Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.dr. Henk Moll: ‘Nederland moet alleen Europese steenkool kopen’

25 maart 2008

In Nederland wordt nog steeds elektriciteit opgewekt via kolencentrales. De steenkool die door energiebedrijven voor dit doel aangekocht wordt, is onder andere afkomstig uit Zuid-Afrika, Colombia en Indonesië. Maar de kolenwinning daar bedreigt het milieu en schaadt de mensenrechten, zo blijkt uit een onlangs gepresenteerd rapport van Greenpeace. Henk Moll, adjunct-hoogleraar Natuurlijke hulpbronnen aan de Rijksuniversiteit Groningen, vindt het goed dat Greenpeace deze problematiek onder de aandacht brengt. Hij pleit ervoor om steenkool voortaan alleen uit Europa te halen.

Tot in de jaren 1960 was Nederland zelf een grote kolenproducent, vertelt Moll. ‘Maar door de ontdekking van de aardgasbel konden we ons permitteren afstand te doen van de kolenwinning.’ Onze energie haalden we voortaan uit olie en gas. Maar in 1972 brak de energiecrisis uit. De politiek reageerde daarop door de energievoorziening te ‘diversificeren’, zodat we niet afhankelijk werden van een enkele energiebron. Vandaar dat er sinds die tijd weer nieuwe kolencentrales gebouwd werden. Op dit moment liggen er plannen op tafel voor vijf nieuwe grote kolencentrales.

Milieuschade

Omdat de mijnen in Limburg al lang gesloten zijn, moet er steenkool uit het buitenland gehaald worden. Nederland importeerde in 2006 zo’n 8,5 miljoen ton steenkool, onder andere uit landen als Zuid-Afrika, Colombia en Indonesië. De kolenwinning in deze landen veroorzaakt veel milieuschade. Bovendien werken de mijnwerkers vaak in erbarmelijke omstandigheden. Moll legt uit dat het winnen van grondstoffen per definitie milieuschade oplevert. ‘Je haalt materie weg uit de grond en dus verstoor je de omgeving.’ Bij kolenwinning komt bijvoorbeeld het broeikasgas methaan vrij en kunnen er verzurende stoffen in het grondwater terechtkomen.

Prijskaartje

Milieuschade door kolenwinning kan tot op zekere hoogte beperkt worden. Moll: ‘Methaan kan bijvoorbeeld opgevangen worden en omgezet worden in een minder sterk broeikasgas. Bovendien kan de omgeving waar de winning heeft plaatsgevonden weer in zijn oorspronkelijke toestand hersteld worden.’ Ook is het goed mogelijk de gezondheids- en veiligheidsrisico’s van mijnwerkers te beperken. ‘In Duitsland, waar nog steeds steenkool gewonnen wordt, zijn de werkomstandigheden sterk verbeterd. Hier hangt natuurlijk wel een prijskaartje aan.’

Misbruik

Moll vindt daarom dat we goed moeten beseffen dat de steenkool die we importeren vooral zo goedkoop is omdat het milieu in die landen geen prioriteit heeft en er weinig rekening wordt gehouden met de veiligheid en gezondheid van mijnwerkers. ‘Mijn gevoel is dat we misbruik maken van onze machtspositie. Zelf hebben we methoden ontwikkeld om met schone handen kolen te winnen. Maar daardoor is winning in Europa te duur geworden en halen we goedkope steenkool uit andere landen. Het is iets heel Nederlands: we kopen iets op de wereldmarkt maar kijken niet verder.’

Europese steenkool

Moll pleit ervoor om voortaan alleen steenkool afkomstig uit Europa te kopen. Dan hebben we beter zicht op de milieu- en arbeidsomstandigheden. Bovendien bestaat hier meer regelgeving rond deze aspecten. ‘Ik denk dat werelddelen hun eigen broek op zouden moeten houden. En dat kan ook in het geval van steenkool. Want steenkool is, in tegenstelling tot olie, redelijk gelijkmatig verdeeld over de continenten.’ Moll vraagt zich ook af of Nederland het niet wat rustiger aan kan doen met het kolenstoken. Hierbij komt immers veel CO2 vrij en dat past niet in het klimaatbeleid. ‘Steenkool is nu nog goedkoop. Maar overal op de wereld willen ze meer kolen gaan stoken, daardoor zal de prijs omhoog gaan. Bovendien hebben we in Nederland nog veel aardgas. Er zijn dus alternatieven.’

Curriculum vitae

Henk Moll (1952) studeerde natuurkunde in Groningen. Van 1981-1984 en 1987-1991 was hij als onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Energie en Milieukunde (IVEM) van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij werd universitair docent in 1992 en promoveerde een jaar later. In 2004 is hij benoemd tot adjunct-hoogleraar Natuurlijke hulpbronnen in relatie tot duurzame productie bij het IVEM. Moll verricht veel praktisch milieuonderzoek - zowel lokaal als internationaal en in samenwerking met andere vakgebieden, zoals psychologie en bestuurkunde.

Contactinformatie

Prof.dr. H.C. Moll, tel. 050 - 363 4607/4609 (werk), e-mail: h.c.moll@rug.nl

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:11
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws