Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

006 - Toponderzoekschool MSCplus heet voortaan Zernike Institute for Advanced Materials

17 januari 2007

Het Materials Science Centreplus van de Rijksuniversiteit Groningen vierde op 16 januari 2007 dat het instituut voor de derde keer voor een periode van vijf jaar erkend wordt als toponderzoekschool. Een bijzonder eervol predikaat. Nederland telt slechts zes toponderzoekscholen en het MSCplus is de enige daarvan die uitsluitend aan één universiteit is verbonden. Maar behalve de hererkenning tot 2013 was er nog een reden voor feest. Het MSCplus krijgt een nieuwe naam: Zernike Institute for Advanced Materials.

'De nieuwe naam geeft duidelijker aan wat we zijn,' zegt directeur prof. dr. Jasper Knoester. 'Bij Materials Science Centre denken veel mensen aan klassieke materiaalkunde, zoals metallurgie. Dat is verwarrend, want ons onderzoek richt zich uitsluitend op nieuwe materialen zoals bijvoorbeeld plastics die elektriciteit geleiden of geheel nieuwe typen magneten die van belang zijn voor dataopslag.

Zernike-leerstoel
Bij de nieuwe naam hoort ook de Zernike-leerstoel, die wisselend door gasthoogleraren wordt bezet. Dat het instituut aantrekkingskracht over de hele wereld heeft, blijkt onder andere uit het feit dat prof. dr. R.J. Silbey, nu decaan van de Faculty of Science van het vermaarde Massachusetts Institute of Technology (MIT), bereid is gevonden gedurende de eerste helft van 2008 de Zernike-gastleerstoel te bezetten.

Nobelprijswinnaar
De naam Zernike Institute for Advanced Materials verwijst niet toevallig naar de Groningse Nobelprijswinnaar Frits Zernike. Zernike studeerde in Amsterdam scheikunde, wiskunde en natuurkunde. In Groningen werkte hij eerst bij de sterrenkundige Kapteyn, later werd hij hoogleraar theoretische natuurkunde. En dankzij zijn uitvinding van de fasecontrastmicroscoop betekende hij bovendien veel voor de biologie en geneeskunde.

Succesformule
Knoester: 'Zernike symboliseert dus bij uitstek het multidisciplinaire karakter van ons instituut. Want onze succesformule is dat wij de trend vóór waren. Bij ons werken al dertig jaar chemici en natuurkundigen, en later ook biologen, nauw met elkaar samen. Toen interdisciplinair onderzoek in de mode kwam, konden we daar dan ook snel op inspelen. En met samenwerken bedoel ik écht samenwerken. We hebben echt de wil om kennis en apparatuur met elkaar te delen. Bovendien: we doen dat uit onszelf - het is niet opgelegd.'

Teams
Knoester merkt regelmatig dat jonge onderzoekers zo’n omgeving heel plezierig vinden. 'Promovendi werken hier altijd in teams waarin ze met elkaar en met meerdere hoogleraren over hun onderzoek kunnen praten. Elders hoor je weleens iemand zeggen: onlangs was ik op een congres in Californië en daar hoorde ik eindelijk wat mijn buurman eigenlijk doet. Zo iets zal hier absoluut niet voorkomen.’

Noot voor de pers
Meer informatie: prof.dr. J. Knoester, te.: (050) 363 4369/4843, e-mail: j.knoester@rug.nl

+++++

Het Zernike Institute for Advanced Materials heeft chemici die de materialen maken en natuurkundigen die de eigenschappen van de nieuwe materialen bestuderen en de theorie er achter onderzoeken. Belangrijke onderzoeksgebieden zijn materialen met sterk-gecorreleerde elektronen, laserspectroscopie en hybride systemen – materialen die deels kustmatig, deels biologisch zijn.

Sterk-gecorreleerde elektronen
Knoester: ‘Materialen met sterk-gecorreleerde elektronen zijn materialen die zich niet gedragen op de ‘klassieke’ manier. Supergeleiders en buckyballen bijvoorbeeld, maar ook ferro-elektrische materialen die je kunt gebruiken voor computergeheugens en voor slimme materialen die een vormverandering omzetten in een elektrisch signaal, wat weer kan worden gebruikt om de vervorming weer terug te dringen. Dr. Beatriz Noheda en dr. Maxim Mostovoy doen daar in ons instituut veel onderzoek aan '

Laserspectroscopie
Voor het onderzoek aan materialen heeft het instituut een belangrijke techniek in huis: laserspectroscopie. De huidige decaan van de faculteit, prof.dr. Douwe Wiersma, behoort met zijn groep tot de wereldtop op dit gebied en heeft zeer geavanceerde apparatuur en nieuwe meettechnieken geïntroduceerd. De kortste lichtpuls ter wereld, in Groningen opgewekt, haalde zelfs het Guinness Book of Records. Knoester: ‘Bij andere onderzoeksinstituten merk ik vaak dat wij hier routinematig metingen doen die elders in de wereld de grootste moeite kosten. Men heeft gewoonweg de apparatuur en de expertise niet.’

Moleculaire ventielen
Op het gebied van de organische chemie is prof.dr. Ben Feringa een voorbeeld. Zijn onderzoek aan moleculaire motoren heeft in de chemische wereld enorm veel aandacht getrokken. Knoester: 'Een belangrijk nieuw project waaraan meerdere onderzoekers werken,  is het ontwikkelen van moleculaire ventielen die in een celmembraan geplaatst kunnen worden, waarna ze door middel van een lichtpuls of een chemische impuls opengezet kunnen worden. Dat zou toegepast kunnen worden bij het toedienen van medicijnen.'

Biosensoren
Een andere voorbeeld van een hybride systeem ligt op het terrein van moleculaire elektronica, het onderwerp van prof.dr.ir. Plaul Blom. Knoester:  'Wij zijn bezig met het maken van biosensoren. Dat zijn sensoren die gebaseerd zijn op biologische concepten. Eiwitten die stoffen kunnen herkennen en vervolgens een stroompje opwekken dat een signaal in werking zet.'

Kunstmatige cel
In het verlengde hiervan ligt een ambitieuze ondeneming: een kunstmatige cel maken. Knoester: 'En dan bottom-up beginnen. Dus niet een bacterie nemen en alles wat overbodig is weghalen, maar de cel van onderaf opbouwen met onderdelen. Dan kun je volledige controle krijgen over die cel.'

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:26
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws

  • 15 februari 2018

    Populaire wetenschapsblogger deelt spintronicafilm

    Een filmpje over het onderzoek van RUG-natuurkundige Bart van Wees is opgepikt door de populaire wetenschapsblogger Hashem Al-Ghaili. Via zijn Facebook site is de film in een paar dagen tijd meer dan 260.000 keer bekeken en ruim 2.100 keer gedeeld....

  • 14 februari 2018

    Portugese pleisterplaatsen meer in trek bij jonge grutto’s dan Spaanse

    Mo Verhoeven van de Rijksuniversiteit Groningen en collega’s hebben ontdekt dat de jonge grutto’s deze verandering in het trekpatroon bewerkstelligen. Bijna alle volwassen vogels blijven namelijk op de trek naar Nederland trouw aan hun normale route:...

  • 14 februari 2018

    Jochen Mierau: ‘De gezondheidsverschillen in Noord-Nederland zijn bizar’

    Als kleine jongen ervoer hij het enorme contrast tussen Oost- en West-Berlijn. Nu maakt hij zich sterk voor het verminderen van schrijnende gezondheidsverschillen in onze regio. Een gesprek met Jochen Mierau, de onvermoeibare initiatiefnemer van de...