Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit der LetterenOrganisatieActueel

Interview met Bettina Reitz-Joosse, Lid van de Jonge Akademie KNAW

Bettina Reitz-Joosse
Bettina Reitz-Joosse
Van harte gefeliciteerd met je lidmaatschap tot de Jonge Akademie van de KNAW! Wat was je eerste reactie toen je hoorde dat je was geselecteerd?

Toen ik de brief op de deurmat zag liggen, wilde ik hem in eerste instantie niet eens openen. Ik was er namelijk van overtuigd dat ik niet was geselecteerd. Toen ik de brief uiteindelijk toch had opengemaakt, kon mijn ogen bijna niet geloven. Toen alles eenmaal een beetje bezonken was, hebben mijn man en ik een fles champagne gekocht en zijn we het gaan vieren. Vervolgens moest ik het nieuws nog twee weken voor mezelf houden, en dat was lastig. Ik wilde het vooral graag aan mijn docenten en mentoren vertellen, en ze bedanken voor hun support waardoor ik dit heb kunnen bereiken.

Lid zijn van de Jonge Akademie, wat houdt dat precies in?

De Jonge Akademie is een groep van vijftig jonge Nederlandse onderzoekers van verschillende disciplines. De leden zien elkaar regelmatig en organiseren activiteiten gericht op interdisciplinariteit, onderzoeksbeleid, en de connectie tussen onderzoek en samenleving. Daarnaast geven de leden advies aan organisaties zoals het NWO en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Er wordt van de leden verwacht dat ze ongeveer twee dagen per maand aan De Jonge Akademie besteden. Ik kan echt niet wachten om aan de slag te gaan! Wat mij het meeste opvalt aan deze groep is hoe actief en zichtbaar ze zijn op een groot aantal domeinen. Ik ben vereerd om onderdeel uit te maken van deze groep – en ik weet zeker dat ik veel van deze ervaring zal leren.

Naast wetenschappelijke excellentie is een brede belangstelling voor wetenschap en wetenschapsbeleid essentieel voor het lidmaatschap van De Jonge Akademie. Wat is jouw visie als het gaat om wetenschapsbeleid?

Als ik mijn ‘visie’ in een notendop zou moeten samenvatten, dan zou ik zeggen dat de universiteiten in Nederland het goed doen, maar dat het op sommige opzichten beter kan. Om het beter te kunnen doen is er, simpel gezegd, meer geld en vrijheid nodig. Om te beginnen zouden we 3% van het BBP moeten investeren in onderzoek en ontwikkeling. Als het aankomt op het investeren van extra geld, denk ik dat breedte en vrijheid voorop moeten staan. Verdere pogingen om alleen de meest excellente onderzoeksvoorstellen te financieren, of specifiek te investeren in onderzoek dat in korte tijd vertaald kan worden naar tastbaar resultaat voor de samenleving, zullen de creativiteit in ons land ondermijnen en ons in de toekomst tegenwerken. Onze nieuwe academici hebben meer tijd en ruimte nodig om te ‘ademen’, meer vrijheid om na te denken en nieuwe ideeën uit te proberen, maar ook de ruimte om te falen en het vervolgens opnieuw te kunnen proberen.

Kan je iets meer vertellen over onderzoeksprojecten waar je op dit moment mee bezig bent? Wat maakt deze projecten volgens jou zo fascinerend?

Stel, je bezoekt het Colosseum in Rome, of een berucht slagveld. Weet je dan wat de Romeinen dachten als ze het Colosseum zagen? Wat ze voelden bij de plek van een veldslag? Ik doe onderzoek naar de Romeinse oudheid, en de vraag die ik me daarbij stel is: hoe zagen de Romeinen de wereld om hen heen? Welke betekenis gaven ze eraan? Om daarachter te komen kijk ik naar antieke literatuur. Ik onderzoek Latijnse teksten in combinatie met materiële bronnen uit de oudheid (zoals resten van antieke gebouwen, monumenten, of het landschap). Daarbij focus ik op twee thema’s: Romeinse bouwprojecten en slagvelden.

Daarnaast ben ik ook gefascineerd door de vraag hoe de erfenis van de oudheid door de eeuwen heen steeds opnieuw is gebruikt voor verschillende doeleinden. Samen met mijn collega Han Lamers onderzoek ik bijvoorbeeld Latijnse teksten uit de tijd van het Italiaanse fascisme (1922-1943). Voor de fascisten was het Romeinse Rijk een heel belangrijke inspiratiebron. Ik onderzoek hoe ze daarover zelf in het Latijn schreven en waarom. De meest spraakmakende tekst die we hebben onderzocht is een fascistische boodschap voor de toekomst, die in 1932 onder een gigantische obelisk in Rome werd verstopt.

Je noemt jezelf een classica ‘met hart en ziel' en je bent ervan overtuigd dat de oudheid ook in onze huidige maatschappij een betekenisvolle rol speelt. Kun je dit toelichten?

In mijn project over Romeinse slagvelden wil ik er bijvoorbeeld achter komen hoe de Romeinen zich hun oorlogen herinnerden en welke rol bepaalde plaatsen daarbij speelden. Dit raakt direct aan de grote vragen van het menselijke bestaan, vragen waar wij nu ook mee kunnen worstelen. Ook wij moeten terugkijken op gruwelijke oorlogen, nederlagen, of de schuld van het verleden. Met kennis van de geschiedenis van dit soort worstelingen kunnen we onze eigen antwoorden in perspectief plaatsen en onszelf beter begrijpen. Zo wil ik laten zien dat onderzoek naar de oudheid niet alleen boeit, maar ook veel te maken heeft met wie we nu zijn. Concreet staat er op dit moment op de planning dat ik samen met een groep leraren op basis van mijn onderzoeksinzichten lesmateriaal voor het voortgezet onderwijs ontwikkel, dat jonge mensen uitdaagt om vanuit de oudheid op een nieuwe manier naar oorlogen en oorlogsherdenking in Nederland te kijken.

Je ontvangt deze week ook samen met Han Lamers de Jaarprijs Wetenschapscommunicatie van de Koninklijke Vlaamse Academie van België en de Vlaamse Jonge Academie. Wat is volgens jou het belang van goede wetenschapscommunicatie?

Dit komt misschien aan als een verassing, maar ik zie communiceren over onderzoek naar een breder publiek niet als een kerntaak voor elke onderzoeker. Wel vind ik dat een zo breed mogelijk publiek toegang moet hebben tot de resultaten van ons onderzoek, en dat het vertalen van complexe onderzoeksresultaten voor ‘leken’ een fantastische en erg waardevolle taak is. Maar niet iedereen die een excellente onderzoeker is, is bijvoorbeeld ook goed in het overdragen van zijn of haar onderzoek naar kinderen - en dat is prima wat mij betreft! Als je graag bereik wilt en hier ook goed in bent: geweldig, want wetenschap heeft goede ambassadeurs nodig en dit werk moet erkend kunnen worden als een vorm van valorisatie. Als je liever uren in het lab in plaats van op tv doorbrengt, dan zou dat ook oké moeten zijn. We vergeten vaak dat er ook een groep van specialisten bestaat die zijn opgeleid voor het vertalen van wetenschappelijk onderzoek naar een algemeen publiek: de wetenschapsjournalisten.

Heb je nog bepaalde ambities op het gebied van onderzoek? Zo ja, welke?

Ik ben nu 33 jaar oud, dus het zou een schande zijn als ik geen ambitie meer zou hebben. Het meest frustrerende, maar ook het meest fantastische van onderzoek is dat onze antwoorden altijd tot meer vragen leiden. Ik kan mezelf niet voorstellen dat ik ooit klaar zou zijn met de Romeinen of hun leven na de dood.

Laatst gewijzigd:10 april 2018 12:15
printOok beschikbaar in het: English