Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

143 - Historie van de klok toont aan: intelligente computers bestaan niet

15 november 2005

Kunnen machines zelfstandig denken? Zijn computers straks slimmer dan mensen? Vragen die al vele sciencefictionschrijvers hebben geïnspireerd tot vuistdikke romans. Naar aanleiding van het 50-jarige jubileum van de kunstmatige intelligentie in 2006 gaat Sybe Izaak Rispens terug in de tijd. Hij vergelijkt het effect van de uitvinding van de computer met die van de klok 400 jaar geleden. ‘Wat we van de historie van de klok kunnen leren is dat het debat over kunstmatige intelligentie gedoemd is een zachte dood te sterven.’ Rispens promoveert op 24 november 2005 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Volgens de filosoof-wetenschapshistoricus Rispens is het debat over kunstmatige intelligentie of Artificial Intelligence (AI) in een impasse geraakt. Wetenschappers hebben felle discussies gevoerd, maar zijn in de afgelopen halve eeuw geen stap verder gekomen. Rispens: ‘Met mijn onderzoek wil ik die impasse helpen doorbreken. Daartoe heb ik de inhoudelijke vraag of computers intelligent kunnen zijn laten rusten, omdat wij het uiteindelijk daar nooit met elkaar over eens worden. In plaats daarvan heb ik de discussie naar een ander plan getild door de uitvinding van de computer te vergelijken met die van de mechanische klok.’

Verrassende parallellen

De klok en de computer vertonen opvallend veel overeenkomsten, vertelt Rispens. ‘De overeenkomsten zie je vooral als je kijkt naar de “idee” achter de machines. Als je in de tekst van een  wetenschapper uit de zeventiende eeuw het woord “klok” vervangt  door “computer”, zou zo’n tekst van 400 jaar oud zo kunnen doorgaan voor een moderne publicatie.’ Zo werken beide apparaten autonoom, werken ze met symbolen en verrichten ze geen ‘arbeid’ in de klassieke zin. Opvallend is ook dat computer en klok een hoofdrol spelen in de filosofische debatten van hun tijd. In de zeventiende eeuw bedachten filosofen simulaties en gedachtenexperimenten waarmee ze de werkelijkheid helemaal als een mechanische klok  probeerden te verklaren. Zo stelde Descartes dat dieren niets meer zijn dan tandwielbakken en dat hun gedrag op deze manier volledig te verklaren was. Net als nu deed men graag voorspellingen over toekomstige technische ontwikkelingen op basis van gedachtenexperimenten. Ook de manier waarop men uitwending gedrag verklaarde op basis van het mechaniek erachter, lijkt erg veel op de wijze waarop de huidige wetenschap denken probeert te verklaren aan de hand van de ‘bedrading’ van de hersenen.

Eenzijdige benadering

Juist van de overeenkomsten in de debatten over de klok en de computer kunnen wetenschappers van nu veel leren. Je ziet hoe bepaalde geavanceerde vormen van techniek de manier van denken van mensen kunnen beïnvloeden. Ze zijn al snel geneigd om aan de hand van de high-tech van het moment de werkelijkheid te verklaren. Dat gebeurt ook in het debat over kunstmatige intelligentie. Wat we van de klok kunnen leren, is dat dit een heel eenzijdige manier van benadering oplevert. Neem het gedachtenexperiment: ook als de klokkenmakers van toen oneindig verfijnde mechanismen hadden bedacht, dan nog zouden ze nooit Newtons wetten van de mechanica hebben kunnen ontdekken. Net zo kun je een universele vraag als ‘wat is intelligentie?’ niet beantwoorden door steeds ingewikkelder computersystemen te bouwen. Er zal altijd een bredere, filosofisch-wetenschappelijke reflectie voor nodig zijn.

Symbolisch denken

Wat het voorbeeld van de klok ons ook kan leren is hoe groot de impact is van een symbolische machine. We weten inmiddels vrij goed hoe stoommachines en dieselmotoren de samenleving kunnen veranderen. Maar we begrijpen nog steeds niet op welke manieren symbolische machines ons denken in een bepaalde richting sturen. Rispens: ‘Wij vinden het nu heel logisch dat het te eenvoudig is om de natuur te verklaren als een soort mechanische klok. Toch proberen we nog steeds het brein aan de hand van een computer te verklaren. Ik denk dat mensen over honderd jaar hoofdschuddend terugkijken op onze tijd en de manier waarop wij de werking van onze hersenen proberen te verklaren naar het model van de computer.’

Domme assistenten

De computer zelf is absoluut geen doodlopende weg. Rispens heeft hoge verwachtingen wat de computertechniek ons nog zal brengen, zoals het koppelen van het menselijke zenuwstelsel met computerchips. ‘Bij slechthorenden en mensen met prothesen kunnen er op dit moment al chips  worden geïmplanteerd. Toch verwacht ik niet dat de computer door die koppeling een antwoord zal geven op de vraag wat intelligentie is. Computers zullen in mijn ogen steeds meer worden gezien als fascinerende, maar domme assistenten van de mens. Daarom verwacht ik dat het debat over de kunstmatige intelligentie een zachte dood zal sterven, net zoals het debat indertijd over dieren als een soort complexe klokken in de achttiende eeuw als een nachtkaars is uitgedoofd.’

Curriculum vitae

Sybe Izaak Rispens (Dokkum, april 1969) studeerde Elektrotechniek in Leeuwarden en Enschede, Wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam en Wetenschaps- en Techniekgeschiedenis aan de Technische Universität in Berlijn. Hij rondde zijn promotieonderzoek af bij de vakgroep Geschiedenis van de Psychologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de RUG. Sinds 1992 schrijft hij voor diverse Europese tijdschriften over wetenschap en techniek. Hij schreef drie boeken, waaronder Einstein in Nederland. Een intellectuele biografie, dat in januari 2006 bij uitgeverij Ambo/Anthos verschijnt. Rispens promoveert bij prof. dr. Douwe Draaisma. De titel van zijn proefschrift luidt Machine Reason. A history of clocks, computers en consciousness. Een Nederlandse vertaling verschijnt in de loop van 2006 als handelsuitgave.

Noot voor de pers

Informatie: Sybe Izaak Rispens, telefoon  00 49 306 959 9530, e-mail sybe@rispens.de , www.rispens.de

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:20

Meer nieuws