Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

107 Meer individueel onderwijs soms ook nadelig

Evaluatie 'Kleine klassen, extra handen'
11 oktober 2006

'Inzet van extra personeel op de basisschool kan leiden tot meer onderwijs op maat, maar er zijn nu nog te veel negatieve neveneffecten.' Dat concludeert dr. Simone Doolaard van het Gronings instituut voor onderzoek van onderwijs GION uit een evaluatie van het beleid "Groepsgrootte en Kwaliteit" dat tien jaar geleden in het basisonderwijs van start ging. De positieve gevolgen overwegen, maar met name in groep 2 blijken er ook negatieve neveneffecten te zijn.

Vanaf 1997 kregen de basisscholen stapsgewijs meer geld om het onderwijs in de groepen 1 t/m 4 te verbeteren. De scholen konden daarmee de groepen kleiner maken en extra personeel inzetten. Op die manier zouden leerkrachten beter is staat zijn om iedere leerling onderwijs op maat te geven, waardoor leerlingen zich beter kunnen ontwikkelen.

Positieve signalen

Het onderzoek van Doolaard laat zien dat de groepsgrootte en de inzet van extra personeel inderdaad gevolgen heeft voor de kwaliteit van het onderwijs. In kleine groepen en in groepen waar geruime tijd extra personeel aanwezig is, wordt meer individueel en in kleine groepjes met kinderen gewerkt. Er wordt ook meer gesproken met kinderen over de leerstof en de taken. 'Dat zijn signalen dat leerkrachten er inderdaad in slagen om meer onderwijs te geven dat op de individuele leerling is toegesneden,' zegt Doolaard.

Maar dit heeft een keerzijde. Waar er meer individueel of in kleine groepjes met kinderen wordt gewerkt, zijn er ook meer kinderen die zonder begeleiding werken, of die niet aan het werk zijn. Met name in groep 2 zijn leerlingen in een kleine groep of een groep met extra personeel dan ook minder taakgericht bezig dan in een groep met meer dan tweeëntwintig kinderen zonder extra handen in de klas.

Bij de les

In de groepen met meer begeleiding wordt met de kinderen niet alleen meer gesproken over de leerstof, maar ook over allerlei andere – organisatorische – zaken. Alleen bijzonder drukke leerlingen varen wel bij extra hulp in de groep. Deze leerlingen worden beter bij de les gehouden als er extra handen in de groep zijn. Leerlingen die juist erg teruggetrokken zijn of leerproblemen hebben, profiteren echter nauwelijks. De gevolgen voor het onderwijs in de groep zijn vervolgens zichtbaar in de ontwikkeling van leerlingen. De leerlingen in een groep 2 met regelmatig extra hulp in de groep ontwikkelen zich minder snel dan de leerlingen in groepen met evenveel kinderen, maar zonder extra hulp.

Inhaalslag

De vertraagde ontwikkeling wordt echter weer goed gemaakt als leerlingen in groep 3 zitten. In groep 3 profiteren leerlingen wel van de gunstige omstandigheden in een kleine groep. Daar zijn ze taakgerichter aan het werk dan de leerlingen in een grotere groep en ontwikkelen ze zich beter. Een kleinere groep 3 is gunstig voor de ontwikkeling van met name de zwakkere leerlingen. Bovendien houden leerlingen die voorsprong vast.

Het onderzoek laat ook zien dat het adagium 'hoe kleiner, hoe beter' niet opgaat. Als zowel gekeken wordt naar de ontwikkeling van leerlingen als naar de kosten, blijkt dat een groep van circa twintig leerlingen optimaal is. Een nog kleinere groep is duurder en heeft geen extra positief effect meer op de ontwikkeling van leerlingen.

Voorstanders van het verkleinen van de groepsgrootte voeren als argument ook vaak het welbevinden van leerlingen en leerkrachten aan. Bij leerlingen zijn echter nauwelijks gevolgen voor hun gedrag en hun welbevinden te vinden. Ook op aspecten als werkhouding en stabiliteit van leerlingen zijn geen eenduidige effecten te vinden. Leerkrachten zelf zijn wel tevredener in kleinere groepen. Bovendien hebben zij meer het gevoel dat zij iets met leerlingen kunnen bereiken.

Betere afstemming

'Tien jaar na de start van het beleid "Groepsgrootte en Kwaliteit" kunnen we concluderen dat er gematigd positieve gevolgen te zien zijn,' zegt onderzoekster Doolaard. 'Ook is het duidelijk dat er nog ruimte is voor het verstevigen van de effecten.' Betere afstemming van de inzet van extra personeel op groeps- en schoolniveau kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat de onderwijsassistent niet werkeloos staat toe te kijken bij activiteiten die de leerkracht ook alleen met een groep kan uitvoeren. Ook zou er in de groepen met extra personeel minder tijd en aandacht verloren gaan als de organisatie strakker wordt, zoals dat in een grotere groep vaker voorkomt.

Tot slot laat het onderzoek zien dat geld eerlijk verdelen, door elke groep ongeveer evenveel formatie beschikbaar te geven, niet het meest efficiënt is. In groep 2 en met name 3 heeft groepsgrootte en de inzet van extra handen in de groep gevolgen voor de ontwikkeling van leerlingen, maar al in groep 4 is geen invloed meer te zien. Uit ander onderzoek zijn dezelfde uitkomsten bekend: hoe ouder de leerlingen hoe minder effect van groepsgrootte.

Noot voor de pers

Meer informatie: dr. S. Doolaard, tel. (050) 363 6660, e-mail: s.doolaard@rug.nl

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:23

Meer nieuws