Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

079 - Wraak op de werkplek heeft boemerangeffect

28 juni 2006

Stelen, roddelen, gemene grappen uithalen, opzettelijk langzaam werken: het gedrag dat sommige werknemers vertonen kan bij geen enkele organisatie door de beugel. Volgens Stefan Thau zijn het vooral de werknemers die er graag bij willen horen en aardig gevonden willen worden die dit afwijkende gedrag vertonen. Thau: ‘Deze mensen zijn niet per se kwaadwillend, maar nemen wraak als ze zich buitengesloten voelen of vinden dat ze oneerlijk zijn behandeld. Dat geeft hun waarschijnlijk tijdelijk een beter gevoel, maar op de lange termijn kan hun gedrag een boemerang-effect hebben.’ Thau promoveert op 10 juli 2006 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Ze willen niet afwijken van de norm en hebben niet de bedoeling hun werkgever of collega’s schade toe te brengen. Workplace deviance oftewel afwijkend gedrag op de werkplek is een fenomeen dat zich niet op grote schaal voordoet. Toch komt het in de meeste bedrijven wel sporadisch voor, blijkt uit het onderzoek van Stefan Thau.

Schade

Thau baseert zijn onderzoek onder meer op de beoordelingen van leidinggevenden en collega’s bij verschillende bedrijven en organisaties in Amerika, Nederland en Duitsland. Thau: ‘Bij workplace deviance kun je aan allerlei vormen van gedrag denken, zoals collega’s voor de gek houden, gemene grappen uithalen, roddelen, kwetsende opmerkingen maken over iemands etniciteit of geloof, bedrijfseigendommen stelen of opzettelijk langzaam werken. Hoewel deze gedragingen niet altijd zeer ernstig van aard zijn, kunnen ze toch materiële of psychologische schade toebrengen aan het bedrijf en de mensen die er werken.’

Erbij willen horen

Volgens verschillende theorieën is het gedrag van mensen altijd op gericht op eigenbelang: je doet alleen iets als je er zelf baat bij hebt. Dat zou ook moeten gelden voor afwijkend gedrag op de werkplek. Thau laat zien dat mensen die graag bij een groep willen horen eerder afwijkend gedrag vertonen dan anderen. ‘Bij de groep willen horen, aardig gevonden willen worden zijn voorbeelden van de doelen die werknemers kunnen nastreven. Iemand voor wie deze doelen heel erg belangrijk zijn en denkt dat een collega of een leidinggevende hem verhindert zo’n doel te bereiken, kan afwijkend gedrag gaan vertonen. Hij kan bijvoorbeeld wraak nemen door vervelende roddels over een collega te verspreiden. Of door zijn werk te saboteren. Juist mensen die veel waarde hechten aan interpersoonlijke relaties op het werk zijn hier toe eerder geneigd dan mensen die een goede relatie met collega’s minder belangrijk vinden. Het trieste is wel, vind ik, dat deze mensen hun zelfvertrouwen op de korte termijn vergroten door wraak te nemen, maar dat ze er op de lange termijn niets aan hebben. Dit gedrag werkt namelijk als een boemerang: eerst geeft het hun een goed gevoel, maar al snel merken ze dat ze door dit gedrag nog veel meer buiten de groep vallen dan eerst.’

Wraak op de manager

Een andere reden om dit soort gedrag te vertonen is het gevoel oneerlijk behandeld te zijn. Thau: ‘Dan richt het gedrag zich vooral op de leidinggevende. Een manager die mis-prijzende opmerkingen over een werknemer maakt of zijn ideeën in twijfel trekt, schaadt het zelfvertrouwen van deze werknemer. Als die toch al een laag zelfbeeld heeft en gevoelig is voor interpersoonlijke relaties, kan het zo zijn dat hij zijn manager terug wil pakken. Dat gebeurt niet zo rechtstreeks als bij collega’s, omdat een baas natuurlijk meer macht heeft. Je ziet dan vaak dat mensen opzettelijk langzaam gaan werken, zich onnodig ziek melden of bedrijfsmiddelen stelen. Mensen hebben dan het gevoel dat ze wraak hebben genomen. Toch werkt ook dit gedrag averechts: hun positie binnen het bedrijf en de verstandhouding met de manager worden er zo niet beter op.’

Preventie

Managers zouden wat Thau betreft meer kunnen doen om afwijkend gedrag op de werkplek te voorkomen. ‘Als je merkt dat een werknemer buitengesloten wordt, weet je dat er iets niet in orde is op de werkvloer. Je kunt proberen dit soort gedrag te voorkomen door hier met je medewerkers over te praten. Je kunt ook werken aan een sfeer binnen een team waarbij iedereen er gewoon bijhoort en niemand wordt buitengesloten.’ Managers zouden zich ook moeten realiseren hoe belangrijk het voor mensen is om bij een groep te horen. ‘Dat was in de oertijd al zo: als je niet bij de groep hoorde, ging je eraan. Ook de relatie met een manager kun je op die manier verklaren. Als je baas, degene met macht, je niet goed behandelt, schaadt dat je standing in de groep. Dan gaan al je alarmbellen rinkelen. Het is dan ook geen wonder dat mensen manieren zoeken om hier iets aan te doen. Helaas voor deze mensen blijkt duidelijk dat het nemen van wraak geen goede optie is.’

Curriculum vitae

Stefan Thau (Koblenz Duitsland, 1979) studeerde psychologie aan de universiteit van Mannheim in Duitsland en Organizational Behavior aan de universiteit van Winsconsin in de Verenigde Staten. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek bij de Graduate School ICS van de Faculteit der Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de RUG. Thau is vanaf augustus 2006 werkzaam als assistent professor Organizational Behaviour aan de London Business School in Groot Brittannië. Thau promoveert tot doctor in de Gedrags- en Maatschappijwetenschappen aan de RUG. Zijn promotores zijn prof. dr. R.P.M. Wittek, prof. dr. F.N. Stokman en prof. dr. R.J. Bennett. De titel van zijn proefschrift luidt Workplace Deviance: four studies on employee motives and self-regulation.

Noot voor de pers

Informatie: Stefan Thau, tel. (050) 363 6237 (werk), e-mail s.t.thau@rug.nl .

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:23

Meer nieuws