren van welzijn, de mate van onderlinge solidariteit en tot slot de gevoelens van betrokkenheid.

Leefbaarheid

Op basis van hun onderlinge betrokkenheid kunnen bewoners een belangrijke bijdrage leveren aan de leefbaarheid in de buurt. ‘Door rekening te houden met elkaar, kunnen bewoners overlast voor elkaar beperken. Door samen de straat netjes te houden, kunnen bewoners de aanblik van de buurt verbeteren.’ Als blijkt dat de onderlinge betrokkenheid tussen bewoners in een buurt laag is, dan kan dit voor lokale overheden aanleiding zijn om actie te ondernemen. Hiervoor ontwikkelde Frieling een dialoogmethode.

Dialoogmethode

‘Samenwerking tussen bewoners in het creëren van leefbaarheid komt in de praktijk moeizaam tot stand. Naarmate de verscheidenheid aan behoeften van bewoners in een buurt toeneemt, wordt samenwerken steeds moeizamer. Het creëren van leefbare buurten en wijken kunnen bewoners bovendien niet alleen. Zij zijn daarvoor ook afhankelijk van professionals en de gemeente.’ Het bevorderen van actief burgerschap in de buurt vraagt volgens Frieling dan ook om een vorm van co-productie (joint production) door bewoners, professionals en de gemeente. Zij ontwikkelde een dialoogmethode om de coproductie tussen de drie partijen te bevorderen.

Behoeften en belangen

In het dialoogproces worden de behoeften en belangen van bewoners op elkaar afgestemd. Vervolgens wordt op systematische wijze nagegaan hoe bewoners, professionals en de gemeente – elk vanuit hun eigen mogelijkheden en beperkingen - kunnen bijdragen aan het verbeteren van de leefbaarheid in de buurt. Dus niet de ‘u vraagt, wij draaien’ aanpak waarbij alleen wordt gekeken naar de wensen van de bewoners. Dit werkt volgens Frieling net zomin als mensen opzadelen met het standaardaanbod van professionals. Alleen wanneer er afstemming wordt gezocht tussen de doelen en activiteiten van bewoners, professionals en de gemeente, komt samenwerking tussen hen tot stand en kan de leefbaarheid in buurten en wijken duurzaam worden verbeterd. Doordat de dialoogmethode samenwerking tussen bewoners tot stand brengt, versterkt het bovendien de sociale cohesie tussen hen, waardoor de zelfredzaamheid van de buurt versterkt.

Curriculum vitae

Margreet Frieling (Roden, 1981) studeerde onderwijskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en promoveert tot doctor in de Gedrags- en Maatschappijwetenschappen. Ze voerde haar onderzoek uit onder begeleiding van prof.dr. S.M. Lindenberg en prof.dr. F.N. Stokman. De titel van het proefschrift luidt: ‘Een goede buur. ‘Joint production’ als motor voor actief burgerschap in de buurt.’ Momenteel is Frieling werkzaam als consultant bij Decide BV, een onderzoeks- en adviesbureau, verbonden aan de afdeling Sociologie van de RUG.

Noot voor de pers

Meer informatie: M. Frieling, tel. 06 295 101 89, e-mail: m.a.frieling@decide.nl

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:27
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws

  • 23 februari 2018

    Schaatsprestaties voorspellen met geautomatiseerde analyses

    Sport, wetenschap en het bedrijfsleven zetten de eerste stap richting digitalisering van de schaatssport. De kracht van deze samenwerking is dat iedere partij zich kan focussen op zijn eigen expertise. Mede dankzij de Data Services Hub van KPN kunnen...

  • 22 februari 2018

    Op zoek naar ons zesde zintuig: timing

    Hedderik van Rijn, adjunct-hoogleraar Cognitieve Wetenschappen en Neurowetenschappen, kreeg in 2017 een prestigieuze NWO Vici-beurs toegekend. Hij kreeg anderhalf miljoen euro voor zijn onderzoek naar hoe mensen hun handelen timen. De bestaande theorie...

  • 21 februari 2018

    Provincie en RUG maken werk van duurzame landbouw

    De Provincie Groningen en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) slaan de handen ineen om de landbouwsector verder te verduurzamen. Hiertoe wordt een Bijzondere Leerstoel Natuurinclusieve Landbouw opgericht aan de RUG. De Provincie​draagt via haar Programma...