Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit der LetterenOrganisatieLetteren & Samenleving

Baboeschka’s in taal

Theoretisch onderzoek voor een breed publiek

Taal heeft oneindig veel mogelijkheden. Zo bestaat het Nederlands uit ongeveer 40 klanken, waarvan we alle woorden die in de Dikke van Dale (zo’n 240.000!) staan kunnen maken. Dagelijks komen daar nieuwe woorden bij en bovendien kunnen we die woorden combineren tot zinsdelen en zinnen. Zo ontstaan er weer talloze nieuwe mogelijkheden. Toch hebben we meestal geen moeite om een zin die we nog nooit eerder gehoord hebben te begrijpen. Daarom denken taalwetenschappers dat er slimme regels in je hoofd zitten die je op die talloze mogelijkheden kunt toepassen. Regels die ervoor zorgen dat taal gemakkelijk te gebruiken blijft. Ze onderzoeken hoe deze regels eruit zien en hoe ze toegepast worden in verschillende talen. Bart Hollebrandse onderzoekt zo’n regel in contact met een breed publiek.

Een zin in een zin in een zin….

Het projectteam in Nemo: v.l.n.r. Bart Hollebrandse, Wouter Taheij, Tom Roeper (University of Massachusetts Amherst), Ciara Hobbelink, Angeliek van Hout.
Het projectteam in Nemo: v.l.n.r. Bart Hollebrandse, Wouter Taheij, Tom Roeper (University of Massachusetts Amherst), Ciara Hobbelink, Angeliek van Hout.

Hollebrandses onderzoek gaat over recursie in taal. Dat is het verschijnsel dat je in principe oneindig lange zinnen kunt maken door steeds weer een stukje toe te voegen. Jan zei dat het zou regenen wordt dan Piet dacht dat Jan zei dat het zou regenen tot Wim zei dat Piet dacht dat Jan zei dat het zou regenen. U kunt het vergelijken met de Russische baboeschka-poppetjes, je stopt eigenlijk een zin in een zin in een zin. Het wordt wel steeds ingewikkelder om te begrijpen, maar in principe kun je er oneindig lang mee doorgaan. Bart Hollebrandse is geïnteresseerd in hoe dat werkt. Maakt de volgorde uit voor de betekenis? Zijn alle constructies even moeilijk? Daarom wil hij graag weten hoe kinderen en volwassenen dit soort zinnen begrijpen, want in die verschillen zit de precieze taalregel verborgen.

Van echt theoretisch taalwetenschappelijk onderzoek, zoals onderzoek naar recursie, zie je niet direct een maatschappelijk effect. Die connectie wordt vooral gelegd in de toegepaste taalkunde. Maar ook theoretisch taalkundigen worden meer en meer uitgedaagd om de connectie met de maatschappij te maken en dan blijkt steeds weer dat het publiek zeker geïnteresseerd is in taal. Het recursieproject laat zien dat het de onderzoeker veel op kan leveren als je een vertaling voor een breed publiek probeert te maken.

Een prijs, een game, een filmpje en veel data

Voor Hollebrandse begon het allemaal 2 jaar geleden met een Lab op het Drongo-festival voor meertaligheid. Hij maakte daarvoor een simpele versie van een app waarin kinderen opdrachten kregen om dieren in bepaalde volgordes neer te zetten. Hij won daarmee de prijs voor het beste lab. Die prijs bestond uit een week testen in Nemo Science Museum.

“Natuurlijk was ik daarvoor nog niet klaar. De eerste zorg was om de app aantrekkelijker en professioneler te maken, zodat het een goed middel zou worden om data te verzamelen. Het bleek alleen lastig om financiering te vinden om een professionele app-bouwer daarmee aan het werk te zetten.” Hollebrandse zocht daarom contact met de MBO-opleiding Game Architecture & Design van het Alfa-college in Groningen. “Misschien had ik geluk, maar dat was echt een schot in de roos. Het was heel leuk om met die studenten te werken, de app werd een aantrekkelijk spelletje met een verhaal over ontsnapte dieren en een certificaat als beloning (hieronder ziet u een voorbeeld uit het spel).” Daarna ging Hollebrandse met twee RUG Honours College studenten de testweek in Nemo voorbereiden. Ze maakten een Klokhuis-achtig filmpje over wat recursie in taal eigenlijk is en hoe ze met kinderen en ouders ook het spel na konden bespreken.

Kinderen tot 6-7 jaar maken andere keuzes in het spel, zo zie je welke constructies het moeilijkst zijn
Kinderen tot 6-7 jaar maken andere keuzes in het spel, zo zie je welke constructies het moeilijkst zijn

Hollebrandse zegt enthousiast: “Van dit hele proces heb ik veel geleerd. Alleen al dat recursie helemaal geen algemeen bekend woord is! Maar ook wat er inhoudelijk echt belangrijk is, doordat je het op verschillende niveaus moet kunnen uitleggen en precies moet bepalen welke data je wilt verzamelen.”

Begin september 2016 testten Hollebrandse en zijn team een week lang in Nemo. “Het was niet alleen ontzettend leuk, maar het was ook een bijzonder effectieve manier om data te verzamelen. In 7 dagen hebben 287 proefpersonen het spel gespeeld en daarmee is tegelijkertijd dus veel data verzameld. Bovendien krijg je ook letterlijk zicht op hoe betrouwbaar de data is en wat een volgende keer beter kan. Zo waren er bijvoorbeeld twee kinderen die door expres rare antwoorden te geven, ontdekten dat je geen fouten kunt maken in het spel. Daarmee was direct hun belangstelling verdwenen en dat leerde ons weer hoe we het spel moeten verfijnen.”

Vervolg: nationale en internationale kansen

Er is uiteraard veel te onderzoeken aan de verzamelde data en ook technisch liggen er nog uitdagingen. Het spelletje is gemakkelijk aan te passen voor andere talen en dat biedt internationale kansen. Binnenkort wordt het in het Boston Science museum (USA) gebruikt en ook vanuit Spanje is er belangstelling. Dit jaar liep Hollebrandse als bezoeker rond op het Drongofestival. Waarom vindt hij dat interessant? “Je krijgt er snel en gemakkelijk contact met netwerken, bedrijven en andere onderzoekers waar je van kunt leren en waar je mee samen kunt werken. Op congressen ontmoet ik alleen theoretici, ook interessant, maar dit is een andere wereld.Een wereld die we als wetenschappers niet moeten negeren. Integendeel!”

Een voorbeeld uit het spel: Waar zet je de dieren neer als de opdracht is: "Zet de olifant naast de neushoorn naast de leeuw"? En doet je iets anders als de opdracht is: "Zet de olifant naast de neushoorn en naast de leeuw"?
Een voorbeeld uit het spel: Waar zet je de dieren neer als de opdracht is: "Zet de olifant naast de neushoorn naast de leeuw"? En doet je iets anders als de opdracht is: "Zet de olifant naast de neushoorn en naast de leeuw"?
Laatst gewijzigd:11 november 2016 16:30