Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Marktaandeel universiteit niet altijd afhankelijk van studentenoordeel

04 april 2008

Universiteiten doen hun best om hoge studentoordelen te krijgen voor hun studies omdat dit de instroom van nieuwe studenten zou verhogen. Volgens marketingdeskundigen prof.dr. Peter Verhoef en dr. Erjen van Nierop van de Rijksuniversiteit Groningen en prof.dr. Philip Hans Franses van de Erasmus Universiteit is er echter geen bewijs voor een relatie tussen de oordelen van eigen studenten en het marktaandeel. Mogelijk kiezen aankomende studenten vooral voor een universiteit vlakbij de woonplaats. Concurrentie kan volgens professor Verhoef beter gestimuleerd worden door thuiswonen financieel minder aantrekkelijk te maken en collegegelden te laten variëren tussen universiteiten.

 

Professor Verhoef: “Studentenoordelen, zoals die in de Elsevier, worden op universiteiten tegenwoordig als instrument voor verbetering van het onderwijsprogramma gebruikt. Maar dat met een hogere waardering door de eigen studenten ook verhoging van de instroom gegarandeerd is, blijkt allerminst uit ons onderzoek.” De onderzoekers verzamelden zes jaar aan gegevens over studentenoordelen van opleidingen aan twaalf universiteiten in Nederland uit de jaarlijkse rapportage van het weekblad Elsevier. Ze ontwikkelden een model dat ze corrigeerden voor andere effecten, zoals de nabijheid van andere universiteiten met een vergelijkbare studie.

Zelfs negatief effect

De uitkomsten blijken te verschillen tussen universiteiten. Voor een drietal universiteiten hebben de oordelen van de eigen studenten een positief effect (Delft, Eindhoven en Utrecht), voor twee zelfs een negatief (VU, Maastricht) en voor de overige zeven vonden zij geen significant effect (Groningen, Leiden, Nijmegen, Rotterdam, Tilburg, Twente, UvA). Er is dus geen eenduidig verband tussen marktaandeel en eigen studentenoordelen. Een mogelijke reden voor het ontbreken van zo’n verband is dat Nederlandse studenten graag in de buurt van hun huidige woonplaats blijven of dat zij aspecten overwegen die niet in de kwaliteitsrating verwerkt zijn, zoals reputatie en studieomgeving (bijvoorbeeld aantrekkelijkheid van de stad).  

Oordelen wel waardevol

Universiteiten moeten zich volgens Verhoef afvragen of zij de studentenoordelen als belangrijke maatstaven zien voor het beheren van hun academische programma’s. Die oordelen zijn overigens op een andere manier wel degelijk zeer waardevol: “Het is de werknemerstevredenheid die zal profiteren van een positief oordeel en via die weg mogelijk ook de werknemersprestaties. Tot slot is het bieden van onderwijs van uitstekende kwaliteit natuurlijk belangrijk in de hedendaagse kenniseconomie.”

Meer concurrentie door financiële prikkels

Universiteiten in West-Europa kunnen nu alleen op kwaliteit concurreren, niet op prijs, omdat de studenten door de overheid financiering krijgen en elke universiteit dezelfde toelage ontvangt. Verhoef, Van Nierop en Franses betogen dat het vrijlaten van collegegelden de invloed van kwaliteit bij universiteitskeuze groter zal maken. “De variatie zal studenten ertoe bewegen om de ontvangen kwaliteit voor de betaalde prijs (prijs-kwaliteitverhouding) in ogenschouw te nemen. Daarnaast zou er naar gestreefd kunnen worden om met financiële prikkels studenten wat verder van huis te laten kijken bij hun studiekeuze.”

Meer informatie

prof.dr. Peter Verhoef, tel. 050 - 363 7320.

- Het artikel “Studie-evaluaties en marktaandelen van universiteiten” is op 4 april 2008 gepubliceerd in het tijdschrift Economisch Statistische Berichten (ESB).

- De studie is een vervolg op de analyse van Elsevier-enquêtes door Verhoef en Franses (ESB, oktober 2007). Ze concludeerden daarin dat studenten steeds positiever zijn over universitair onderwijs.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:26

Meer nieuws