Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

098 - Moderne techniek onthult wereld achter schilderijen

06 september 2005

Met moderne technieken achter de verf van schilderijen kijken. Terug in de tijd, over de schouder van de schilder. Zo komt het verleden tot leven en zien we voor het eerst met welke vragen de kunstenaar worstelde tíjdens zijn werk. Kunsthistoricus Ron Spronk promoveert op tien eerder gepubliceerde studies naar Nederlandse schilderijen, van de vijftiende eeuw tot Mondriaan. Stuk voor stuk proberen de studies een brug te slaan tussen de overleden meester en zijn publiek. Spronk promoveert op 19 september aan de Rijksuniversiteit Groningen.

De artikelen zijn grotendeels in vakbladen en tentoonstellingscatalogi verschenen. Ze beschrijven het materieeltechnisch onderzoek van schilderijen dat Spronk uitvoerde bij de kunstmusea van Harvard University in Massachusetts. Spronk maakt bij zijn onderzoek gebruik van verschillende technieken, zoals infrarood reflectografie, ontwikkeld door Van Asperen de Boer, oud-hoogleraar aan de RUG. Het legt de eerste schetsen bloot die de Nederlandse meesters bijna altijd met zwarte materialen op een witte plamuurlaag maakten. Daarnaast gebruikt Spronk digitale beeldverwerking om zijn onderzoeksresultaten beter inzichtelijk te maken.

Schilder in problemen

Vaak komt met deze en aanverwante technieken interessante informatie aan het licht. ‘Achter een Madonna met kind uit de werkplaats van de vijftiende-eeuwse schilder Dirk Bouts gaat een staand naakt schuil. Zulke tekeningen kwam je niet vaak tegen in die tijd.’ Een ander voorbeeld zijn de bazuinen in een ‘Laatste Oordeel’ van Jan Provoost. Het schilderij toont een engel met drie bazuinen in de mond, geflankeerd door twee kleinere engelen, elk met één bazuin. Spronk: ‘Op de schets achter de verf zie je maar één engel met maar liefst tien bazuinen, die bedoeld waren om diepte te creëren. Tijdens het schilderen merkte Provoost dat dit niet ging werken. Toen bedacht hij de kleinere engelen. Je ziet dankzij de techniek hoe een schilder in de problemen raakt en hoe hij deze problemen oplost.’

Dendrochronologie

De wetenschappelijke benadering van een schilderij kan tot nieuwe inzichten leiden in de kunsthistorische wereld. Dankzij de hulpwetenschap dendrochronologie kwam Spronk erachter dat er een verband bestaat tussen drie andere schilderijen van Provoost. Houtbiologen stelden de kapdatum vast van het hout waar de schilderijen op gemaakt zijn. De drie panelen, verspreid over Brugge, Rotterdam en Antwerpen, blijken uit dezelfde boom te komen en een drieluik te hebben gevormd. ‘Datering is een erg belangrijk instrument voor kunsthistorici. Vroeg-Nederlanse schilders gebruikten allemaal eikenhout uit de Baltische staten. Daarvan is de kapdatum relatief makkelijk vast te stellen. Eerder dan die datum kan het schilderij dus nooit vervaardigd zijn.’

Dubbele datum

Van de tien artikelen, die vanuit verschillende invalshoeken zijn geschreven, springt de studie over Mondriaans transatlantische werken het meest in het oog. Het project, uitgevoerd door Spronk en zijn collega Harry Cooper, haalde wereldwijd de media en werd bekroond met een prestigieuze prijs van de Amerikaanse beroepsvereniging van kunsthistorici. Spronk maakte gebruik van een breed scala aan onderzoeksmethoden, waaronder infrarood- en röntgentechnologie, maar ook uv-stralen, binoculaire microscopie en chemische analyses.

Mondriaan

Zo leerde hij de Mondriaan kennen die tijdens het Nazi-bewind van Parijs via Londen naar New York verhuisde. De schilder stuurde zeventien van zijn doeken vooruit. Veel daarvan waren voltooid, maar nog niet verkocht. In Amerika maakte de beeldtaal van Mondriaan een snelle revolutie door. Daarom bewerkte hij de schilderijen opnieuw en gaf ze een dubbele datum, om te laten zien dat er iets bijzonders mee aan de hand was. ‘Mondriaan ging uitermate nauwkeurig, bijna neurotisch te werk. Nieuwe lijnen en kleurvlakken schilderde hij niet over het bestaande verfoppervlak, maar legde er als het ware in. Dat heeft talloze sporen op het doek opgeleverd. Die hebben we gezocht en gevonden, het was echt een avontuur.’ Het onderzoek betekende een belangrijke verrijking voor het kunsthistorisch onderzoek naar de laatste jaren van Mondriaan. ‘Dankzij deze moderne technieken kunnen kunsthistorici hun onderzoek met grotere nauwkeurigheid doen.’

Curriculum vitae

Ron Spronk (Zaltbommel, 1957) werkte een aantal jaren in het maatschappelijk werk. Daarna studeerde hij kunstgeschiedenis aan de RUG van 1988 tot 1993 en in het laatste studiejaar aan de Indiana University, Bloomington. Na zijn afstuderen keerde hij terug naar Bloomington om promotieonderzoek te verrichten bij prof. dr. Molly Faries, die sinds een aantal jaren aan de RUG doceert. Sinds het behalen van zijn ‘doctoral candidacy’ in 1994 werkt Spronk voor de Harvard University Art museums, waar hij momenteel conservator onderzoek is aan het Straus Center for Conservation and Technical Studies. Hij publiceerde talloze artikelen en kreeg wereldwijd bekendheid met een project waarbij zeventien ‘transatlantische’ Mondriaans onder de loep werden genomen. Spronk promoveert tot doctor in de letteren bij prof. dr. Molly Faries. Het onderzoek is verricht aan de Indiana University te Bloomington en de Harvard University Art Museums. De titel van het proefschrift luidt: Examining Materials and Techniques of Easel Paintings: Ten Technical Studies (1996-2005).

Noot voor de pers

Informatie: Ron Spronk, e-mail: ron_spronk@harvard.edu

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:20

Meer nieuws