Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

124 - Vroege virusmeting na longtransplantatie voorkomt complicaties

29 november 2006

Door na een longtransplantatie de hoeveelheid Epstein-Barr virus (EBV) in het bloed te meten en de hoeveelheid afweerremmende medicatie hierop aan te passen, kunnen gevallen van lymfeklierkanker na longtransplantatie voorkomen worden. Bovendien lijkt deze aanpak te leiden tot een afname van chronische afstoting van de getransplanteerde long en een toename van de overleving na transplantatie. Dit blijkt uit onderzoek van internist Erik Verschuuren van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Hij promoveert 13 december 2006 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Patiënten, die een longtransplantatie hebben ondergaan, krijgen medicatie die voorkomt dat het nieuwe orgaan door het lichaam wordt afgestoten. Door deze medicatie neemt de afweer van deze patiënten af. Daardoor kan het Epstein-Barr virus (EBV), bekend van de ziekte van Pfeiffer, weer opnieuw actief worden. Dit kan na een longtransplantatie leiden tot PTLD, een ziektebeeld dat lijkt op lymfeklierkanker. PTLD kan leiden tot de dood van de patiënten.

Herkennen risico

Volgens het onderzoek van Verschuuren is de beste manier om patiënten met een hoog risico op PTLD te herkennen, het rechtstreeks in het bloed meten van het DNA van het EB-virus. Uit zijn onderzoek blijkt verder dat een EBV-infectie, die na transplantatie meestal geen symptomen geeft, soms veel kan lijken op de eerste symptomen van afstoting van de getransplanteerde long. In de veronderstelling dat sprake was van afstoting kregen patiënten daar afweerremmende medicatie tegen. De EBV-infectie kon zich daardoor juist verder ontwikkelen, wat in sommige gevallen leidde tot een PTLD. Op basis van deze uitkomsten is het behandelprotocol aangepast. Het EBV-gehalte wordt nu standaard gemeten en bij tekenen die duiden op een EBV-infectie wordt de hoeveelheid afweerremmers aangepast. Hiermee wordt voorkomen dat te veel afweerremmers aan patiënten worden toegediend.

Positieve resultaten

Verschuuren toont aan dat de resultaten van deze aanpassing van het protocol in de praktijk zeer positief zijn. Het aantal patiënten dat PTLD ontwikkelt is sterk gedaald en de overleving na een longtransplantatie blijkt te zijn toegenomen. Tevens is het aantal patiënten bij wie chronische afstoting van de getransplanteerde long plaatsvindt sterk afgenomen. En door minder afweerremmers te geven worden ook andere infecties voorkomen wat leidt tot minder longfunctieverlies.

Curriculum vitae

Drs. E.A.M. Verschuuren (Breda, 1962) studeerde geneeskunde in Nijmegen. Hij werkt sinds 1997 in het longtransplantatieteam van het UMCG. Zijn promotieonderzoek deed hij bij de afdelingen Klinische Immunologie en Longziekten van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Hij promoveert tot doctor in de Medische Wetenschappen bij prof.dr. C.G.M. Kallenberg, prof.dr. G.H. Koëter en prof.dr. J.M. Middeldorp. De titel van zijn proefschrift is: "Balance between herpes viruses and immunosuppression after lung transplantation".

Noot voor de pers

Nadere informatie: via Joost Wessels, Bureau Voorlichting UMCG, tel. (050) 361 4464 of (050) 361 2200, e-mail: j.r.l.wessels@bvl.umcg.nl

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:23

Meer nieuws