Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

121 Schikken in bestuursrecht groter succes door afstandsclausule

23 november 2004

Mediation is hot. Weg met de eindeloze rechtszaken tussen burger en overheid. Weg met slepende procedures over een bestemmingsplan of een vergunning. Gewoon rond de tafel en er samen uitkomen; dat verlicht volgens minister Donner van Justitie de druk op de rechter en leidt bovendien tot een grotere consensus. Of toch niet? Promovendus Kars de Graaf onderzocht of schikken in het bestuursrecht werkelijk zoveel potentieel heeft. Zijn conclusies: de mogelijkheden zijn veel beperkter dan vaak wordt aangenomen. Maar mocht het tóch tot een schikking komen, dan is die succesvol omdat de burger afstand kan doen van zijn recht om in beroep te gaan. De Graaf promoveert op 2 december 2004 aan de Rijkuniversiteit Groningen.

In het burgerlijk recht is schikken aan de orde van de dag; een eenvoudige manier om alle partijen tevreden te stellen, zonder tussenkomst van de rechter. In bestuursrechtelijke zaken zijn schikken en mediation, waarbij een onafhankelijke derde de onderhandelingen leidt, in opkomst. De voorvechters voor dit systeem moeten niet te hard van stapel lopen, concludeert De Graaf: ‘Er zitten veel haken en ogen aan het treffen van een schikking in het bestuursrecht.’

Karakter

Schikken past om een paar redenen niet goed binnen het bestuursrecht. Zo is het karakter van dit recht grotendeels dwingend. Iets wat van overheidswege is opgelegd, is dus bij uitstek niet onderhandelbaar. Als de wet wél ruimte laat voor onderhandelingen, dan moet rekening worden gehouden met allerlei regels die het treffen van een schikking bemoeilijken, zoals openbaarheid van bestuur en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheidsbeginsel. Als overheid wil je immers geen precedenten scheppen of mensen voortrekken.

Als aan al deze voorwaarden is voldaan en partijen tot overeenstemming komen, volgt opnieuw een obstakel dat onvoorwaardelijk succes van schikken in de weg staat. Een schikking is nog geen politiek besluit. Nadat overeenstemming is bereikt, moet de overheid dit met een besluit bekrachtigen. ‘Daar is iets geks mee aan de hand’, aldus De Graaf. ‘Want de burger mag volgens de regels van het bestuursprocesrecht weer in beroep gaan tegen dit besluit, ook al ging hij er bij de schikking mee akkoord.’

Afstandsclausule

Deze gang van zaken ondermijnt het succes van schikken in het bestuursrecht en moet worden aangepakt, aldus één van de aanbevelingen in De Graafs proefschrift. Bijvoorbeeld door een clausule in de schikking op te nemen waarin de burger afstand doet van zijn recht om in beroep te gaan. ‘Hiermee geef je de burger een grotere verantwoordelijkheid. In het burgerlijk procesrecht is dit al mogelijk, net als in het belastingrecht. Maar in het algemeen bestuursprocesrecht is zo’n clausule nog niet geldig, omdat het recht om in beroep te gaan zwaarder telt dan zo’n afspraak.’

Betuttelen

Waarom zou je burgers betuttelen, vraagt De Graaf zich af. Mits alle informatie op tafel ligt, zijn ze in veel gevallen in staat zelf een afweging te maken. En dat geldt niet alleen voor de burger die zaken doet met een overheidsinstantie, het geldt ook voor derden die in dezelfde zaak belangen hebben. ‘Stel je voor dat een Chinees zijn zaak wil uitbreiden en de wettelijke kaders staan dit toe. Dan kan de Chinees afspraken maken met de overheid, maar bijvoorbeeld ook met de student die naast zijn zaak woont. In ruil voor een financiële genoegdoening kan hij de student vragen zijn recht op beroep op te geven.’

De bestuursrechters moeten de afstandsclausule in een schikking zwaarder laten tellen dan het recht om in beroep te gaan. Dat is een formalisering die schikkingen een stuk succesvoller zou maken. Bovendien is het een logische stap, gezien de ontwikkelingen in het bestuursprocesrecht, meent De Graaf: ‘Het algemeen bestuursprocesrecht schuift steeds verder naar het burgerlijk procesrecht toe. Als we dat een goede zaak vinden, moeten we ook dezelfde normen gaan hanteren.’

Curriculum vitae

Kars Jan de Graaf (Bedum, 1976) studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek bij de vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde. De Graaf promoveert tot doctor in de rechtsgeleerdheid bij prof.dr. D.A. Lubach en prof.dr. H.E. Bröring, beide verbonden aan de RUG. Op dit moment werkt De Graaf als universitair docent bij de vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde van de faculteit Rechtsgeleerdheid. Hij deed onder andere onderzoek naar het mediationproject bij de provincie Overijssel. De titel van het proefschrift luidt: Schikken in het bestuursrecht. Een rechtsvergelijkend onderzoek naar de mogelijkheden en consequenties van schikken in bestuursrechtelijke procedures. Er is een handelsuitgave door Boom Juridische uitgevers. ISBN 90-5454-513-5. De prijs van het boek bedraag 49 euro.

Noot voor de pers

Voor informatie: Kars de Graaf, tel. (050) 363 57 87, e-mail: k.j.de.graaf@rechten.rug.nl (werk)

Laatst gewijzigd:30 november 2017 15:05

Meer nieuws