Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.dr. Hein de Baar: 'Algen zijn de ideale biobrandstof'

15 januari 2008

Biologische brandstof voor voertuigen, verkregen van gewassen, is sinds de grote prijsstijgingen van ruwe olie en het toegenomen bewustzijn voor het klimaatprobleem steeds belangrijker geworden. Koolzaad en maïs zijn populaire biobrandstoffen, maar lang niet zo rendabel als algen dat kunnen zijn, vindt Hein de Baar, hoofd van de onderzoeksgroep mariene biologie van de Rijksuniversiteit Groningen. ”Je kunt met het kweken van algen in principe de allerhoogste productie per vierkante meter grondoppervlak bereiken”.

De Baar wil een algenkweekproject in Nederland opzetten. Om te groeien gebruiken algen behalve zonlicht ook het broeikasgas koolstofdioxide, de grootste veroorzaker van opwarming van de aarde. En uit volgroeide algen is weer brandstof voor motorvoertuigen te halen. “Het is een erg haalbaar idee. Ik verwacht het over twee tot vier jaar te kunnen toepassen”.

Geen voedsel

Algen in plaats van gewassen voor biobrandstof kweken, gaat veelvoorkomende problemen van gewone biogewassen uit de weg. Gewone gewassen zijn bijvoorbeeld ook geschikt als voedsel. “Denk maar aan de maïsproductie. Er werd kort geleden zoveel maïs als brandstof opgekocht dat de Mexicanen voor hun traditionele eten geen maïs meer konden kopen”, zegt de Baar. “Bij algen heb je dat probleem niet”.

Te land

In tegenstelling tot veel biogewassen kunnen algen nagenoeg overal ter wereld worden gekweekt. “Maar niet op zee. Dan wordt het meteen zoveel kostbaarder. De hele tijd met schepen heen en weer, dat is zonde. Je kunt het veel beter op land kweken. Door bijvoorbeeld land onder water te zetten, of de algen in vaten met water te kweken”.

Samenwerking

“De meeste zeealgen groeien sneller in warmer water, dus bijvoorbeeld ongeveer 25 graden Celsius. Dat kan makkelijk in de tropen, maar het is ondanks de lage wintertemperaturen ook mogelijk in Nederland. Door bijvoorbeeld restwarmte van fabrieken naar de kwekerijen af te voeren”. De Baar ziet zulke samenwerking met de industrie wel zitten. “Koolstofdioxide uit afvoerpijpen van fabrieken kan ook meteen richting algenkwekerijen. Zo haal je het broeikasgas op tijd uit de lucht”. De algen hebben ook stikstof en fosfor nodig. “Veemest zit daar vol van. Stel dat er nu een varkensflat in Delfzijl komt; de mest daarvan kan gelijk gebruikt worden in een nabij gelegen algenkwekerij. Daarmee ruim je deels het mestoverschot op.”

Bijvoeren

Wat De Baar betreft is het kweken van algen een veel handiger oplossing dan een eerdere suggestie, namelijk het ‘bijvoeren’ van algen rondom de Zuidpool. Daarmee valt alleen koolstofdioxide uit de lucht te vangen. Dit vindt De Baar omslachtig. “De enige stof die we vandaag de dag nog in het milieu dumpen, is koolstofdioxide. En om nou te besluiten dat we dat maar moeten laten gebeuren en vervolgens ergens anders in het milieu - de Zuidpool - te rommelen om het weg te vangen: dat moet je gewoon niet doen. Algen kweken is veel lonender. Je verwijdert niet alleen koolstofdioxide, maar draagt ook bij aan de behoefte voor zuinige brandstof.”

Curriculum Vitae

Hein de Baar is hoofd van de groep Ocean Ecosystems aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is tevens verbonden aan de afdeling biologische oceanografie van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee op Texel. /RV

Contact: prof.dr.ir. H.J.W. De Baar, tel. NIOZ (0222) 36 94 65, tel. RUG (050) 363 20 79, e-mail: debaar@nioz.nl

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:11
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws