Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit der LetterenOrganisatieBestuur, afdelingen en medewerkersBestuur en commissiesFaculteitsbestuur

Nieuwsbrief Financiële situatie

September 2005

De financiële situatie van de faculteit

In de afgelopen twee jaren is de financiële situatie van de faculteit ernstig verslechterd. Leverde 2004 een tekort op van een kleine M€ 2,0, het per 30 juni 2005 gerealiseerde tekort bedraagt reeds M€ 1,4 en het is op dit moment onduidelijk of het daarbij blijft. Het tekort op de bedrijfsreserve komt per 30 juni 2005 al uit op een bedrag M€ 3,6. De zeer voorlopige meerjarenbegroting 2006-2009 laat weliswaar positieve saldi zien, maar niet van een zodanige omvang dat dit grote tekort op de bedrijfsreserve in de planperiode tot aanvaardbare proporties kan worden teruggebracht. Wil de faculteit zich in de komende jaren in positieve zin kunnen blijven ontwikkelen, dan dient zicht te worden geboden op een forse verbetering van de financiële situatie. Voor stappen in de goede richting is, in de allereerste plaats, inzicht nodig in de oorzaken van de financiële achteruitgang van de faculteit.

 

Hoe heeft deze situatie kunnen ontstaan?

 

Ontwikkeling van studentenaantallen

In de afgelopen jaren is het aantal studenten aan onze faculteit fors gestegen:  

Aantallen studenten Letteren 1e opleiding Bekostigde   eerstejaars

Inschrijving voor een   eerste letterenjaar

1999-2000  2811  656  776
2000-2001 3320  715  819
2001-2002 3512  745  860
2002-2003  3737  740 925
2003-2004  4211  926 1599
2004-2005  4483 917  1099

 

Deze cijfers laten over de jaren 1999-2005 een toename van de studentenaantallen zien van 60%. De ontwikkeling van de inkomsten en uitgaven is een volstrekt andere.

 

Voor de bekostiging van studenten is de faculteit afhankelijk van het Ministerie van OCW en van het interne financiële verdeelmodel van het College van Bestuur. Volgens het reguliere verdeelmodel van het Ministerie van OCW ontvangen de universiteiten bekostiging voor hun taken ondermeer op basis van het aantal eerstejaars, diploma’s en promoties. Voor het onderwijs is daarbij het relatieve aandeel van de diplomafinanciering het grootst (qua modeluitkomst 2006 voor Letteren circa 1:2). Een gevolg hiervan is dat fluctuaties in de onderwijsvraag met een zeer grote vertraging worden doorgegeven aan de universiteiten en faculteiten. Daarnaast werkt het allocatiemodel van de RUG ook nog eens met driejaarlijkse gemiddelden waardoor de groei zich nog geleidelijker vertaalt in financiële middelen.

 

In tijden van stijging van de onderwijsvraag komt het erop neer dat universiteiten en faculteiten extra personeel moeten voorfinancieren. Om deze groei enigszins te ondervangen stelt het Ministerie de rijksbijdrage regelmatig bij vanwege de toename van het aantal studenten (het zogenaamde leerlingenvolume). Tot en met 2004 zijn deze ophogingen voor het overgrote deel teniet gedaan door kortingen op de rijksbijdrage. Voor het ontvangen van het leerlingenvolume is de faculteit afhankelijk van het College van Bestuur. In het verleden is dit volume niet altijd doorgesluisd naar de faculteiten.

 

Niet alleen de forse stijging van de studenteninstroom in de afgelopen jaren heeft de faculteit voor problemen gesteld. Dat is ook het geval geweest met de verzelfstandiging van de bovenbouwrichtingen in het collegejaar 2003-2004. Deze verzelfstandiging heeft geleid tot een enorme toename van studenten die zich voor het eerst voor zo’n opleiding inschreven, als ‘echte’ eerstejaars, als ‘omzwaaier’, of als ‘tweede’ hoofdvakker (zie laatste kolom, bovenstaande tabel).

 

Meer studenten genereren meer onderwijstaken waarvoor extra personeel nodig is. Het Faculteitsbestuur heeft gemeend de afgelopen jaren extra personeel in te moeten zetten om de kwaliteit van het onderwijs te kunnen waarborgen. Ondanks een incidentele bijdrage van K€ 150 van het College van Bestuur in het najaar van 2003 heeft de faculteit niet de middelen ontvangen om dit extra personeel en de eraan gerelateerde kosten te kunnen betalen. De tekorten van de faculteit in 2004 en 2005 worden dan ook voornamelijk veroorzaakt door een noodzakelijke extra inzet van personeel om aan de onderwijsvraag te kunnen voldoen, terwijl de bekostiging hiervoor volstrekt ontoereikend was.

 

Baten en lasten onderwijs en onderzoek

De reguliere inkomsten ten behoeve van onderwijs en onderzoek (exclusief projecten) zijn in de periode 1999-2004 met 18% toegenomen; het gaat hier om de inkomsten (bekostiging) van het Ministerie van OCW. De personele kosten voor onderwijs en onderzoek (exclusief projecten) liggen in 2004 circa 22% hoger dan in 1999. Gelet op het veel hogere aantal studenten blijkt hieruit een groei van de productiviteit binnen de faculteit, maar het baart zorgen dat de ontwikkeling van de inkomsten die de faculteit voor de reguliere, wettelijke taken ontvangt, in geen verhouding staat tot de toegenomen taken en niet voldoende is om de kosten te dekken.

 

Baten en lasten van het reguliere onderwijs en onderzoek (in M€)

1999 2000 2001 2002 2003 2004]
Bekostiging OCW 20,8 21,8 22,7 23,6 24,3 24,6
Eigen inkomsten 2,1 1,4 0,9 1,5 1,2 1,1
Personele lasten 19,1 19,8 20,0 21,2 21,9 23,3
Overige lasten 4,1 3,9 3,1 3,6 4,0 4,4
Exploitatieresultaat -0,3 -0,5 0,5 0,3 -0,4 -2,0
Algemene reserve* 1,7 1,2 0,5 0,5 -0,2 -2,2

 

* De Algemene reserve is ultimo 2001 met ca. M€ 1,0 verlaagd i.v.m. invoering van het baten-lastenstelsel voor de tegemoetkoming ziektekosten en vakantie-uitkeringen.Deze maatregel is universiteitsbreed doorgevoerd.

 

Andere oorzaken

Een verdere oorzaak van de financiële problemen is het al jaren achterwege blijven van prijscompensaties door het Ministerie van OCW (in de jaren 2000 t/m 2004 werd geen prijscompensatie voor de overige lasten toegekend terwijl alle goederen en diensten duurder worden). Cumulatief gaat het om een kostenstijging bij de overige lasten van 16% (circa K€ 700) die opgevangen moet worden binnen de exploitatiebegroting. Omdat een groot deel van de overige lasten structureel en onvermijdbaar is (bijv. energie- en huisvestingskosten), zijn hierdoor ook de personele budgetten onder druk komen te staan. Voorts moet geconstateerd worden dat de ministeriële compensaties voor de stijgingen van salaris- en sociale lasten de laatste jaren zelden toereikend zijn geweest om de werkelijke kostenstijgingen op te vangen. Ook de nieuwe indeling van personeel in de UFO-categorieën heeft tot extra kosten geleid.

 

De feitelijk ten laste van Letteren gebrachte kortingen bedragen ruim K€ 500 met ingang van 2004; dit zijn kortingen die de overheid oplegde als personeelsgebonden kortingen. Samen met de al veel eerder opgelegde korting dieptestrategie (K€ 180) en de niet ontvangen prijscompensaties bedraagt de inkomstenderving momenteel rond M€ 1,4.

 

De financiële problematiek van de faculteit is er niet slechts één van voorfinanciering. De verdeelmodellen van het Ministerie van OCW en dat van het College van Bestuur werken met financiële plafonds. Stijging van het totaal aantal studenten betekent niet automatisch meer middelen voor het universitaire onderwijs. Groei van de financiële middelen ontstaat pas als een universiteit of faculteit sterker groeit dan andere universiteiten of faculteiten. Als de Faculteit der Letteren even sterk groeit, of zelfs minder groeit, dan andere faculteiten, dan zijn er geen extra inkomsten te verwachten van deze toename.

 

Verwachtingen omtrent de ontwikkeling van de inkomsten van de faculteit zijn neergelegd in de Financiële Kaderstelling (FK) 2006-2009 van het College van Bestuur. Deze kaderstelling laat voor 2009 een inkomstenniveau zien dat beneden dat van 2005 ligt.

 

  2005 2006 2007 2008 2009
FK 2005 24,7 25,5 25,5 25,0
FK 2006 25,5 26,2 26,3 25,9 25,2

 

Uitgaande van deze cijfers vertaalt de sterke groei van studenten en diploma’s zich niet in een groei van financiële middelen, laat staan een vergelijkbare groei. Bij de FK 2006 valt nog op te merken dat het College van Bestuur het diplomacompartiment op een andere wijze dan in de FK 2005 heeft gecorrigeerd voor het werken met vaste diplomaprijzen. Voor de Faculteit der Letteren betekent deze maatregel nu een inkomstenvermindering van circa M€ 1,6 in de jaren 2006-2008. Dit bedrag moet in de nieuwe meerjarenbegroting 2006-2009 opgevangen worden. Het is het Faculteitsbestuur niet duidelijk of hier sprake is van een redelijke vaststelling van het diplomacompartiment. Het College van Bestuur heeft toegezegd opnieuw naar deze correctieregel te kijken.

 

Wat heeft de faculteit tot nu toe gedaan?

Het Faculteitsbestuur heeft in reactie op deze ontwikkelingen een aantal maatregelen getroffen. Voor de opleiding IO-IB heeft het Faculteitsbestuur in het najaar 2003 een numerus fixus van 220 studenten bepleit, hetgeen overgenomen is door het College van Bestuur, en geëffectueerd met ingang van het collegejaar 2005-2006. Deze maatregel heeft niet alleen een financiële achtergrond, maar is ook ingegeven door de verantwoordelijkheid van de faculteit om de kwaliteit van de opleiding te waarborgen. Op dit moment kan niet gezegd worden hoeveel besparing de numerus fixus oplevert.

 

In de loop van dit jaar heeft het Faculteitsbestuur een beperkte reductie van het minoraanbod doorgevoerd met als doel een besparing op de personele kosten.

 

In het voorjaar van 2005 heeft het Faculteitsbestuur in overleg met het College van Bestuur besloten tot een vacaturestop. Afgesproken is dat alle aanstellingen en uitbreidingen van aanstellingen de instemming behoeven van het College van Bestuur, waarbij in beginsel alleen onderwijsposities voor vervulling in aanmerking komen.

 

Bij de onderwijstaakverdeling voor het jaar 2005-2006 is overal waar dit mogelijk was, overcapaciteit bij een afdeling ingezet bij een opleiding met een tekort aan personeel. Voor een verantwoorde uitvoering van het onderwijsprogramma 2005-2006 en ondersteunende taken bleek nog een extra inzet van personeel nodig van circa 11,5 fte WP en 3,2 OBP (‘knelpunten’). Deze inzet diende voor de uitvoering van extra taken en opvang van vertrekkende staf. Het aantal tijdelijke aanstellingen op de reguliere WP-bezetting werd daarmee per september jl. teruggebracht met 9 plaatsen. Door bij vertrekkende staf slechts de onderwijstaak te vervangen werd nog eens een reductie bereikt van 5,2 fte. Per saldo is daarmee een krimp gerealiseerd van 14,2 fte op de WP-formatie.

 

Over de inzet van extra personeel en de financiële problematiek heeft in de maanden juni en juli intensief overleg plaatsgevonden met het College van Bestuur. Op 7 juli zijn de volgende afspraken gemaakt.

 

Het College van Bestuur is accoord gegaan met invulling van de knelpuntenlijst voor 2005 en 2006 van circa 14,7 fte (WP en OBP). Honorering van deze lijst is gekoppeld aan afspraken over de omvang van de toegestane bezetting en daarmee samenhangende personeelslasten voor de jaren 2005 en 2006. Doorvertaald naar de exploitatieresultaten heeft het College van Bestuur bepaald dat het exploitatietekort over 2005 maximaal M€ 1,75 mag bedragen en dat de begroting voor 2006 een minimaal overschot van M€ 0,3 laat zien. Om aan deze afspraken te kunnen voldoen heeft het Faculteitsbestuur extra maatregelen moeten nemen:

  • temporiseren van een aantal posten voor 2005 (bijv. compensatie dir. onderzoeksschool, vacatureruimte voor een tweetal coursemanagers);
  • schrappen zaalwachten voor zaterdagopenstelling bibliotheek voor het cursusjaar 2005-2006;
  • schrappen budget educatief verlof voor 2006;
  • verlaging opleidingsbudget;
  • doorschuiven van enkele vacatures naar 2007;
  • uitstel van het Rosalind Franklin-programma tot 2007;
  • géén aio-aanstellingen in 2006;
  • verlaging budget voor vervanging wegens ziekte, ouderschaps- en zwangerschapsverlof;
  • temporiseren studentassistenten ICTOL voor 2005/2006.

Tijdens het overleg van 7 juli jl. zijn nog een aantal andere, aanvullende, afspraken gemaakt:

  • voor 2005 blijft de absolute vacaturestop volgens de huidige procedure gehandhaafd;
  • voor 2006 blijft de vacaturestop van kracht met dien verstande dat het Faculteitsbestuur binnen de afgesproken financiële kaders en herbezettingslijsten zelf beslist over de uitvoering van de vacaturevervulling; dit geldt ook voor ruimte die ontstaat door vertrek van personeel;
  • herbezetting is in beginsel alleen toegestaan voor onderwijspersoneel;
  • de faculteit rapporteert maandelijks over formatie- en financiële ontwikkelingen;
  • nieuwe inkomsten (OCW) worden ingezet voor het terugdringen van exploitatie- en bedrijfsreservetekorten.

Wat staat de faculteit nog te doen?

De kern van de financiële problemen van de faculteit is dat de faculteit in ongeveer 2 jaar tijd een fors tekort op de bedrijfsreserve (ca. M€ 3,6) heeft opgelopen, een tekort dat vooral veroorzaakt is door personele en daaraan gerelateerde uitgaven en een ontoereikende bekostiging. De uitgaven waren noodzakelijk om op verantwoorde wijze te voldoen aan de sterk gestegen onderwijsvraag. De verwachting is dat bij ongewijzigd beleid in de komende jaren dit tekort niet verder zal toenemen, maar dat exploitatieoverschotten bescheiden zullen zijn. Reserveringen (voor nieuw beleid of voor nieuwe financiële tegenvallers) zullen niet goed mogelijk zijn. De vraag is daarom wat de faculteit te doen staat om aan de gerezen problemen het hoofd te bieden.

 

De faculteit zal vaststellen welke personele capaciteit uitgaande van de Financiële Kaderstelling 2006-2009 financierbaar is. Bekeken zal worden of natuurlijk verloop en afbouw van de knelpuntenformatie voldoende is om voor de komende jaren begrotingen te presenteren met een positief resultaat. Om dit te bereiken zal het takenpakket van de faculteit nauwkeurig onder de loep genomen worden. Een en ander zal resulteren in een herziening van het concept-capaciteitsplan 2005-2008.

  

In de vorm van een ‘stofkamprocedure’ zal worden nagegaan welke onderdelen op de korte termijn in het onderwijsaanbod zonder grote bezwaren kunnen vervallen, of door een gecombineerde aanpak aangeboden kunnen worden met een lagere inzet van personele capaciteit. Het Faculteitsbestuur denkt daarbij o.a. aan het aanbod van minoren, AV-vakken en het Dutch Studiesprogramma. Deze aanpassingen van het onderwijsaanbod zullen met ingang van het cursusjaar 2006-2007 worden ingevoerd (of eerder als dat mogelijk is). Voor de lange termijn zal kritisch gekeken worden naar de verdeling van de onderwijsformatie over de opleidingen, en naar de ondersteunende en beheersmatige taken. Het streven is deze 2de versie van het Capaciteitsplan 2005-2008 in november gereed te hebben.

 

Zelfs zonder dat iets aan het bedrijfsreservetekort wordt gedaan, zal het naar de inschatting van het Faculteitsbestuur de nodige moeite kosten om te komen tot sluitende begrotingen. De opgave voor de faculteit is echter om tot een financierbaar takenpakket te komen waarbij het bedrijfsreservetekort binnen een redelijke termijn minimaal op nul wordt gezet. De zwaarte van deze opgave wordt mede bepaald door het moment waarop aan deze doelstelling dient te zijn voldaan. In de beleidsnotitie behorende bij de meerjarenbegroting 2006-2009 zal worden aangegeven wat het betekent in termen van reductie van personeel, wanneer de bedrijfsreserve in 2009 op nul zou moeten staan. Het is duidelijk dat dit niet zal kunnen zonder forse ingrepen in de personele formatie. De maatregelen kunnen minder drastisch zijn naarmate de afbouw van het tekort over een langere periode wordt gespreid. Maar ook dan zal flink in het takenpakket moeten worden gesnoeid. In overleg met het College van Bestuur zal een adequaat scenario dienen te worden uitgewerkt.

 

In deze schets van de financiële situatie van de faculteit is geen rekening gehouden met nieuwe extra inkomsten voor de faculteit, ofwel vanwege herziening van het interne verdeelmodel van de RUG, ofwel vanwege extra inkomsten van OCW (bijv. leerlingenvolume) of beide. Het Faculteitsbestuur meent dit pas te kunnen doen, wanneer deze extra inkomsten zeker zijn. Op grond van de recent bekend gemaakte cijfers over de Rijksbegroting van OCW zijn er in 2006 geen financiële meevallers te verwachten. Voorts zal in 2008 één bekostigingssysteem voor het gehele Hoger Onderwijs (HBO en WO) worden geïntroduceerd en tevens wordt onderzocht hoe de bekostiging van het universitaire onderzoek kan worden gedynamiseerd. Tegen deze achtergronden zal de huidige Financiële Kaderstelling 2006-2009 als vertrekpunt dienen bij het uitwerken van maatregelen. De financiële situatie van de faculteit is en blijft buitengewoon zorgelijk.

 

Faculteitsbestuur Letteren,

september 2005

Laatst gewijzigd:24 juni 2016 10:18