Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

085 - ‘Reclame voor nieuwe geneesmiddelen is wél zinvol’

Groningse economen vechten CPB cijfers aan
08 juli 2004

De promotie van geneesmiddelen heeft niet de ongewenste bijeffecten waar het Centraal Planbureau van uitgaat, stellen economen van de Rijksuniversiteit Groningen. Het CPB becijferde onder meer dat artsen onder invloed van reclame minder gevoelig worden voor (hoge) prijzen. Als gevolg daarvan zouden ze bij het voorschrijven van medicijnen niet goed op de prijs letten. De Groningse economen stellen vast dat de prijsgevoeligheid van artsen niet verandert door reclame en de inspanningen van artsenbezoekers. Marketing blijkt bovendien een zinvolle methode voor informatieverstrekking over nieuwontwikkelde medicijnen. Dat is gunstig voor zowel de patiënten als voor de farmaceutische industrie.

De economen onderzochten of marketinginspanningen (zoals artsenbezoeken, advertenties in wetenschappelijke medische tijdschriften en direct-mail) ervoor zorgen dat geneesmiddelen vaker worden voorgeschreven. De aanleiding voor het onderzoek was een studie van het CPB die de recente politieke discussies over de farmaceutische industrie sterk beïnvloed heeft. De onderzoekers hebben kritiek op de manier waarop het CPB-onderzoek uitgevoerd is. Op basis van een her-analyse van dezelfde gegevens komen ze tot fundamenteel andere conclusies.

Streng gereguleerd

De conclusies van het CPB dat artsen prijsgevoelig zijn, maar dat marketing ze blind maakt voor hoge prijzen, gaat volgens de Groningse onderzoekers niet op. Uit hun berekeningen blijkt dat méér marketing geen enkel effect heeft op de prijsgevoeligheid van artsen. Dat betekent dat ook het veronderstelde negatieve welvaartseffect (een kostenstijging als gevolg van ongevoeligheid voor prijs) niet optreedt. De economen stellen bovendien dat het maar de vraag is of er sprake kán zijn van prijsgevoeligheid, aangezien de prijzen van geneesmiddelen in Nederland van overheidswege streng worden gereguleerd. De berekeningen bieden ondersteuning voor deze stelling: ook zonder marketing blijkt uit de cijfers weinig van het wel of niet prijsgevoelig zijn van de vraag van artsen naar bepaalde geneesmiddelen.

Patiënten profiteren

Tot slot vinden de economen ook geen bewijs voor de derde conclusie van CPB dat er een direct effect is van reclame op het voorschrijven van geneesmiddelen. Voor geneesmiddelen die al langer op de markt zijn heeft marketing doorgaans geen aantoonbaar effect op de afzet. Voor nieuwe geneesmiddelen blijkt marketing zelfs gunstige mogelijkheden te bieden: de introductie van die middelen kan versneld worden door de inzet van verkoopbevordering als informatie-instrument. Dit is zinvol voor patiënten, want des te eerder een nieuw en beter geneesmiddel door artsen wordt voorgeschreven, des te sneller zij kunnen profiteren van de voordelen van dit nieuwe product. Ook de farmaceutische industrie profiteert, omdat de ontwikkelingskosten sneller terugverdiend kunnen worden.

Noot voor de pers

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:34

Meer nieuws