Skip to ContentSkip to Navigation
About usNews and EventsNews articles

Vergassen van biomassa in electriciteitscentrales: een kwestie van ‘groene’ stroom of afvalverwerking

07 februari 2007

De Nederlandse overheid heeft in 2002 een kolenconvenant gesloten met de desbetreffende sector. Hierin is afgesproken dat producenten in totaal 3.2 Mton CO2 minder zullen uitstoten in de periode 2008 t/m 2012, door biomassa in plaats van kolen in kolencentrales te verstoken. Echter, de overheid ziet kolencentrales die vervuilde biomassa, zelfs als deze gezuiverd is, bijstoken als meeverbrandingscentrales, waardoor deze onder strengere regels komen te vallen. Essent heeft daarom het bijstoken van biomassa in de Amercentrale stopgezet. Uit onderzoek van de Wetenschapswinkels en EDReC van de RUG blijkt dat de regelgeving van de Nederlandse overheid in dit geval niet in lijn is en zeker strenger is dan die van de Europese Unie.

Vergasser stilgelegd vanwege strengere regelgeving

In de Amercentrale is een houtvergasser gekoppeld aan de kolencentrale met als doel groene energie te produceren. De investering in de houtvergasser bedroeg fl 50 mln. De houtvergasser produceert van sloophout (vervuilde biomassa) synthesegas, dat tijdens het proces wordt gezuiverd. Vervolgens stookt de kolencentrale het gezuiverde synthesegas mee bij de electriciteitsopwekking. Omdat het sloophout afval (vervuilde biomassa) is, vindt VROM dat zowel de vergasser als de kolencentrale onder de Besluit Verbranden Afvalstoffen (BVA) moeten vallen. Hierdoor zijn de emissieeisen, het meetregieme en storingsregiem voor de centrale veel strenger geworden. Dit heeft Essent doen besluiten om de houtvergasser stil te leggen.

Murat Duman (student rechten) en Luciaan Boels (student scheikundige technologie) onderzochten in hoeverre het terecht is dat de Amercentrale in geval van bijstoken van houtafval onder de BVA komt te vallen in plaats van onder het soepelere Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties (!) (BEES). De BVA is de implementatie van de Europese richtlijn Afvalverbranding (WID Waste Incineration Directive). Murat heeft onder andere onderzocht in hoeverre de BVA in overeenstemming is met de WID. Luciaan heeft het synthesegas qua samenstelling en uitstoot vergeleken met schone biomassa.

Volgens de WID is een energiecentrale geen meeverbrandingsinstallatie als in de vergassingsinstallatie afval een warmtebehandeling ondergaat met als doel het terugwinnen van grondstoffen (recovery) en het resulterende synthesegas de status van afval is kwijtgeraakt, voordat het wordt meeverbrandt in de kolencentrale. Als aan deze twee voorwaarden is voldaan dan zijn volgens de WID zowel de vergasser als de kolencentrale geen afvalverbrandingsintallaties.

Cruciaal is dus of de warmtebehandeling van afval in de vergasser beschouwd kan worden als een terugwinningsoperatie of niet. Hiertoe dient aan een aantal voorwaarden te moeten worden voldaan. Allereerst moet het ontstane synthesegas brandstoffen vervangen die de Amercentrale normaal zou stoken en leiden tot het behouden van deze natuurlijke hulpbronnen. Dit is het geval in de Amercentrale. Ten tweede moet de vervanging en het behouden van deze reguliere brandstoffen de hoofdstelling van de productie van synthesegas zijn. Dit lijkt het geval te zijn, omdat Essent geld betaalt voor het sloophout om synthesegas te produceren. Als Essent het sloophout wilde verwijderen, dan zou Essent eerder geld ontvangen voor het vergassingsproces. Ten derde, moet voldoende aannemelijk zijn dat de vergasser ook werkelijk doet wat Essent beweert dat het doet, namelijk de transformatie van sloophout tot een vervangende brandstof die qua samenstelling vergelijkbaar is met schone biomassa. Ook dit lijkt het geval te zijn omdat Essent één soort afval gebruikt en wekelijks controleert of het afval voldoet aan de door Essent gestelde criteria, zodat het synthesegas inderdaad in staat is om als vervangende brandstof te dienen. Bovendien kan verwacht worden dat de betaling voor het sloophout betekent dat de kosten voor het gebruik van synthesegas lager zijn dan de opbrengsten van het meestoken

De tweede voorwaarde is dat het synthesegas de status van afval is kwijt geraakt voordat het wordt bijgestookt. Hiervan is sprake als het synthesegas dezelfde eigenschappen heeft als de primaire grondstof die het vervangt en als synthesegas onder dezelfde milieuomstandigheden gebruikt kan worden, als de vervangende grondstof. Omdat Essent met het bijstoken van synthesegas groene energie wilde produceren, kan het synthesegas worden gezien als een vervanger voor de brandstof schone biomassa. Als het synthesegas echter niet vergelijkbaar is qua samenstelling met schone biomassa wat betreft de schadelijke componenten, dan blijft het synthesegas afval. Uit een vergelijking tussen het sloophout en het synthesegas blijkt dat het aandeel van schadelijke stoffen in het synthesegas na de transformatie sterk is verminderd. Verder blijkt dat het synthesegas een vergelijkbare samenstelling heeft als schone biomassa en onder dezelfde milieuvoorwaarden gebruikt kan worden.

Het vergassingsproces van de Amercentrale kan dus worden gezien als een proces om van vervuilde biomassa, sloophout, een vervangend product te maken voor schone biomassa. Hiermee zijn volgens de WID noch de Amercentrale noch de vergasser meeverbrandingsinstallaties. De BVA daarentegen beschouwt elke installatie die producten, ontstaan uit een afvalwarmtebehandeling, meestookt als een meeverbrandingscentrale. Hiermee is interpretatie van de Nederlandse regelgeving of een kolencentrale die warmtebehandelingsproducten van afval meestookt als meeverbrandingsinstallatie of als kolencentrale moet worden gezien, strenger dan de Europese regelgeving en lijkt de Nederlandse regelgeving haar eigen convenant met de kolencentrales te dwarsbomen.

Tijdens het onderzoek van Murat en Luciaan zag ook VROM het ongerijmde in van de situatie waarin de Amercentrale van Essent zich bevond en op termijn wil VROM de BVA aanpassen. Essent zal volgens de onderzoekers dan wel vaker haar sloophout dan wekelijks moeten controleren, omdat er kwaliteitsverschillen kunnen ontstaan tussen verschillende partijen sloophout. Deze kwaliteitsverschillen kunnen de uiteindelijke samenstelling van het synthesegas beïnvloeden zodat de vergelijkbaarheid van het synthesegas met schone biomassa in het geding kan komen, terwijl dit wel een vereiste is om binnen de WID niet als meeverbrandingsinstallatie te worden beschouwd.

Noot voor de pers

Informatie over het onderzoek:

- drs. Elise Kamphuis, coördinator Wetenschapswinkel Economie & Bedrijfskunde, tel. (050)3637182, e-mail: somar@rug.nl  of drs. C.M. (Karin) Ree, coördinator Chemiewinkel, tel:050-3634132, mail: c.m.ree@chem.rug.nl

- onderzoekers: Murat Duman (jurist), tel:0638245200, mail: dumanmurat1@hotmail.com of Luciaan Boels (chemisch technoloog) tel:0618868894, mail: L.Boels@student.rug.nl

Rapportgegevens:

M. Duman and L. Boels, The Waste Incineration Directive and its Implementation in the Netherlands: Assessment of Essent's Waste Wood Gasification Process , Murat Duman, Luciaan Boels, Groningen: University of Groningen, EDReC, 2007; isbn 978-90-78212-5

Laatst gewijzigd:05 april 2019 12:12

Meer nieuws

  • 14 oktober 2019

    Laten zien dat het kan

    Beiden zijn jonge hoogleraren scheikunde aan hetZernike Institute for Advanced Materials (ZIAM) en beiden kwamen ze in 2018 naar de RUG. Behalve dat ze nieuwe materialen ontwikkelen, hebben Moniek Tromp en Marleen Kamperman nog meer gemeen: ze treden...

  • 11 oktober 2019

    Gronings Solar Racing team van start in Australië

    Na twee jaar hard werken staat het Groningse Top Dutch Solar Racing team zondag 13 oktober aan de start van de Bridgestone World Solar Challenge in Australië. Het team bestaat uit studenten van de Hanzehogeschool, de RUG en het Noorderpoort. Afgelopen...

  • 11 oktober 2019

    Kick-off Young Science and Engineering Network (YSEN)

    Kick-off Young Science and Engineering Network (YSEN)