Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Witte jassen in de school. De schoolarts in Nederland ca. 1895-1965

24 april 2008

Promotie: F.H. de Beer, 14.45 uur, Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Titel: Witte jassen in de school. De schoolarts in Nederland ca. 1895-1965

Handelsuitgave: Van Gorcum, Assen

Promotor(s): prof.dr. J.J.H. Dekker

Faculteit: Gedrags- en Maatschappijwetenschappen

 

Witte jassen in de school. De geschiedenis van de schoolarts in Nederland, ca. 1895-1965

In 1904 stelde Zaandam als eerste Nederlandse gemeente een schoolarts aan. De komst van deze nieuwe professional is een uitdrukking van medicalisering, een toename van de invloed van medici en hun expertise op het leven van schoolkinderen. Zagen kinderen voorheen slechts een dokter wanneer zij ziek waren, schoolartsen onderzochten omwille van preventie alle kinderen uit hun district. Doordat schoolartsen hun werk deden in de school, maakten zij tevens deel uit van het proces van pedagogisering. Zij droegen immers bij aan de groeiende invloed van de school en haar opvoedkundig streven, onder meer door het propageren van gezondheidsleer, de strijd tegen hoofdluis en het testen en selecteren van kinderen voor het ‘zwakzinnigenonderwijs’.

In zijn proefschrift ‘Witte jassen in de school’ beschrijft en analyseert historisch pedagoog Fedor de Beer de rol van schoolartsen aan de hand van een cultuurhistorisch bronnenonderzoek. Centrale vraag hierbij was welke rol schoolartsen hebben gespeeld binnen de processen medicalisering en pedagogisering. De Beer laat zien dat de komst van de schoolarts geen gevolg was van medisch imperialisme, maar dat verschillende partijen – hygiënisten, politici én onderwijzers – diens aanstelling noodzakelijk achtten om kinderen te kunnen beschermen tegen de gezondheidsrisico’s van het schoolgaan. Bij de groei van het schoolartsenwezen naar een landelijk dekkend netwerk en bij de ontwikkeling van het takenpakket speelden die andere partijen, waaronder ook de rijksoverheid, eveneens een voorname rol. Hoewel zij allen verschillende plannen hadden met het beroep, bleven de beroepsbeoefenaars zelf gericht op de kern van hun missie: het beschermen van de gezondheid van het schoolkind.

Fedor de Beer (Sint-Michielsgestel, 1975) studeerde na het afronden van de pabo in Eindhoven pedagogiek en filosofie in Nijmegen. Zijn promotieonderzoek verrichtte hij bij de afdeling Pedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen. Het werd gefinancierd door NWO. Momenteel is De Beer werkzaam als opleidingsdocent en onderzoeker op Pabo Groenewoud in Nijmegen. /ML

 

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:38
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws

  • 17 september 2018

    Pesten is een probleem van ons allemaal

    Van leerkrachten wordt veel verwacht; naast een stimulerend academisch klimaat, moeten ze er ook voor zorgen dat er niet gepest wordt in de klas. Ze zijn echter niet voldoende opgeleid om pesten effectief aan te kunnen pakken. Bovendien ontbreekt er...

  • 11 september 2018

    Van Klokhuis-vraag naar Veni-subsidie

    Als kind was Jorrig Vogels al gefascineerd door taal en vergeleek hij de verschillende woorden voor ingrediënten op verpakkingen. Een jaar terug sleepte de taalonderzoeker een Veni-beurs in de wacht. ‘Taal heeft iets telepathisch: het beeld dat ík in...

  • 07 september 2018

    Acceptatie van gaswinning nog verder gedaald

    De acceptatie van gaswinning is nog verder gedaald, de negatieve emoties worden sterker. Dat blijkt onder andere uit de resultaten van de vijfde meting van een langdurig onderzoek dat de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) sinds 2013 uitvoert naar de...