Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Zestiende-eeuwse rederijkerskluchten: extreme lijven en ontsporende taal

15 april 2008

In de kluchten van de zestiende-eeuwse rederijkers wordt het menselijk lichaam voorgesteld als ‘een zak van vel vol vlees en botten’ en gaat de taal met haar gebruikers aan de haal, aldus Femke Kramer. Kramer promoveert op 24 april 2008 aan de Rijksuniversiteit Groningen op het proefschrift Mooi vies, knap lelijk, over de esthetica in dit onbekende toneelrepertoire van deze amateurschrijvers, die gedurende de late vijftiende en de zestiende eeuw het culturele leven in de Zuidelijke en Westelijke Lage Landen domineerden.

Kluchtfiguren vertellen bij de rederijkers uitgebreid en indiscreet over hun buitensporige postuur, hun verouderde huid of hun uitgemergelde karkas. Zo pronkt een vrouw met haar taillemaat ‘van een vrachtwagen’ en met haar dijen die ‘zo dik zijn als die van een merrie’. Ze houden zich graag bezig met voedsel door hun schranspartijen te rapporteren, of door zichzelf en elkaar met etenswaren te besmeuren. De vaak oplopende emoties en de geweldplegingen waartoe die leiden, worden tot in detail beschreven. Kramer: “Zo vertellen de figuren bijvoorbeeld precies hoe ze van plan zijn de neus van hun tegenspeler tussen de hersens te meppen.” Verder wordt er veel gevloekt en gescholden en worden naast Roomse heiligen ook de meest exotische wezens aangeroepen om bijvoorbeeld de duivel uit een bezetene te verdrijven. “Maar altijd met veel zorg voor fraai geformuleerde zinnen vol klinkende woorden en met mooie metaforen,” aldus Kramer. “Het schrijfplezier van de rederijkers spat van de teksten af.”

Experimentele cultuurfase

Men neemt aan dat dit esthetiseren van buitensporigheid, ‘lelijkheid’ en geweld, door Mikhail Bakhtin ‘grotesk realisme’ genoemd, erop wijst dat een cultuur in een experimentele fase verkeert. “De weergave van de buitensporige, aardse en organische dimensies van het bestaan wordt in zo’n periode tijdelijk niet onderdrukt door esthetische normen die gericht zijn op evenwicht en perfectie,” aldus Kramer. Dat de rederijkersliteratuur zo’n experimentele fase laat zien, blijkt ook uit de literaire vernieuwingen uit deze periode. Kramer: “De rederijkers ontwikkelden allerlei nieuwe genres, zoals het zinnespel en experimenteerden ook in hun gedichten met versvormen en rijmschema’s.”

Catalogus met samenvattingen

De 77 door Kramer onderzochte kluchten zijn niet eerder systematisch op thematiek en taalbehandeling bestudeerd. Een deel is zelfs nog niet toegankelijk via moderne edities. “Mede daarom zit er achterin mijn boek een catalogus met de samenvattingen van de stukken.” Dat de grotesk-realistische esthetica in de rederijkerskluchten niet eerder is opgemerkt, wijt de onderzoekster aan de sterke focus in de literatuurgeschiedschrijving op de maatschappelijke en ideologische functie van historische teksten. Kramer: “Ik hoop dat mijn studie voor literatuurhistorici maar ook voor theaterwetenschappers aanleiding is voor verder onderzoek naar de theatrale en literaire kwaliteiten van het repertoire.”

Curriculum vitae

Femke Kramer (1963) is werkzaam aan de Rijksuniversiteit Groningen als docent schrijf- en presentatievaardigheid en wetenschapscommunicatie, als schrijfconsultant en als onderwijs­adviseur. Ze was mede-oprichter van Theatergroep Marot en mede-organisator van twee internationale festivals voor middeleeuws en vroeg-renaissancistisch theater. Kramer promoveert tot doctor in de Letteren. Promotores zijn prof. dr. M. Gosman en prof. dr. D. Coigneau (Gent). De titel van het proefschrift luidt: Mooi vies, knap lelijk. Grotesk realisme in rederijkerskluchten.

Noot voor de pers

Meer informatie: F.L. Kramer, tel. 050 - 363 51 85 (werk), e-mail: f.l.kramer@rug.nl

 

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:27
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws

  • 20 september 2018

    Martijn Wieling gestart als bijzonder hoogleraar Nedersaksische/ Groningse taal en cultuur

    Per 1 juli 2018 is Dr. Martijn Wieling benoemd tot bijzonder hoogleraar Nedersaksische / Groningse Taal en Cultuur. Wieling (Emmen, 1981) is universitair hoofddocent bij de opleiding Informatiekunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij gaat gedurende...

  • 11 september 2018

    Van Klokhuis-vraag naar Veni-subsidie

    Als kind was Jorrig Vogels al gefascineerd door taal en vergeleek hij de verschillende woorden voor ingrediënten op verpakkingen. Een jaar terug sleepte de taalonderzoeker een Veni-beurs in de wacht. ‘Taal heeft iets telepathisch: het beeld dat ík in...

  • 11 september 2018

    Eerste biografie van Piet Mondriaans vroege jaren

    Sinds zijn dood in 1944 is er een groot aantal biografieën van Piet Mondriaan verschenen - en zijn er evenzoveel mythes rondom zijn kunstenaarschap ontstaan. Hij zou bijvoorbeeld een minzame asceet zijn, of juist een bon-vivant. De Amerikaanse promovendus...