Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

075 - Meesters en juffen bepalen succes van De Rugzak

evaluatie leerlinggebonden financiering
22 juni 2004

Sinds de invoering van leerlinggebonden financiering (‘De Rugzak’) in augustus 2003 gaan steeds meer kinderen met een beperking naar een gewone basisschool in plaats van een school voor het speciaal onderwijs. Onderwijskundige Hillie Veneman evalueert in haar proefschrift deze nieuwe financieringsmethode. "De Rugzak is een stap in de goede richting, maar als het draagvlak van het onderwijzend personeel op de reguliere scholen niet groter wordt, komt er van integratie van deze kinderen niets terecht." Veneman promoveert op 1 juli 2004 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Vóór de invoering van leerlinggebonden financiering gingen kinderen die extra hulp nodig hadden op school, over het algemeen naar het speciaal onderwijs. Het gaat dan om dove en slechthorende kinderen, blinde en slechtziende kinderen, kinderen met verstandelijke en/of lichamelijke beperkingen, kinderen met gedragsstoornissen en kinderen met ernstige spraak- en taalproblemen. De keuze voor het speciaal onderwijs lag volgens Veneman ook het meest voor de hand, omdat de commissies die bepaalden of een kind in aanmerking kwam voor speciaal onderwijs, aan deze scholen waren verbonden.

Ouders in opstand

Met name de ouders kwamen hiertegen in opstand: ouders die hun kind samen met broertjes en zusjes naar het regulier onderwijs wilden laten gaan, moesten hiervoor elk jaar opnieuw een budget aanvragen. Als de pot leeg was, moest het kind alsnog naar het speciaal onderwijs. Ouderverenigingen, met name voor ouders van kinderen met Down Syndroom, hebben zich enorm ingezet om hier verandering in te brengen. De invoering van de leerlinggebonden financiering is er op gericht om de positie van ouders te versterken en integratie in het regulier onderwijs te bevorderen. Als hun kind in aanmerking komt voor een rugzak, bepalen de ouders naar welke school het kind gaat en wat er met het geld moet gebeuren. De hoogte van het budget hangt af van de ernst van de beperkingen van het kind.

Genoeg probleemkinderen

Met een rugzak met geld kunnen kinderen met beperkingen nu gewoon naar een school op de hoek. In de praktijk blijkt dat echter niet altijd probleemloos te verlopen. Scholen moeten bepaalde zaken aanpassen en het onderwijzend personeel krijgt opeens te maken met kinderen die veel extra aandacht nodig hebben. Hoewel scholen hiervoor de hulp van externe deskundigen kunnen inroepen, staan ze lang niet allemaal te springen om deze kinderen toe te laten. Veneman vindt dat jammer: "De overheid wil een kwart van deze kinderen laten integreren op de gewone basisschool. We zitten inmiddels al op twintig procent, dus er is al veel ervaring met deze kinderen opgedaan. Toch blijkt uit mijn onderzoek dat schooldirecteuren al snel roepen dat ze al genoeg probleemkinderen op school hebben. Het draagvlak onder het onderwijzend personeel is nog onvoldoende. Op deze manier komt er van echte integratie niets terecht." Overigens kunnen scholen deze kinderen niet zomaar weigeren.

Veneman noemt het nieuwe beleid een stap in de goede richting. "Er zijn nieuwe criteria opgesteld aan de hand waarvan een regionale commissie kan bepalen of een kind al dan niet in aanmerking komt voor het budget. De protocollen zijn een stuk duidelijker dan vroeger. Verder zijn de commissies die de indicatie moeten afgeven niet meer verbonden aan een bepaalde school, maar aan een Regionaal Expertise Centrum. Zo’n centrum bestaat uit scholen voor speciaal onderwijs in een regio ingedeeld naar de soort beperking."

Punten van zorg

Tevreden is Veneman nog niet: "De verschillen tussen de oude en de nieuwe criteria zijn bijzonder groot. Met name zijn de criteria behoorlijk aangescherpt voor kinderen met spraak- en taalmoeilijkheden en meervoudig gehandicapte kinderen. Hierdoor kunnen kinderen die voorheen wel in aanmerking kwamen voor extra hulp nu buiten de boot vallen." Ze merkt verder op dat bij een beoordeling of een kind in aanmerking komt voor een Rugzak de medische criteria domineren. "Er is nog veel te weinig aandacht voor de onderwijsbehoeften van deze leerlingen en de aanpassingen die scholen hiervoor moeten uitvoeren. Helaas is het nog niet gelukt om hiervoor een bruikbaar instrument te ontwikkelen."

Vriendjes

De Rugzak is niet geschikt voor alle kinderen met een beperking, onderstreept Veneman. "Het gaat erom waar een kind het beste kan aarden. Op wat voor school kan het echt integreren. Ik ken een voorbeeld van een kind met Down Syndroom dat zijn schooltijd doorbracht als hulpje van de conciërge. Dat noem ik geen integratie. Het gaat erom dat deze kinderen zich thuis voelen op school en vriendjes hebben." Om deze kinderen met succes een reguliere school te laten doorlopen is het natuurlijk van belang om te bepalen wat het kind nodig heeft. "Minstens zo belangrijk is de houding van het onderwijzend personeel", benadrukt Veneman. "Daarmee staat of valt het succes van de leerlinggebonden financiering."

Curriculum Vitae

Drs. Hillie Veneman (Tzum, 1972) studeerde onderwijskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze verrichtte haar promotieonderzoek bij het Groninger Instituut voor Onderzoek van Onderwijs, Opvoeding & Ontwikkeling (GION). Tot september is zij daar nog werkzaam. Hillie Veneman promoveert op 1 juli 2004 tot doctor in de Psychologische, Pedagogische en Sociologische Wetenschappen. Promotor is prof.dr. H.P.M. Creemers, co-promotor dr. S.J. Pijl. De titel van haar proefschrift luidt Het gewicht van De Rugzak. Evaluatie van het beleid voor leerlinggebonden financiering.

Noot voor de pers

Meer informatie: Hillie Veneman, telefoon (050) 363 66 44 (werk), e-mail: h.veneman@ppsw.rug.nl

Laatst gewijzigd:30 november 2017 14:57

Meer nieuws

  • 11 september 2018

    Van Klokhuis-vraag naar Veni-subsidie

    Als kind was Jorrig Vogels al gefascineerd door taal en vergeleek hij de verschillende woorden voor ingrediënten op verpakkingen. Een jaar terug sleepte de taalonderzoeker een Veni-beurs in de wacht. ‘Taal heeft iets telepathisch: het beeld dat ík in...

  • 07 september 2018

    Constructief overleg – gezamenlijke overeenkomst

    Na een intensief en constructief gesprek met de actievoerende studenten van studentenpartij DAG en ROOD (jongeren SP) is donderdagavond een gezamenlijke overeenkomst bereikt op vier punten, vooral gericht op de lange termijn.

  • 04 september 2018

    Weg met die systeemplafonds

    Als Zuidlarens jongetje vond hij al die oude gebouwen in de stad Groningen maar niks. De interesse in historische panden kwam pas later, tijdens zijn studie Bouwkunde. Als bouwkundige is René Bosscher nu verantwoordelijk voor de buitenkant van de gebouwen...