Skip to ContentSkip to Navigation
OnderwijsOpleidingenMaster en PhD opleidingenNederlands rechtStrafrecht
Header image Strafrecht

Strafrecht

Arbeidsmarkt

Uit recent alumni-onderzoek blijkt dat ruim 90% van onze Strafrecht-alumni een juridisch beroep uitoefent.

De overheid, en dan vooral het Openbaar Ministerie en het Ministerie van Justitie en Veiligheid, is met 56% de grootste werkgever. Een kleinere groep (12%) gaat de advocatuur in. Maar ook krijgen onze alumni diverse functies bij rechtbanken en gerechtshoven. Om daar uiteindelijk rechter te worden heeft iedereen wel een vastgesteld aantal jaren werkervaring als jurist nodig. Typerende beroepen voor onze groep alumni zijn: beoordelaar strafzaken OM, parketsecretaris OM en juridisch medewerker. Men werkt zowel in het Noorden als in de Randstad.

Potentiële beroepen

  • Beoordelaar strafzaken OM
  • Parketsecretaris OM
  • Juridisch medewerker
  • Testimonial van Marjolein Buwalda

    Alumnus Marjolein: 'Het Strafrecht is en blijft een boeiend rechtsgebied'

    Aan het einde van de middelbare school heb ik gekozen voor de opleiding Rechtsgeleerdheid in Groningen. Al tijdens het vak maatschappijleer merkte dat ik de informatie die betrekking had op de Nederlandse rechtsstaat erg interessant vond. Ook merkte ik dat ik het leuk vond om te puzzelen met juridische regelgeving.

    Uiteindelijk heb ik voor de specialisaties Strafrecht (en ook Privaatrecht) gekozen. Het Strafrecht blijft me boeien: enerzijds vanwege de maatschappelijke relevantie (er gaat immers geen dag voorbij zonder dat ‘het strafrecht’ in het nieuws is), anderzijds omdat ik de strafrechtelijk juridische ‘puzzel’ nog altijd geweldig vind.

    Al tijdens mijn studie kreeg ik de mogelijkheid om als ‘buitengriffier’ (studentgriffier) aan de slag te gaan bij de Afdeling strafrecht van de Rechtbank Noord-Nederland. Ik was griffier bij zittingen van de politierechter: de alleensprekende strafrechter die zaken behandelt die niet zo ingewikkeld zijn en waarin niet meer dan één jaar gevangenisstraf wordt geëist.
    Na mij afstuderen in 2014 kreeg ik mijn eerste ‘echte’ baan als docent straf(proces)recht bij de vakgroep Strafrecht van de Rijksuniversiteit Groningen. Daar heb ik de kennis en ervaring die ik zelf gedurende mijn studie en buitengriffierschap heb opgedaan, overgebracht op studenten in de verschillende fasen van de rechtenstudie. Daar heb ik zelf ook weer veel van geleerd, want door het overbrengen van de kennis over (soms lastige) strafrechtelijke leerstukken werd mijn eigen begrip van die leerstukken ook weer groter.

    Omdat ik tijdens mijn jaren als buitengriffier de wetenschappelijke insteek begon te missen, en in mijn tijd als docent juist de praktijk, heb ik begin 2017 de overstap gemaakt naar het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad. Daar komen wetenschap en praktijk wat mij betreft perfect samen. Ik ben er helemaal op mijn plek!

    In de Groningse rechtenopleiding wordt veel aandacht besteed aan het huidige positieve recht: de rechtsregels die op een bepaald moment op een bepaalde plaats gelden. Dat betekent dat je tijdens de opleiding veel dingen leert die je in de praktijk direct kunt toepassen in concrete zaken. Ik heb daar nog altijd iedere dag profijt van.

    Voor de rechtenstudie zijn wat mij betreft twee dingen van belang: maatschappelijke interesse en puzzelen. Maatschappelijke interesse, omdat het recht eigenlijk overal is. En puzzelen, omdat in de praktijk geen (straf)zaak hetzelfde is.
    Daarom is de allerbelangrijkste tip voor studiekeizers denk ik: volg je (juridische) hart, en doe vooral wat je écht leuk vindt. Als je passie 100% bij één rechtsgebied ligt: ga er dan voor!

    Sluiten
    – Marjolein Buwalda