Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

074 - Etnische zuiveringen gevolg van ondoordachte staatsvorming

22 juni 2004

Pogingen om de westerse opvatting van democratie te installeren in niet-westerse gebieden kunnen juist tot het tegengestelde leiden: discriminatie en repressie. Begin twintigste eeuw gebeurde dat in de nieuw gevormde natiestaten van Midden-Europa. Pieter van der Plank heeft deze Midden-Europese etnische zuiveringen tussen 1910-1950 in kaart gebracht. ‘Na de Eerste Wereldoorlog zijn grenzen getrokken in Europa die dwars door alles en iedereen heen liepen: economische geografie, infrastructuur, historische bestuurseenheden, etnische identiteit en nationale affiniteit van bevolkingen.’ De spanningen die daaruit voortvloeiden waren noodlottig: 37 miljoen mensen werden het slachtoffer, van wie een kwart het leven liet. De promotie van Van der Plank vindt plaats op 1 juli 2004 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Het onderzoek gaat over Midden-Europa, maar de implicaties zijn niet strikt Europees. ‘Dergelijke processen herhalen zich sinds 1960 in staten in de Derde Wereld, die in het proces van dekolonisatie ook naar het natiestaatmodel werden ingericht. En met de vraagstukken Bosnië, Afghanistan en Irak krijgt het onderwerp opnieuw actuele aanknopingspunten.’ Als de Amerikaanse president Bush het heeft over een land waarin de democratie moet worden gebracht aan ‘Iraqi citizens’, heeft Van der Plank een déjà vu: ‘Irak heeft kunstmatig getrokken grenzen en bestaat uit een groot aantal minderheden, die zich met elkaar bepaald niet één volk van "citizens" voelen. Een westerse democratie "implanteren" zou een herhaling kunnen geven van het naïeve optimisme uit het interbellum.’

Maakbaarheid

De vorming van nieuwe soevereine staatsgebieden in de jaren twintig was volgens Van der Plank gestoeld op een groot optimisme over de louterende kracht van de democratie en de maakbaarheid van de samenleving: ‘De toenmalige geallieerde overwinnaars Frankrijk en Engeland en in mindere mate Amerika dachten dat door het trekken van nieuwe grenzen, het afkondigen van een grondwet, het installeren van een parlement en het laten houden van verkiezingen nieuwe staatsgemeenschappen konden ontstaan.’ Minderheden werden aanvankelijk niet als potentieel probleem gezien. Er zou immers een Volkerenbond komen die hun belangenbehartiging overnam. Ook zou een verstandig staatsbeleid hen in de nieuw gestichte staatsnatie integreren en op den duur assimileren. Die voorloper van de huidige VN kwam echter niet van de grond. De nieuwe naties gingen het minderhedenprobleem op eigen wijze ‘oplossen’ en er ontstond een praktijk van discriminatie en repressie, met alle gewelddadige consequenties van dien.

Troebele vijver

Voor de ‘leiders’ van Midden- en Oost-Europa en met name Hitler en Stalin was het vruchtbaar vissen in deze troebele vijver. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog dwongen zij grootschalige grenswijzingen af in de tussen hun machtsgebieden gelegen staten. Zij pretendeerden dat dit een oplossing voor de minderhedenproblematiek en het rechtzetten van de ‘onrechtvaardige’ vredesbepalingen van 1919-20 was. In de Tweede Wereldoorlog werd het zuiveren van de bevolking door de Duitse bezetter, maar ook door de met Duitsland verbonden staten en nationaal-fascistische milities, tot zijn uiterste consequentie gevoerd: de genocide op de joodse minderheid. Opnieuw zouden in de jaren 1945-49, maar nu vooral onder Sovjet-regie, grenscorrecties en bevolkingsverplaatsingen en -uitwisselingen afgedwongen worden. Alleen Joegoslavië bleef nog als multi-etnische staat over. Tot in de jaren negentig.

Rechteloosheid

Dat betekende uiteindelijk aan het einde van de eeuw dat bijna 40 miljoen mensen - één op de drie bewoners van het onderzochte gebied - rechteloos werden. Hun werd een plaats ontzegd in de staatsgemeenschap en zij verloren elke rechtsbescherming door hun nationale overheid. Dat betekende een massale en fundamentele schending van het Volkenrecht. De nieuwe Volkenbond in de vorm van de Verenigde Naties wilde leren van de gemaakte fouten. Het is paradoxaal dat ook in de vier jaren na de Tweede Wereldoorlog massale verdrijvingen hebben plaatsgevonden, onder de verantwoordelijkheid van staten die al instemden met de inmiddels uitgevaardigde Verklaring van de Rechten van de Mens. Zij ratificeerden dit nieuwe universele recht echter pas in 1948 en 1949, nadat zij het onheil hadden laten geschieden.

Curriculum vitae

Pieter Hendrikus van der Plank (Vught, 1944) studeerde sociale wetenschappen aan de universiteit van Utrecht. Hij promoveerde in 1971 aan dezelfde universiteit tot doctor in de sociale wetenschappen op een onderzoek naar minderheidsgroepen. Zijn tweede promotieonderzoek verrichtte hij bij de letterenfaculteit van de RUG onder de promotores prof.dr. Hans Renner en prof.dr. Doeko Bosscher. De titel van zijn proefschrift luidt: Etnische Zuivering in Midden-Europa. Natiestaat en Staatsburgerschap in de twintigste eeuw.

Noot voor de pers

Informatie: Pieter van der Plank, e-mail: p.van.der.plank@freeler.nl

Laatst gewijzigd:30 november 2017 14:57

Meer nieuws

  • 11 september 2018

    Van Klokhuis-vraag naar Veni-subsidie

    Als kind was Jorrig Vogels al gefascineerd door taal en vergeleek hij de verschillende woorden voor ingrediënten op verpakkingen. Een jaar terug sleepte de taalonderzoeker een Veni-beurs in de wacht. ‘Taal heeft iets telepathisch: het beeld dat ík in...

  • 07 september 2018

    Constructief overleg – gezamenlijke overeenkomst

    Na een intensief en constructief gesprek met de actievoerende studenten van studentenpartij DAG en ROOD (jongeren SP) is donderdagavond een gezamenlijke overeenkomst bereikt op vier punten, vooral gericht op de lange termijn.

  • 04 september 2018

    Weg met die systeemplafonds

    Als Zuidlarens jongetje vond hij al die oude gebouwen in de stad Groningen maar niks. De interesse in historische panden kwam pas later, tijdens zijn studie Bouwkunde. Als bouwkundige is René Bosscher nu verantwoordelijk voor de buitenkant van de gebouwen...