Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

056 - Criteria voor EU-toetreding nauwelijks te rechtvaardigen

08 mei 2007

Lid worden van de Europese Unie kan niet zomaar. Potentiële lidstaten moeten voldoen aan een groot aantal voorwaarden, waaronder een economische standaard en de bereidheid de EU-regels te accepteren. Maar er wordt meer geëist. Kandidaat-lidstaten worden namelijk ook beoordeeld op de ontwikkeling van democratie en de rechtstaat in het land. Begrippen die vrijwel onmeetbaar zijn, meent Dimitry Kochenov. ‘Daarom is elke beslissing op basis van deze termen moeilijk te rechtvaardigen.’ Kochenov promoveert op 21 mei aan de Rijksuniversiteit Groningen

Dat nieuwe lidstaten een uitvoerige selectieprocedure moeten ondergaan, is vanzelfsprekend. Alleen zo kan men er zeker van zijn dat de EU geen negatieve consequenties ondervindt van uitbreiding. Toetreding is daarom direct afhankelijk gemaakt van de nakoming van een groot aantal criteria. En om deze criteria te toetsen is een nauwgezet systeem ontwikkeld van juridische en politieke instrumenten. Maar werkt dit ook? Onvoldoende, stelt Kochenov

Onstabiel vlak

Kochenov: ‘Het systeem werkt uitstekend als het gaat om bijvoorbeeld het functioneren van de economie. Maar hoe meet je een diffuus begrip als democratie? Door een analyse van democratie en de rechtstaat deel uit te laten maken van het juridische raamwerk van EU-uitbreiding, begeeft de Unie zich op een onstabiel vlak van vage oorzakelijke verbanden en onnauwkeurige definities.’

Falen

Het onderzoek van Kochenov richtte zich op de voorlaatste uitbreiding. Hierbij werden de tien nieuwe Centraal- en Oost-Europese lidstaten Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Slovenië, Roemenië en Bulgarije beoordeeld aan de hand van de criteria van Kopenhagen. Zijn conclusies zijn alarmerend. Terwijl het beoordelings-systeem tijdens de voorbereiding van eerdere uitbreidingen een degelijk kader bood voor de toepassing van het nieuwe principe, blijkt dat de toepassing van het conditionaliteitsprincipe met betrekking tot democratie en rechtstaat overduidelijk faalde. Als het überhaupt al werd toegepast.

Hypocrisie

De drang naar een transparante toetsingsprocedure die grotendeels op de rechtsstaat is gebaseerd, leidt tot hypocrisie als het gaat om de regulering van nieuw toe te laten lidstaten, stelt Kochenov. De toetsingscommissie vroeg de kandidaat-lidstaten om niet-bestaande ‘Europese standaarden’ te accepteren. Ook was de inschatting van de gemaakte vooruitgang doorgaans te algemeen en werd deze slecht geanalyseerd. Het ontbrak de analyses aan diepgang en consistentie.

Herzien toetsingssysteem

Het onderzoek van Kochenov impliceert overigens niet dat conditionaliteit geen toekomst zou hebben. Kochenov: ‘Integendeel. Het is waarschijnlijk dat het conditionaliteitsbeginsel ook in de loop van de voorbereidingen op verdere uitbreiding zal worden toegepast. De EU zal in de nabije toekomst de mogelijkheid hebben het toetsingssysteem te herzien.

Curriculum vitae

Dimitry Kochenov (Rusland, 1979) studeerde Comparative Constitutional Law aan de Central European University in Boedapest. Kochenov promoveert tot doctor in het Europees en economisch recht bij prof. dr. Laurence W. Gormley en prof. dr. Fabian Amtenbrink. De titel van het proefschrift luidt: The failure of conditionality. Kochenov is verbonden als universitair docent Europees Recht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de RUG.

Noot voor de pers

Informatie: D. Kochenov, tel. (050) 363 74 86, e-mail: d.kochenov@rug.nl.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:26
printView this page in: English

Meer nieuws