Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

004-Woonlasten grote gemeenten stijgen 4,4 procent

Den Haag het goedkoopst, Hilversum het duurst
12 januari 2004

Inwoners van grote gemeenten betalen dit jaar gemiddeld 4,4 procent meer dan vorig jaar aan onroerende-zaakbelastingen (ozb), rioolrecht en reinigingsheffing. Vorig jaar was de stijging nog 7 procent. De lastenverschillen tussen gemeenten nemen af. Dit blijkt uit het Belastingoverzicht Grote Gemeenten 2004, dat is opgesteld door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen.

COELO onderzocht – zoals ieder jaar - voor dit overzicht de tarieven in 35 grote gemeenten, waar ruim 36 procent van de Nederlandse bevolking woont. Het volledige Belastingoverzicht Grote Gemeenten is te vinden op www.coelo.nl.

Woonlasten

De gemeentelijke woonlasten (ozb, rioolrecht en reinigingsheffing, minus Zalmsnip) voor een meerpersoonshuishouden lopen dit jaar met 4,4 procent op tot gemiddeld 637 euro. Het goedkoopst is Den Haag (544 euro) en het duurst Hilversum (790 euro). De grootste woonlastenstijging vond plaats in Sittard-Geleen (11 procent), de kleinste in Apeldoorn (een daling van 5,2 procent). Huishoudens met een minimuminkomen komen in alle grote gemeenten in aanmerking voor kwijtschelding, zij het niet altijd van de gehele aanslag. Doordat zij wel een Zalmsnip krijgen, ontvangen zij gemiddeld 32 euro in plaats van iets te betalen aan gemeentelijke woonlasten. Over het geheel genomen stijgen de woonlasten het minst in gemeenten waar deze lasten al relatief hoog zijn. De lastenverschillen tussen gemeenten nemen daardoor af.

Tarieven

De ozb is vergeleken met vorig jaar weinig verhoogd. Het gemiddelde ozb-tarief voor woningen stijgt met 2,5 procent (vorig jaar: 4,6 procent) en dat voor niet-woningen met 2,8 procent (vorig jaar: 5,1 procent). De ozb-tariefstijging is het grootst in Sittard-Geleen (12,5 procent). Den Haag heeft de ozb-tarieven al enkele jaren niet verhoogd. Amsterdam heeft de laagste tarieven, Leeuwarden de hoogste. Het tarief voor niet-woningen (vooral bedrijfspanden) ligt gemiddeld 50% boven dat voor woningen.

Het gemiddelde tarief voor rioolrecht neemt in de grote gemeenten toe met 2,4 procent tot 95 euro. Enkele gemeenten hielden hun tarieven constant; de grootste verhoging vond plaats in Ede (21 procent). Niet alle onderzochte gemeenten heffen rioolrecht. Assen heeft het hoogste tarief (168 euro). Met de opbrengst van het rioolrecht wordt gemiddeld 85 procent van de kosten van de riolering betaald. De rest wordt bekostigd uit de ozb-opbrengst.

Het gemiddelde tarief van de reinigingsheffing (reinigingsrecht of afvalstoffenheffing) stijgt in de grote gemeenten met 4,8 procent tot 241 euro. Groningen verhoogt het tarief het meest (16,5 procent). In Apeldoorn is een nieuw tariefsysteem ingevoerd, waarbij per lediging wordt betaald. Naar verwachting gaan huishoudens daar 15 procent minder betalen. Het laagste tarief kent Leiden (0 euro), het hoogste Delft (304 euro). Met de opbrengst van de reinigingsheffing dekken de onderzochte gemeenten gemiddeld 89 procent van de kosten van de afvalinzameling en –verwerking. Alle grote gemeenten geven elk huishouden een korting op de belastingaanslag (de Zalmsnip). Deze varieert van 34 euro (Amsterdam) tot 61 euro (Enschede). De gemiddelde korting bedraagt 42 euro.

Netto woonlasten

Gemeenten met dure woningen ontvangen een lagere algemene uitkering van het Rijk. Het is de bedoeling dat zij zelf meer belasting heffen. Hoge woonlasten wijzen dus niet zonder meer op hoge gemeentelijke inkomsten. Om hiervoor te corrigeren zijn ook de netto woonlasten berekend, de woonlasten na aftrek van de korting op de algemene uitkering. Volgens deze maatstaf is niet Den Haag de goedkoopste grote gemeente, maar Amsterdam. De duurste gemeente is niet Hilversum maar Venlo. Dit voorbeeld geeft aan dat het woonlastenbegrip voorzichtig moet worden gehanteerd.

Tarief in euro’s

Verandering t.o.v. 2003 (%)

laagste

gemiddeld

hoogste

kleinste stijging

gemiddeld

grootste stijging

ozb woningen (per 2.268 euro)

4,00

6,81

12,48

0,0

2,5

12,5

ozb niet-woningen (per 2.268 euro)

6,72

10,10

19,09

0,0

2,8

12,4

Reinigingsheffing

0

241

304

-14,9

4,8

16,5

Rioolrecht

0

95

168

0,0

2,4

21,0

Woonlastena

544

637

790

-5,2

4,4

11,3

Gemiddelden zijn gewogen naar inwonertal.

a ozb gebruiker en eigenaar voor een woning met de in de betreffende gemeente geldende gemiddelde waarde, plus rioolrecht en reinigingsheffing voor een meerpersoonshuishouden, min Zalmsnip.

Laatst gewijzigd:10 januari 2018 14:01

Meer nieuws