Skip to ContentSkip to Navigation
About usNews and EventsNews articles

074 - Huisarts slecht geschoold in vaststellen doodsoorzaak

15 juni 2005

Bij eenderde van alle sterfgevallen is het niet duidelijk waaraan de patiënt precies overlijdt. Toch zijn huisartsen nauwelijks geschoold in het vaststellen van de doodsoorzaak. Dat is jammer, vindt huisarts Feike Oppewal, want die informatie kan nabestaanden helpen bij het rouwproces. Ook zouden huisartsen meer mogelijkheden moeten krijgen om sectie te laten verrichten. Oppewal promoveert op 29 juni aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Oppewal onderzocht vanuit het Universitair Medisch Centrum Groningen hoe huisartsen in Oost-Groningen met sterfgevallen omgaan. Meer dan de helft van alle sterfgevallen vindt thuis plaats. De huisarts is daarom vaak het eerste aanspreekpunt en moet dus goed zijn toegerust om het overlijdensproces te begeleiden. Eén van de belangrijkste handelingen is het vaststellen van de doodsoorzaak.

Scholing schiet tekort

Oppewal constateert echter dat de opleiding en nascholing van artsen tekort schiet. De helft van de co-assistenten krijgt geen onderwijs in het vaststellen van de doodsoorzaak. Geen van hen wist de juiste formulieren te benoemen die de huisarts bij een sterfgeval moet invullen. Bovendien heeft een kwart van de studenten nog nooit een obductie bijgewoond.

Geen sectie

Bij een onverwacht natuurlijk overlijden kan de huisarts sectie laten verrichten door een klinisch patholoog. Dat gebeurt echter maar in een kwart procent van alle gevallen. Volgens Oppewal komt dit ondermeer door de onduidelijke financiële afwikkeling. Anders dan bij reguliere verwijzingen naar specialisten, worden de kosten voor een obductie en het vervoer naar het ziekenhuis niet vergoed door de zorgverzekeraar. Veel huisartsen vinden het ook moeilijk om het onderwerp bij de nabestaanden aan te kaarten. Als ze obductie wél als optie noemen, stuiten ze vaak op weerstand.

Rouwverwerking

"Huisartsen moeten nabestaanden kunnen overtuigen van het belang om de doodsoorzaak te kennen", zegt Oppewal. "De rouwverwerking kent dan een heel ander vertrekpunt. Mensen zitten jaren later niet meer met die prangende vraag: wat is er nou eigenlijk gebeurd?" Behalve voor een betere rouwverwerking kan obductie ook van levensbelang zijn voor de nabestaanden. Bijvoorbeeld als er sprake is van erfelijke aandoeningen.

Verkeerde statistieken

Het geringe aantal obducties heeft ook politieke consequenties. Alle gegevens over doodsoorzaken gaan naar het Centraal Bureau voor de Statistiek. Omdat het vaststellen van de doodsoorzaak in de praktijk vaak giswerk is, is het mogelijk dat deze statistieken niet overeenkomen met de werkelijkheid. Oppewal: "In dat geval zouden het subsidiebeleid voor de gezondheidszorg en de strategie voor preventievoorlichting gebaseerd zijn op onjuiste cijfers."

Laatste verwijzing

Oppewal pleit voor een transmurale afspraak tussen huisartsen, ziekenhuizen en zorgverzekeraars. Zorgverzekeraars zouden obductie als een reguliere, laatste verwijzing moeten beschouwen en daarvoor ook de kosten moeten dragen. Hij becijfert dat de nieuwe werkwijze kan leiden tot zo'n veertien- tot twintigduizend extra obducties per jaar. Als voorzet op zo'n afspraak ontwikkelde Oppewal een protocol dat huisartsen kunnen volgen bij een plotseling en onverwacht overlijden.

Curriculum vitae

Feike Oppewal (Leeuwarden, 1949) studeerde geneeskunde aan de RUG, waar hij ook de huisartsopleiding volgde. Hij werkt sinds 1979 als huisarts. Oppewal promoveert tot doctor in de medische wetenschappen bij prof. dr. B. Meyboom-de Jong en dr. F. Smedts. Hij voerde zijn onderzoek uit bij de disciplinegroep Huisartsgeneeskunde van het UMCG, in samenwerking met huisartsen die naar het Refaja ziekenhuis in Stadskanaal verwijzen. De titel van het proefschrift luidt Obductie als laatste verwijzing in de huisartspraktijk, aspecten van doodsoorzaken.

Noot voor de pers

Voor informatie: Eddy Brand, bureau Voorlichting, Universitair Medisch Centrum Groningen, tel. (050)361 40 15/361 22 00, e-mail: e.c.brand@bvl.umcg.
Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:20

Meer nieuws

  • 23 augustus 2019

    Opening Academisch Jaar 2019-2020 in teken van data

    De officiële opening van het 406e Academisch Jaar van de Rijksuniversiteit Groningen is op maandagmiddag 2 september 2019 in de Martinikerk. Rector Magnificus Cisca Wijmenga leidt voor het eerst de feestelijke ceremonie. Deze vindt plaats van 16.00...

  • 13 augustus 2019

    Eat, sleep, recycle

    De 51e editie van de KEI-week staat in het teken van duurzaamheid. De afgelopen jaren zijn steeds meer duurzame initiatieven gestart en bestaande projecten verbeterd. Stichting KEI wil studenten inspireren en haar maatschappelijke verantwoordelijkheid...

  • 12 augustus 2019

    Geen verband tussen koude winters en Arctische klimaatverandering

    Recente studies naar de relatie tussen de afname van zee-ijs op de Noordpool en ijskoude winters op gematigde breedtes, zoals de Polar Vortex koudegolven in Noord-Amerika, lijken te suggereren dat er een verband is tussen koude winters en Arctische...