Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

018 - Woonlasten grote gemeenten stijgen 1,6 procent

Kleinste stijging ooit gemeten
18 februari 2005

De grote gemeenten verhogen hun woonlasten dit jaar met gemiddeld 1,6 procent. Een gemiddeld huishouden betaalt daardoor 11 euro meer dan vorig jaar aan onroerende-zaakbelastingen (ozb), rioolrecht en reinigingsheffing. Vorig jaar was de stijging nog 4,4 procent. De lastenverschillen tussen gemeenten nemen af. Dit blijkt uit het Belastingoverzicht Grote Gemeenten 2005, dat is opgesteld door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen.

COELO onderzocht – zoals ieder jaar - voor dit overzicht de tarieven in 35 grote gemeenten, waar ruim 36 procent van de Nederlandse bevolking woont. Het volledige Belastingoverzicht Grote Gemeenten is te vinden op www.coelo.nl.

Woonlasten grote gemeenten

De gemeentelijke woonlasten (ozb, rioolrecht en reinigingsheffing, minus eventuele korting) voor een meerpersoonshuishouden lopen dit jaar met 1,6 procent op tot gemiddeld 697 euro. Dit is de kleinste stijging in de geschiedenis van het Belastingoverzicht Grote Gemeenten. De woonlastenstijging is nagenoeg gelijk aan de inflatie (1,5 procent). Het goedkoopst is Alkmaar (607 euro) en het duurst Ede (843 euro). De grootste woonlastenstijging vond plaats in Emmen (8 procent), de kleinste in Haarlemmermeer (een daling van 8 procent). Huishoudens met een minimuminkomen komen in alle grote gemeenten in aanmerking voor kwijtschelding, zij het niet altijd van de gehele aanslag. Gemiddeld betalen zij 6 euro. Over het geheel genomen stijgen de woonlasten het minst in gemeenten waar deze lasten al relatief hoog zijn. De lastenverschillen tussen gemeenten nemen daardoor af.

Tarieven

De ozb-tarieven zijn dit jaar flink verlaagd in reactie op de hogere taxatiewaarde van onroerend goed. Gecorrigeerd voor die waardestijging stijgt het gemiddelde ozb-tarief voor woningen met 2,4 procent en dat voor niet-woningen met 2,9 procent. Amsterdam heeft de laagste tarieven, Leeuwarden de hoogste. Het tarief voor niet-woningen (vooral bedrijfspanden) is gemiddeld twee keer zo hoog als dat voor woningen. Dat komt doordat niet-woningen al jaren veel minder in waarde stijgen (dit keer 16 procent) dan woningen (52 procent).

Het gemiddelde tarief voor rioolrecht neemt in de grote gemeenten toe met 4,9 procent tot 100 euro. Eindhoven verlaagt het tarief met 15 procent, Den Haag verhoogt het met 26 procent. Niet alle onderzochte gemeenten heffen rioolrecht. Hilversum heeft het hoogste tarief (181 euro). Met de opbrengst van het rioolrecht wordt gemiddeld 88 procent van de kosten van de riolering betaald. De rest wordt bekostigd uit de ozb-opbrengst.

Het gemiddelde tarief van de reinigingsheffing (reinigingsrecht of afvalstoffenheffing) stijgt in de grote gemeenten met 1,9 procent tot 245 euro. Nijmegen verhoogt het tarief het meest (13 procent), Venlo is de grootste daler (-9 procent). Het laagste tarief kent Leiden (0 euro), het hoogste Delft (307 euro). Met de opbrengst van de reinigingsheffing dekken de onderzochte gemeenten gemiddeld 93 procent van de kosten van de afvalinzameling en ‑verwerking.

Nu het kabinet de Zalmsnip heeft afgeschaft geven sommige grote gemeenten hun inwoners uit eigen zak een korting op de belastingaanslag. Hierdoor stijgen de woonlasten als geheel minder dan ozb, rioolrecht of reinigingsheffing afzonderlijk. De hoogste korting geeft Enschede (61 euro).

Technische toelichting

Woonlasten worden berekend voor een woning met de in de desbetreffende gemeente geldende gemiddelde waarde. Omdat die waarden voor 2005 nog niet bekend zijn, is de waarde in 2004 verhoogd met de stijging van de waarde van woningen. Die stijging weerspiegelt echter niet alleen de waardestijging van individuele woningen, maar ook de toename van de woningvoorraad. Daardoor liggen de werkelijke woonlasten iets lager dan hier vermeld, en is de lastenstijging kleiner. De afschaffing van de Zalmsnip is bij het stijgingspercentage van de woonlasten niet meegerekend, omdat dat een rijksmaatregel is die via het landelijke inkomensbeleid wordt gecompenseerd. De cijfers voor ozb en woonlasten zijn exclusief Sittard-Geleen, dat nog geen ozb-tarieven heeft vastgesteld.

Noot voor de pers

Meer informatie: dr. M.A. Allers, tel. ( 050) 363 37 45, e-mail coelo@eco.rug.nl.

Het volledige Belastingoverzicht Grote Gemeenten is te vinden op www.coelo.nl.

M.A. Allers, Belastingoverzicht Grote Gemeenten 2005, COELO, Groningen, ISBN 90 76276 35 8.

  Tarievenoverzicht grote gemeenten 2005 (meerpersoonshuishoudens)

Tarief in euro’s Verandering t.o.v. 2004 (%)
laagste gemiddeld hoogste kleinste stijging gemiddeld grootste stijging
ozb woningen (per 2.268 euro) 2,58 4,62 8,54 -8,6 2,4 10,7
ozb niet-woningen (per 2.268 euro) 5,30 8,95 16,62 -10,3 2,9 14,1
Reinigingsheffing 0 245 307 -9,3 1,9 13,2
Rioolrecht 0 100 181 -15,3 4,9 25,6]
Woonlasten* 607 697 843 -8,2 1,6 7,9

Gemiddelden zijn gewogen naar inwonertal.

*ozb gebruiker en eigenaar voor een woning met de in de betreffende gemeente geldende gemiddelde waarde, plus rioolrecht en reinigingsheffing voor een meerpersoonshuishouden, min eventuele heffingskorting.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:20

Meer nieuws