Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

049 - Koninklijke Onderscheiding voor elf RUG-medewerkers

27 april 2007
Op voordracht van de Rijksuniversiteit Groningen ontvingen op 27 april 2007 elf personen een Koninklijke Onderscheiding. Mevrouw drs. M.C. Gardeur-Veltman, mevrouw H. Hoekstra en mevrouw drs. R.J. Jonker worden benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau, evenals drs. T.A. Jurriens, prof.dr. G.J.E.M. Sanders en prof.dr. J. Wijngaard. De onderscheiding van Officier in de Orde van Oranje Nassau wordt toegekend aan prof.dr. P. Kooij en prof.dr. A.J.M. Schoot Uiterkamp. Tot slot worden mevrouw prof.dr. D.S. Postma, prof.dr. S. Poppema en prof.dr. B. Witholt gedecoreerd als Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Tijdens de ‘lintjesregen’ op 27 april wordt landelijk gezien aan slechts dertien personen de hoge onderscheiding van Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw uitgereikt. Van deze dertien zijn er liefst drie aan de RUG verbonden en een van de twee vrouwelijke decorandi is prof.dr. Dirkje Postma. Verder is de voor een decorandus jeugdige leeftijd van R.J. (Elly) Jonker opmerkelijk: 37 jaar. Daarmee is zij op die dag de op een na jongste persoon die een Koninklijke Onderscheiding ontvangt (de allerjongste deze keer is iemand van 36 jaar).De door de RUG voorgedragen decorandi krijgen hun onderscheiding opvrijdagochtend uitgereikt door de burgemeesters van hun woonplaats respectievelijk op het Groningse Stadhuis en later in het Academiegebouw van de RUG.

Mw. drs. M.C. Gardeur-Veltman

Madeleine Gardeur-Veltman (Apeldoorn, 1946) is sinds 1986 hoofd van het Bureau Internationale Samenwerking van de RUG. Gardeur heeft zich buitengewoon verdienstelijk gemaakt, niet alleen voor de Groningse universiteit, maar voor het gehele Nederlandse hoger onderwijs. Zij bracht mensen van verschillende culturen en landen bij elkaar en droeg op die manier bij aan de verbetering van de internationale verstandhouding. Meermalen vervulde zij hierin een pioniersrol. Een groot deel van haar aandacht op het terrein van de ontwikkelingssamenwerking is jarenlang gericht geweest op Afrika, waar zij samen met collega’s en de NUFFIC, projecten heeft geëntameerd en begeleid. Dit geldt speciaal voor Burkina Fasso, maar ook voor bijvoorbeeld Zuid-Afrika, Oeganda en Mozambique. In Azië werd vooral samengewerkt met instellingen in Indonesië, China en Vietnam.

Gardeur was ook zeer actief in verschillende gremia binnen de Coimbra Groep (van traditierijke Europese universiteiten), waar zij onder meer projecten entameerde op het gebied van internationale samenwerking, vooral met West-Afrikaanse universiteiten. Binnen Europa initieerde zij samenwerking met Oost-Europese universiteiten na de val van de muur in 1989. Onder andere leidde dat tot intensieve contacten met universiteiten in Polen, Slowakije, Hongarije en Estland.

Gardeurs betrokkenheid wordt door iedereen die met haar werkt geroemd. Haar vermogen om te gaan met diverse groeperingen en met respect en liefde te werken met en te spreken over de mensen om wie het allemaal gaat, zijn spreekwoordelijk. Haar persoonlijke inzet blijkt voorts uit het feit dat zij, samen met haar man, vele internationale gasten van de universiteit thuis heeft ontvangen. Haar grote verdiensten voor de internationale samenwerking, maar vooral voor de stimulering van de contacten met de francofone wereld, hebben in 1995 reeds geleid tot de toekenning van de Palme Académique, een onderscheiding van het Ministerie van Onderwijs in Frankrijk (Ministère de l’Education Nationale). Gardeur wordt Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Mw. H. Hoekstra

Hilly Hoekstra (Steenwijkerwold, 1947) is hoofd van de bibliotheek van de faculteiten derEconomische Wetenschappen, Bedrijfskunde en Ruimtelijke Wetenschappen van de RUG. Vanaf 1988 heeft zij zich met verve ingezet om de bibliotheek en haar medewerkers te professionaliseren. Zo heeft ze op soepele wijze de bibliotheek het digitale tijdperk ingeloodst. Behalve de opbouw van de benodigde ict-infrastructuur vergde dit voortdurend weloverwogen beslissingen, waarbij haar diplomatieke gaven goed van pas kwamen. Het overleg was namelijk regelmatig gecompliceerd omdat de vaak uiteenlopende invalshoeken van drie verschillende faculteiten bijeen gebracht moesten worden. Als leidinggevende heeft Hoekstra oog voor de mogelijkheden van de mensen met wie ze werkt en helpt waar mogelijk om hun kansen te benutten. Zij heeft een stijl van leidinggeven die betrokkenheid stimuleert. Dit alles vertaalde zich door de jaren heen in een goede werksfeer in de bibliotheek.

In 1988 nam zij de leiding over van een bibliotheek waarbinnen het personeel onderling conflicten had, medewerkers niet meer goed functioneerden, het overleg met de faculteiten niet constructief verliep en de klanten massaal mopperden over de slechte dienstverlening. Hoekstra heeft door haar stijl van leidinggeven, haar doortastendheid en vakbekwaamheid, binnen een paar jaar, ervoor gezorgd dat haar bibliotheek op alle fronten prima functioneert en door medewerkers en studenten hogelijk wordt gewaardeerd. Landelijk heeft Hoekstra zich gedurende vele jaren sterk gemaakt voor de ontwikkeling van het beroep van bibliothecaris, onder meer door haar inzet voor de Nederlandse Vereniging van Bibliothecarissen (NVB). In het kader van de deskundigheidsbevordering van de universiteitsbibliothecarissen organiseerde zij vele buitenlandse studiereizen, die voor veel inspiratie zorgden en altijd prima waren georganiseerd. Hoekstra wordt benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Mw. drs. R.J. Jonker

Elly Jonker (Geleen, 1970) studeerde Sociologie en Psychologie aan de RUG en is een organisator pur sang. Keer op keer bleek zij in staat met haar organisatietalent sprekende resultaten te behalen bij het produceren of organiseren van een evenement of theaterproductie. Voor vele culturele evenementen, muziekfestivals en producties die het afgelopen decennium in Groningen en omgeving tot stand zijn gekomen, geldt dat zij in belangrijke mate heeft bijgedragen aan hun succes. Voorbeelden zijn voorstellingen van theatergroep Dogtroep, de openluchtopera ‘Van Alle Tijden’ in Middelstum en Groningen, muziekfestivals met landelijke allure als Eurosonic en Swingin’ Groningen en Bevrijdingsfestival Groningen, producties voor theatergroep Theater te Water, Jeugdconcertseries NNO, reisopera De Satansfles, dansfilm Sense of Gravity door Galili Dance en NND, productie van theatergroep PeerGrouP. Ook was Jonker gedurende tien jaren betrokken bij de productie van het Noorderzonfestival, het jaarlijkse tiendaagse theater- en cross-overevenement in Groningen. Een ander prestigieus evenement was de start van de wielerronde Giro d’Italia in Groningen in 2002. Ter gelegenheid hiervan werd een meerdaags cultureel programma opgezet, waarvan Jonker de productieleiding verzorgde. Jonker heeft een constante bijdrage geleverd aan het levendige en culturele klimaat in Groningen, stad en regio. Opmerkelijk is in dit verband ook de jeugdige leeftijd waarop Jonker haar Koninklijke Onderscheiding ontvangt: 37 jaar. Daarmee is zij de op een na jongste decorandus die op 27 april gelauwerd wordt.

Speciale vermelding verdienen verder twee grote projecten die zij voor de RUG heeft verricht. In 2004 bestond de Rijksuniversiteit Groningen 390 jaar, wat aanleiding was voor een maand lang festiviteiten. Rondom het thema ‘Over Grenzen’ werd een divers programma samengesteld, waarbij naast wetenschap ook aandacht was voor sport, cultuur en feestelijkheden. Gedurende anderhalf jaar coördineerde Elly Jonker het lustrumbureau dat de viering van dit 78ste lustrum mogelijk maakte. Verder was zij in 2005 coördinator van het wetenschappelijke congres ‘De Nederlandse constitutionele monarchie in een veranderend Europa’, dat in Groningen gehouden werd ter gelegenheid van het Zilveren Regeringsjubileum van Koningin Beatrix. Elly Jonker wordt Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Drs. T.A. Jurriens

Theo Jurriens (Meppel, 1961) studeerde Sterrenkunde aan de RUG en is communicatieadviseur bij de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen. Zijn werkzaamheden zijn vooral extern gericht, bijvoorbeeld op de werving van studenten. Jurriens activiteiten gaan echter ver uit boven wat vanuit zijn functie verwacht kan worden: behalve een menselijke en betrokken persoonlijkheid is hij een creatief en organisatorisch genie, duizendpoot en PR-man, met een onwaarschijnlijk grote dynamiek en veelzijdigheid.

Veel van Jurriens activiteiten betreffen de popularisering van wetenschap en bestudering van natuurfenomenen. Hij organiseerde bijvoorbeeld voor tientallen deelnemers reizen naar alle uithoeken van de aarde om zonsverduisteringen te zien, van Siberië (1990), Mongolië (1997) tot Zambia (2001) en Noordpolderzijl (2003), om slechts enkele te noemen. Daarbij weet hij voortdurend jongeren, kinderen en andere publieksgroepen te bereiken en te fascineren. Jurriens geldt als vraagbaak voor natuurverschijnselen en -mysteries (zoals uit de lucht vallende ijsklompen), voor publiek en zowel regionale als landelijke media. Voor TV Noord behandelt hij vragen van kijkers in het programma ‘Theo’s Bovenkamer’. Hij organiseerde in Groningen activiteiten ter promotie van natuurkunde in het World Year of Physics 2005. Met hart en ziel is hij betrokken bij - veelal door hemzelf geconcipieerde, geïnitieerde en georganiseerde - acties zoals de RUG-Kinderuniversiteit, natuurkunde op de markt, een fietstocht van het Poolse Wroclaw naar Groningen en een nationale fietswedstrijd rondom het thema ‘energie’.

Ook droeg Jurriens bij aan de realisatie van de ‘Slinger van Foucault’, een historisch experiment om te bewijzen dat de aarde draait, in de Martinikerk. Door toedoen van Jurriens verleenden hierbij de achterkleinkinderen van de Groningse Nobelprijswinnaar Kamerlingh Onnes hun medewerking. Koningin Beatrix bezocht dit evenement toen zij in Groningen was ter gelegenheid van haar Zilveren Regeringsjubileum. Door Jurriens’ contacten met de Guericke Gesellschaft in Magdeburg kon hij een proef met de Magdeburger Halve Bollen in historische kledij laten uitvoeren tijdens het bezoek van H.M. de Koningin ter gelegenheid van Koninginnedag 2004. Tot slot mag niet onvermeld blijven dat Jurriens jurylid van de Koninklijke Nederlandse Wielren Unie en ploegleider van een marathonschaatsploeg voor dames is, die tot 2006 is gesponsord door de Enkhuizer Almanak. Voor deze almanak is hij sinds jaar en dag hemelloopkundig medewerker en berekent de sterrenkundige gegevens. Jurriens wordt Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Prof. dr. P. Kooij

Pim Kooij (Dordrecht, 1945) is sinds 1988 hoogleraar in de Economische en Sociale Geschiedenis van stad en platteland aan de Rijksuniversiteit Groningen. Sinds 1997 is hij tevens hoogleraar Agrarische Geschiedenis aan de universiteit van Wageningen. Na zijn geschiedenisstudie in Groningen werkte hij als docent geschiedenis aan de Sociale Academie en vervolgens als wetenschappelijk medewerker bij de RUG. Hij promoveerde bij professor H. Baudet in 1986 op de dissertatie: Groningen 1870-1914. Sociale verandering en Economische ontwikkeling in een regionaal centrum. Als wetenschapper plaatste Kooij verschillende nieuwe thema’s op de historische onderzoeksagenda, zoals stadsgeschiedenis, industriële archeologie, milieugeschiedenis en de ‘groene ruimte’. Hij was voorzitter van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis en speelde als zodanig een belangrijke rol in de samenwerking van dit instituut met het Koninklijke Nederlands Historisch Genootschap. Kooij was en is lid van talrijke redactieraden en tijdschriftredacties, waaronder het Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis.

Met financiële steun van NWO startte Kooij in 1992 met Russische collega’s een vergelijkende studie van de regionale ontwikkeling tussen 1750 en 1917. Niet alleen de wetenschappelijke resultaten van dit project zijn van belang, maar ook de overdracht van moderne historische onderzoeksmethodes aan Russische lectoren en studenten. Ook inspireerde Kooij groepen Russische historici in Moskou, Petersburg, Yaroslavl en Tambov tot het schrijven van een ‘integrale geschiedenis’ van de veranderingen op het platteland in Rusland tussen 1814 en 1917. Tot slot is hij actief lid van verschillende fondsen op sociaal-cultureel gebied. Hij zet zich onder meer in voor jonge en getalenteerde studenten en wetenschappers en tracht daarbij kansen te bieden aan financieel minder bedeelden. Kooij wordt Officier in de Orde van Oranje Nassau.

Prof.dr. S. Poppema

Sibrand Poppema (Emmen, 1949) studeerde Geneeskunde aan de RUG en volgde er een opleiding tot patholoog-anatoom. Hij promoveerde eveneens te Groningen, op het proefschrift Immunopathology of Hodgkin’s disease. Daarnaast deed hij veel buitenlandse ervaring op, onder meer als research fellow in Kiel (Duitsland) en Boston (Massachusetts). Hij werd docent, hoofddocent en in 1985 werd hij benoemd tot hoogleraar Immunopathologie aan de RUG. Tussen 1987 tot 1995 verbleef hij in Canada, waar hij werkzaam was als Professor of Pathology and Oncology aan de University of Alberta in Canada en als Director van verschillende afdelingen van het Cross Cancer Institute te Edmonton. In 1995 keerde Poppema terug naar Groningen, waar hij hoogleraar Algemene en Chirurgische Pathologie werd. Het wetenschappelijk onderzoek van Poppema richt zich vooral op de transplantatiegeneeskunde en de ziekte van Hodgkin, een vorm van bloedcelkanker. Op dit gebied kan hij een aantal grensverleggende ontdekkingen op zijn naam schrijven: de rol van het Epstein Barr Virus in het ontstaan van de ziekte en de identificatie van de ‘bloedlijn’ van de kankercel die aan de ziekte van Hodgkin ten grondslag ligt.

Van 1999 tot 2005 was Poppema tevens decaan van de Faculteit der Medische Wetenschappen. Als zodanig was hij een onvermoeibaar pleitbezorger van de fusie tussen de medische faculteit van de RUG en het Academisch Ziekenhuis Groningen tot een medisch centrum. Er moesten veel barrières van juridische, personele, financiële, praktische en emotionele aard worden overwonnen, maar mede dankzij zijn optimisme en volharding droeg Poppema er sterk toe bij dat de fusie in 2005 met succes werd bekroond. In dat jaar vond de vorming van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) plaats, waar Poppema nu vice-voorzitter is van de Raad van Bestuur. Inmiddels legt hij zich toe op de versterking van de internationale, wetenschappelijke positie van het UMCG en de RUG door het opbouwen van een krachtig netwerk met prominente universiteiten in de VS en China.

Poppema’s carrière wordt erdoor gekenmerkt tegelijkertijd bijzonder kundig wetenschapper en dito bestuurder te zijn. Ook nadat hij bijvoorbeeld in 1999 de zware bestuurlijke functies aan de top van faculteit en ziekenhuis op zich had genomen, zette hij zijn wetenschappelijk werk voort. Hij heeft tot op heden vele artikelen in invloedrijke internationale weten-schappelijke tijdschriften gepubliceerd. Ook trad en treedt hij met grote regelmaat op als spreker op internationale congressen en als ‘visiting professor’ bij universiteiten over de hele wereld. Bijzondere vermelding verdienen zijn ereprofessoraten in China, bij het Peking Medical College (2003) en Tianjin Medical University (2006). Poppema wordt Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Mw. prof.dr. D.S. Postma

Dirkje Postma (Opsterland, 1951) behoort tot de wereldtop van onderzoekers op het gebied van astma en COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease, waaronder chronische bronchitis en emfyseem vallen). Haar op genetisch onderzoek gebaseerde beschrijving van astma wordt gezien als een belangrijke medische doorbraak. Postma geniet groot nationaal en internationaal aanzien en ontving vele prijzen, waaronder de Aletta Jacobsprijs van de gemeente Hoogezand-Sappemeer (voor vrouwen met bijzondere verdienste voor de geneeskunde) in 1995 en de belangrijkste Nederlandse onderzoeksprijs, de Spinozapremie van NWO, in 2000. In maart 2007 werd zij benoemd tot Akademiehoogleraar door de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen.

Postma werd in 1993 vanwege het Nederlands Astma Fonds benoemd tot bijzonder hoogleraar in de Pathofysiologie van de ademhaling. In 1998 volgde een aanstelling tot gewoon hoogleraar. Sinds 1980 is Postma wetenschappelijk uiterst actief op het gebied van de obstructieve longziekten, astma en COPD. Over dit onderwerp schreef zij in 1984 een uitzonderlijk proefschrift, dat ook nu nog veelvuldig wordt aangehaald. Postma heeft over de afgelopen twintig jaar meer dan 400 ‘peer-reviewed’ wetenschappelijke artikelen gepubliceerd. Ook schreef zij boeken en leverde zij vele bijdragen aan andere publicaties. Zij organiseerde circa tien grote internationale symposia, waarbij zij in de meeste gevallen ook zelf als voorzitter optrad.

Postma leidde een groot aantal mensen op voor het onderzoek naar de oorzaken en de behandeling van de chronische luchtwegaandoeningen astma en COPD. Zij begeleidde reeds 48 promovendi bij het behalen van het doctoraat en begeleidt op dit moment 22 promovendi.Daarbij is zij steeds werkzaam gebleven als behandelend longarts. Zij wil daarmee het perspectief vasthouden waar zij het wetenschappelijke werk voor doet: om patiënten nu en in de toekomst een betere behandeling te kunnen geven. Zij is zeer geliefd bij haar patiënten. Postma wordt benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Prof.dr. G.J.E.M. Sanders

Geert Sanders (Den Bosch, 1942) is sinds 1969 in diverse functies werkzaam bij de Faculteit Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Sinds 1998 is hij hoogleraar Organisatiekunde, in het bijzonder organisatiecultuur en interorganisationele samenwerking. Hij trad als gasthoogleraar op aan de Universiteit van Bremen op het terrein van interculturele samenwerking en technologieoverdracht tussen bedrijven in verschillende landen. Sanders geldt als een betrokken en inspirende docent, reden waarom de studenten Bedrijfskunde hem in 1996 tot docent van het jaar kozen. Sanders was adviseur en dagvoorzitter bij vele symposia en workshops. In 1997 promoveerde Sanders op een grootschalig vergelijkend onderzoek over de levensloop van homo- en heteroseksuele jongeren in Nederland (1969-1877). In 1981 publiceerde hij een verslag van een zeven jaar durend onderzoek naar programma’s voor het voortgezet onderwijs op het terrein van persoonlijke en sociale vorming. In 1987 publiceerde hij samen met J.A. Neujjen het boek Bedrijfscultuur; diagnose en beïnvloeding, dat zeer succesvol is en inmiddels de zevende druk heeft beleefd.

Sanders is sinds 1997 de eerste directeur van de Stichting Ubbo Emmius Fonds en hoofd van de afdeling Alumnirelaties & Fondswerving, die zich ten doel stelt de onderlinge betrokkenheid tussen universiteit en samenleving te vergroten. Onder zijn leiding heeft het Ubbo Emmius Fonds een netwerk van contacten opgebouwd. Sanders speelde een stimulerende rol in de samenwerking tussen de universiteit en het noordelijke bedrijfsleven, in het bijzonder het VNO-NCW Noord. Enkele tientallen projecten op het gebied van onderzoek en onderwijs kregen zo financiering, zoals een onderzoek van het UMCG naar obesitas bij kinderen en een door alumni ondersteunde renovatie van de Allersmaborg in Ezinge. Niet onvermeld mag blijven dat Geert Sanders als fondswerver ook andere organisaties adviseert op het gebied van fondswerving, onder meer de Stichting Beatrix Kinderkliniek Groningen en de studenten sportkoepel ACLO. Sinds tien jaar adviseert Sanders op vrijwillige basis ook andere instellingen voor hoger onderwijs in zowel Nederland als Europa over de methodiek van fondsenwerving. In 2006 publiceerde Sanders het boek Fondsenwerven, de relatiegerichte aanpak om algemeen nut beogende instellingen met zijn expertise van dienst te zijn. Sanders wordt Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Prof.dr. A.J.M. Schoot Uiterkamp

Ton Schoot Uiterkamp (Zwollekerspel, 1944) is sinds 1991 de eerste hoogleraar directeur van het IVEM, het Centrum voor Energie en Milieukunde van de RUG. Hij is erin geslaagd het IVEM een uitstekende positie te verschaffen door het centrum wetenschappelijk te verankeren binnen de Groningse universiteit, binnen de Nederlandse beoefening van energie- en milieukunde en binnen het internationale milieuonderzoek en -onderwijs. In zijn samenwerkingsrelaties komt zijn grote aandacht voor interdisciplinariteit en internationalisering tot uiting. Van de nationale onderzoekschool SENSE is het IVEM een gewaardeerde partner. En sinds 2000 is Schoot Uiterkamp voorzitter van de Interdisciplinaire Commissie Milieukunde (ICM) van de VSNU. Op internationaal niveau droeg Schoot Uiterkamp sterk bij aan de oprichting van de Association of University Departments of Environmental Sciences in Europe (AUDES). Hij was de eerste voorzitter van AUDES in de periode 1993 tot 2004.

Exemplarisch voor Schoot Uiterkamps benadering is het wetenschappelijk zeer geslaagde HOMES programma (1994–2000), waarvan hij projectleider was. Binnen HOMES werden de mogelijkheden om huishoudelijke consumptie te verduurzamen onderzocht vanuit economisch, ruimtelijk, sociaal-psychologisch, bestuurkundig en milieukundig perspectief. Naast enkele dissertaties en andere publicaties was het boek Green Households? Domestic Consumers, Environment and Sustainability een breed internationaal wetenschappelijk gewaardeerde neerslag hiervan. Een recent voorbeeld van zijn stimulerende rol voor interdisciplinair onderzoek is te zien bij het Ground for Change project (2004–2006). Doel van dit project is internationale voorbeelden te genereren van succesvolle integratie van energieplanning en ruimtelijke planning in de context van duurzame regionale ontwikkeling. Naast dit alles was Schoot Uiterkamp voorzitter van Studium Generale Groningen en, van 1995-2003, van de Stichting Bevordering Milieukunde. Tot 2002 gaf deze stichting het tijdschrift Milieu uit dat inmiddels, mede dankzij hem, opgevolgd is door het internationale tijdschrift Environmental Sciences. Schoot Uiterkamp wordt Officier in de Orde van Oranje Nassau.

Prof. dr. J. Wijngaard

Jacob Wijngaard (Wonseradeel, 1944) ging na zijn studie Wiskunde aan de VU Amsterdam in 1968 werken bij de faculteit Technische Bedrijfskunde in Eindhoven. In 1975 promoveerde hij op het terrein van de ‘operations research’. In 1982 werd hij in Eindhoven hoogleraar Productiebeheersing. In 1991 volgde zijn benoeming tot hoogleraar Productiemanagement bij de Faculteit Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Wijngaard zette zich in voor de verspreiding van logistieke inzichten in zowel het bedrijfsleven als in niet-industriële omgevingen, zoals ziekenhuizen. Dankzij een betere beheersing van de logistiek kon in veel gevallen de effectiviteit van de dienstverlening worden vergroot. Verder was Wijngaard lid van een internationale visitatiecommissie ter accreditatie van opleidingen in binnen- en buitenland. Door zijn toedoen kwam er een bijzondere leerstoel Kwaliteitsmanagement, bezet door een deskundige uit het bedrijfsleven. Behalve enkele boeken heeft Wijngaard vele wetenschappelijke artikelen op zijn naam staan en hij organiseerde vele internationale congressen, waarbij hij vaak als voorzitter optrad.

Van 1996-2001 was Wijngaard decaan van de Faculteit Bedrijfskunde. In deze periode werd een nieuw onderwijsconcept, een nieuwe onderwijsorganisatie en een ingrijpende reorganisatie doorgevoerd. Wijngaard geniet in de faculteit grote waardering, niet alleen als wetenschapper, maar ook om zijn wijze van leidinggeven en bestuurlijke kwaliteiten. Hij gaf leiding aan facultaire commissies voor onderwijs en onderzoek alsook aan de door hem zelf georganiseerde interfacultaire onderzoeksschool SOM (Systemen, Organisatie en Management). Een van Wijngaards grootste verdiensten is en was zijn vermogen complexe problemen en situaties in de kern te karakteriseren, hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden en mensen om hem heen te leiden bij de aanpak van de werkelijk belangrijke problemen. Als zodanig was hij zeker geen ‘ivorentoren-wetenschapper’. Lange tijd was hij regiobestuurslid van de Vereniging Logistiek Management (VLM), waarin hij zeer actief was en vooral voor het Noorden van het land een stuwende kracht. Wijngaard wordt Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Prof.dr. B. Witholt

Bernard Witholt (Den Haag, 1941) was twintig jaar hoogleraar Biochemie aan de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschapen van de RUG. Onder zijn leiding werd internationaal hoogstaand onderzoek gedaan op het gebied van biotechnologische processen. Hieronder valt de productie van grondstoffen voor farmaceutische toepassingen en eindproducten door micro-organismen, maar ook het gebruik en de verbetering van enzymen voor biokatalytische toepassingen in schonere productieprocessen. Dankzij zijn overtuigingskracht en talent om barrières neer te halen of te omzeilen wist hij vele universitaire medewerkers en entrepreneurs te overtuigen van de geweldige mogelijkheden van de biotechnologie. Dat leidde tot de oprichting van verschillende biotechnologische bedrijven in Groningen en elders in Nederland. Witholt stond aan de basis van het Zernike Science Park (opgericht in 1983), waar spin-off activiteiten en nieuwe bedrijvigheid vanuit het buitenland de vertaalslag hebben gemaakt om wetenschappelijke kennis commercieel te benutten. Hij stimuleerde jonge wetenschappers om hun ‘niche’ te vinden, investeerders te zoeken en om subsidies aan te trekken, onder meer vanuit Biopartner Start-up Ventures. Dit heeft mede geleid tot de ontwikkeling van de Life Sciences bedrijvigheid in en rondom de stad Groningen. Een van de bedrijvenunits van het Zernike Science Park draagt zijn naam.In 1985 was hij medeoprichter van de Nederlandse Biotechnologie Vereniging (NBV) Daarna bleef hij inspirator voor de ontwikkeling van de NBV. Inmiddels is hij erelid. In 1992 werd hij hoogleraar aan de Eidgenössische Technische Hochschule in Zürich. Daar zette hij het onderzoek aan biotechnologische processen op uitgebreidere schaal voort, wat resulteerde in vele wetenschappelijke publicaties, patenten, promoties en afstudeerders. Ook tijdens deze periode (tot zijn pensioen in 2006) bleef hij zich inzetten voor de Biotechnologie in Nederland. Wiltholt wordt benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Noot voor de pers

Informatie: afdeling Communicatie RUG: tel. (050) 363 44 44 of communicatie@rug.nl.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:26

Meer nieuws