Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

099 - Medicijngebruik bij ADHD te weinig gecontroleerd

19 september 2006

Stimulantia als Ritalin worden vaak voorgeschreven als de diagnose ADHD is gesteld. Maar gebeurt dat niet veel te snel en vooral ook onzorgvuldig en door de verkeerde personen? Nee, ontdekte farmaceut Adrianne Faber. Wel maakt ze zich naar aanleiding van haar onderzoek zorgen over het gebrek aan na-controle. In negentien procent van de gevallen wordt geen vervolgafspraak gemaakt om het gebruik van stimulantia te evalueren en waar nodig aan te passen. Faber promoveert op 2 oktober 2006 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

ADHD wordt steeds vaker gezien als een chronische aandoening. Het gebruik van stimulantia als Ritalin en Concerta is de afgelopen jaren dan ook sterk toegenomen. Niet alleen omdat vaker de diagnose ADHD wordt gesteld, maar vooral omdat kinderen de medicatie steeds langer gebruiken. ‘Er is maar weinig bekend over de effecten van stimulantia op de lange termijn. Juist daarom zou het verstandig zijn om het medicijngebruik regelmatig te evalueren’, aldus Faber.

Herhaalrecept

Veel ouders halen keer op keer een herhaalrecept. Dat is geen ideale situatie, volgens Faber. ‘Bij een kind in de groei kan het zijn dat de dosering tussentijds moet worden aangepast. En wie weet hebben de stimulantia wel helemaal niet het gewenste effect en moet worden overgestapt op een andere behandelmethode. Daar kun je alleen achterkomen door een goede en regelmatige evaluatie van het stimulantiagebruik.’

Waarom zo’n vervolgafspraak in veel gevallen niet plaatsvindt, is niet onderzocht; maar kan liggen aan diverse factoren. Voor huisartsen die de herhaalrecepten voorschrijven is het mogelijk niet duidelijk wat er van hen verwacht wordt. Sommige ouders hebben er misschien geen behoefte aan, maar het kan ook komen door een ongunstige samenloop van omstandigheden. Een afspraak die wordt afgezegd bijvoorbeeld, waarna het er niet meer van komt een nieuwe te maken. Ook opvallend is dat de mate en de kwaliteit van het monitoren sterk afhangt van het type arts.

Sluitend monitoring systeem

Volgens Faber is het belangrijk dat de ontwikkeling van ADHD kinderen die stimulantia krijgen voorgeschreven, regelmatig en zorgvuldig wordt gevolgd. Daarom zou een helder en sluitend monitoring systeem moeten worden ontwikkeld voor gebruikers van stimulantia, zodat de behandeling met deze medicatie alleen voortgezet kan worden indien er regelmatig controles plaatsvinden.

Aanleiding voor het promotieonderzoek van Faber is een rapport van de Gezondheidsraad uit 2000. Hieruit werd duidelijk dat er maar weinig bekend is over het gebruik van stimulantia bij kinderen met ADHD, terwijl het gebruik steeds meer toeneemt (van 0,6% in 1998 tot 1,2% in 2002). Dit leidde tot bezorgdheid en discussie over de toepassing van deze middelen bij kinderen. Want, hoewel veel kinderen met ADHD baat hebben bij gebruik van stimulantia, is het belangrijk dat deze niet gemakzuchtig worden voorgeschreven.

Vragenlijstonderzoek

Naast een databaseonderzoek deed Faber voor haar promotieonderzoek ook een vragenlijstonderzoek. 924 ouders van ADHD kinderen die in de onderzoeksperiode behandeld werden met stimulantia vulden deze lijst in. Ook 556 voorschrijvers van de medicatie vulden een vragenlijst in.

Op basis van dit onderzoek kan niet worden geconcludeerd of er sprake is van een over- of ondergebruik van stimulantia bij Nederlandse kinderen. Wel bleek dat de stimulantia bij ruim 80% van de kinderen wordt voorgeschreven door een specialist. In ruim 90% van deze gevallen was de reden om stimulantia te gebruiken de diagnose ADHD. Zowel volgens ouders als geraadpleegde artsen. Algemene bezorgdheid over het onoordeelkundig starten van de behandeling met stimulantia bij Nederlandse kinderen lijkt dan ook onnodig.

Curriculum vitae

Adrianne Faber (Groningen, 1972) studeerde farmacie aan de RUG. Zij promoveert tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen bij prof.dr. Lolkje de Jong-van den Berg en prof.dr. Ruud Minderaa, beiden verbonden aan de RUG. Faber voerde haar onderzoek uit bij de vakgroep GUIDE (Graduate School for Drug Exploration), afdeling Sociale Farmacie, Farmacoepidemiologie en Farmacotherapie. De titel van het proefschrift luidt: Stimulant treatment in children: A Dutch perspective. Faber werkt als apotheker/onderzoeker bij SIR Pharmacy Practice and Policy in Leiden.

Noot voor de redactie

Meer informatie: Adrianne Faber, telefoon (071) 576 61 57 (werk)

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:23

Meer nieuws

  • 25 mei 2018

    Een genschakelaar om gezond oud te kunnen worden

    Ouder worden gaat vaak gepaard met een afname van spierkracht en het ontstaan van ouderdomsziekten. Het is bekend dat een caloriebeperkt dieet verouderingsprocessen kan vertragen en daardoor het ontstaan van deze ziekten. Onderzoekers van het European...

  • 24 mei 2018

    Familie IC-patiënten tevreden over kwaliteit einde-leven-zorg

    Familieleden van patiënten op de Intensive Care vinden de kwaliteit van de zorg die daar geboden wordt, goed. Ze zijn in het bijzonder tevreden over de zorg aan het einde van het leven. Als verbeterpunt geven families aan dat ze meer betrokken hadden...

  • 24 mei 2018

    Deel antipestprogramma’s effectief

    Iedereen is ervan doordrongen dat pesten onwenselijk is. De consequenties voor kinderen die op school gepest worden, zijn bijzonder negatief: van slechte schoolprestaties tot psychische klachten als depressiviteit, klachten die kunnen aanhouden tot...