Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Tweede Kamer moet snel wetsontwerp aanvaarden dat schoonkind van erfenis uitsluit

03 januari 2008

Veertien juridische hoogleraren roepen de Tweede Kamer op om snel een wetsontwerp te behandelen en te aanvaarden, dat regelt dat erfenissen en schenkingen niet langer meer aan beide partners in een huwelijk toekomen. De hoogleraren schrijven dit in een open brief die vandaag (3 januari 2008) door NRC-Handelsblad wordt gepubliceerd. 

De huidige regeling houdt in dat erfenissen en schenkingen bij een huwelijk in gemeenschap van goederen aan de beide echtgenoten toekomen. In geval van een scheiding moeten ze dan ook worden verdeeld. Uit de praktijk en uit onderzoek blijkt dat dit onwenselijk is. Het corrigeren van de regeling is voor veel ouders een belangrijk motief voor het opstellen van een testament met een clausule die de schoonzoon of -dochter van de erfenis uitsluit. Ook het opstellen van huwelijkse voorwaarden kan een oplossing zijn. Maar in beide gevallen moet, zo schrijven de hoogleraren, de burger handelen en kosten maken. 

Rechtvaardig systeem

 De hoogleraren stellen dat er noch vanuit het perspectief van de schenker of erflater, noch vanuit het perspectief van de ontvangende echtgenoot doorslaggevende inhoudelijke argumenten zijn te bedenken voor het standpunt dat schenkingen en erfenissen van rechtswege gemeenschappelijk moeten te zijn. 'Algemeen wordt aanvaard dat het meest rechtvaardige systeem van huwelijksgoederen inhoudt dat alleen de revenuen van de arbeidsinspanningen van echtgenoten, verricht tijdens het huwelijk, gemeenschappelijk zijn. Daarin komt de lotsverbondenheid tussen echtgenoten tot uitdrukking.'

In het voorstel is ook is een systeem van vergoedingsvorderingen opgenomen dat aansluit bij de wettelijke regeling van verrekenbedingen. Vermogensverschuivingen tussen echtgenoten worden door dit nieuwe systeem veel rechtvaardiger afgewikkeld dan nu het geval is. 

Huwelijk wordt aantrekkelijker

 In de Tweede Kamer wacht het wetsvoorstel al twee jaar op behandeling. De hoogleraren roepen op het wetsvoorstel nu te behandelen en te aanvaarden, omdat de rechtspraktijk daarmee is gediend. Uit de praktijk blijkt dat het percentage huwelijkse voorwaarden dat wordt gemaakt sinds de jaren '60 is verviervoudigd. De hoogleraren verwachten dat het wetsvoorstel de aantrekkelijkheid van het huwelijk zal vergroten. Op het ogenblik is het aantal gesloten huwelijken zowel relatief als absoluut op een historisch dieptepunt aanbeland. Ook  in het buitenland is de voorgestelde regeling van beperkte gemeenschap van goederen al lang normaal. 

Noot voor de pers

Meer informatie: prof. mr. L.C.A. Verstappen, Rijksuniversiteit Groningen, tel. 050-363 5762, e-mail: l.c.a.verstappen@rug.nl

*********************************

Complete tekst

Open brief aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal over het wetsvoorstel ‘Aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen’ (wetsvoorstel 28 867)


Inleiding
Al twee jaar wacht het wetsvoorstel 28 867 inzake de aanpassing van de wettelijke (algehele) gemeenschap van goederen (de huwelijksgemeenschap) op behandeling in de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Wat regelt het wetsvoorstel?
Het wetsvoorstel regelt onder meer welk huwelijksvermogensstelsel tussen echtgenoten geldt als men geen huwelijkse voorwaarden heeft gemaakt en geldt ook voor het geregistreerd partnerschap. Het houdt, naast een aantal nuttige technische wijzigingen en belangrijke vereenvoudigingen, de overgang van de huidige algehele naar een beperkte gemeenschap van goederen in. Volgens het wetsvoorstel zullen schenkingen en erfenissen niet meer van rechtswege in de gemeenschap van goederen vallen en dus in geval van echtscheiding ook niet meer moeten worden gedeeld. Naar huidig recht kunnen ouders dit ook al bereiken door bij de schenking of in een testament de zogenaamde uitsluitingsclausule op te nemen. Voorts is een systeem van vergoedingsvorderingen opgenomen dat aansluit bij de wettelijke regeling van verrekenbedingen. Vermogensverschuivingen tussen echtgenoten worden door dit nieuwe systeem veel rechtvaardiger afgewikkeld dan nu het geval is.

De argumenten voor aanpassing van de huidige wet
Deze aanpassingen van het huidige stelsel liggen om een aantal redenen voor de hand. Het belangrijkste argument is dat met dit wetsvoorstel het meest wenselijke recht in de wet komt te staan en niet meer door notariële akten in het leven hoeft te worden geroepen. Uit de rechtspraktijk en ook uit (internationaal) onderzoek is gebleken dat het als onwenselijk wordt ervaren dat schenkingen en erfenissen van rechtswege gemeenschappelijk worden tussen in gemeenschap van goederen gehuwde personen. Vrijwel nergens ter wereld is dit het geval. Verschillende landen die het stelsel in het verleden als wettelijk stelsel kenden, hebben het inmiddels afgeschaft. Zo is Portugal in 1966 overgestapt naar een beperkte gemeenschap en heeft Brazilië dat in 1977 gedaan. Vrijwel alle landen met een gemeenschapsstelsel hebben een beperkte gemeenschap van goederen. Meestal is die dan nog beperkter dan wat in het wetsvoorstel staat en zijn ook voorhuwelijkse goederen en schulden van de gemeenschap uitgesloten.

Het verkeerde uitgangspunt van de huidige wet
Als ouder schenk je of laat je na aan je zoon of je dochter, maar de huidige wettelijke regeling heeft tot gevolg dat bij gebreke van een uitsluitingsclausule of huwelijkse voorwaarden de schenking ook aan schoondochter of schoonzoon toekomt. Zowel vanuit het perspectief van de schenker of erflater als vanuit het perspectief van de ontvangende echtgenoot zijn geen doorslaggevende inhoudelijke argumenten te bedenken voor het standpunt dat schenkingen en erfenissen van rechtswege gemeenschappelijk dienen te zijn. Algemeen wordt aanvaard dat het meest rechtvaardige systeem van huwelijksgoederen inhoudt dat alleen de revenuen van de arbeidsinspanningen van echtgenoten, verricht tijdens het huwelijk, gemeenschappelijk zijn. Daarin komt de lotsverbondenheid tussen echtgenoten tot uitdrukking.

 
De rechtspraktijk: het maken van uitsluitingsclausules en huwelijkse voorwaarden
Jaarlijks worden meer dan 300.000 testamenten gemaakt. Een belangrijk motief om een testament te maken (in het bijzonder voor ouders) is het opnemen van de uitsluitingsclausule. In vrijwel elk testament wordt de algehele gemeenschap van goederen gecorrigeerd door het opnemen van een dergelijke clausule. De ongewenste gevolgen van het wettelijk stelsel kunnen ook worden ondervangen via huwelijkse voorwaarden. Opnieuw moet de burger handelen en moeten kosten worden gemaakt. Sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw is het percentage huwelijkse voorwaarden dat wordt gemaakt, ten opzichte van het totaal aantal gesloten huwelijken bijna verviervoudigd, terwijl het aantal gesloten huwelijken zowel absoluut als relatief op een historisch dieptepunt is aanbeland. De aantrekkelijkheid van het huwelijk wordt bij aanvaarding van het wetsvoorstel vergroot.

Bezwaren tegen het voorstel snijden onvoldoende hout
Het belangrijkste bezwaar dat tegen het wetsvoorstel wordt aangevoerd, luidt dat het ontstaan van drie vermogens het wettelijk stelsel ernstig compliceert. Dit bezwaar snijdt onvoldoende hout. Ten eerste omdat door de veelvuldig gemaakte uitsluitingsclausule het stelsel van het wetsvoorstel in veel huwelijken feitelijk al bestaat, terwijl geen sprake is van noemenswaardige afwikkelingsproblemen. Ten tweede omdat in geen enkel land ter wereld is gebleken dat een dergelijk stelsel op onaanvaardbare praktische afwikkelingsproblemen stuit. Ten derde omdat het wetsvoorstel duidelijke bewijsregels bevat hoe te handelen in geval van geschillen. En ten vierde omdat, als echtelieden geen schenkingen of erfenissen van enige betekenis hebben ontvangen, het stelsel niet anders uitpakt dan het thans geldende.

Grondige voorbereiding
Het wetsvoorstel is bijna 10 jaar lang uitgebreid bediscussieerd in de wetenschap en in de rechtspraktijk. Er zijn onderzoeksrapporten en boeken verschenen en er zijn verschillende ontwerpteksten voorgesteld. De commentaren en kritieken zijn voor een groot deel verwerkt in het thans voorliggende ontwerp. Het wetsvoorstel wordt door de beroepsgroepen die er in de dagelijkse praktijk mee werken, breed ondersteund. Blijkens een onder meer dan 800 (kandidaat-)notarissen gehouden enquête is meer dan 90 % (cijfers KNB) vóór invoering van een beperkte gemeenschap. De voorgestane wijzigingen worden gedragen door onder meer de Orde van Advocaten en de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. Het wetsvoorstel wordt ook breed ondersteund door de wetenschap, waarvan de ondergetekenden graag willen getuigen.

Oproep
Ondergetekenden roepen de Tweede Kamer op het wetsvoorstel, zoals het thans voorligt, in het openbaar te behandelen en te aanvaarden. De rechtspraktijk is ermee gediend.

Prof. mr. S.E. Bartels
Prof. dr. K. Boele-Woelki
Prof. mr. W.D. Kolkman
Prof. mr. J.H.A. Lokin
Prof. mr. M.J.A. van Mourik
Prof. mr. A.J.M. Nuytinck
Prof. mr. F.W.J.M. Schols
Prof. mr. F. Sonneveldt
Prof. mr. A.L.G.A. Stille
Prof. mr. A.H.N. Stollenwerck
Prof. dr. J.P.M. Stubbé
Prof. dr. A. Verbeke
Prof. mr. L.C.A. Verstappen
Prof. mr. P. Vlaardingerbroek,
Hoogleraren aan de universiteiten van Utrecht, Groningen, Nijmegen, Rotterdam, Leiden, Amsterdam (UvA en VU), Tilburg en Leuven (België)

 

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:27

Meer nieuws