Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit der LetterenOnderwijs Faculteit der LetterenBachelorMinoren

Cultureel erfgoed

Minor

Hoe ziet de minor er uit?

‘Cultureel erfgoed’ heeft dezelfde brede betekenis als het begrip ‘cultural heritage’ in het Engels sprekende deel van de wereld, zowel wat betreft het soort objecten als ten aanzien van de tijd waaruit deze objecten afkomstig zijn. Het sluit bovendien nadrukkelijk de niet-westerse culturen in. Op het eerste gezicht duidt de huidige belangstelling voor het cultureel erfgoed op de kracht van dit concept, maar daarin ligt tevens de zwakte ervan: materieel neemt het erfgoed alleen maar in aantal toe, terwijl het conceptueel tegelijkertijd aan het vervagen is geraakt. Nu rijst niet alleen de vraag over welk en wiens erfgoed we het hebben, maar komen ook de praktische grenzen aan het beheer via musea en monumentenzorg in zicht.

In het eerste deel van deze minor (10 ects) gedurende het propedeusejaar wordt uitgebreid ingegaan op het aspect van de begripsvorming: aan het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw komt de notie op dat er een bijzondere categorie van objecten is die een gedeelde identiteit representeerden en het daarom verdienden te worden gekoesterd en doorgegeven. Dit deel van de minor wordt in het Engels gegeven om ook buitenlandse studenten de gelegenheid te geven dit vak te volgen. De onderdelen in de jaren 2 en 3 worden vooralsnog in het Nederlands aangeboden.

In de jaren 2 en 3 worden telkens in twee aansluitende modulen van 5 ects de problematiek van collectionering, presentatie en behoud, alsook die van het onroerend erfgoed behandeld. Hier gaat het om het ontstaan en de ontwikkeling van musea, met inbegrip van de vaak uitgesproken ideologische opvattingen daarachter. Bij het onroerend goed – gebouwen, stads- en dorpskernen, historische landschappen – vormt de geschiedenis van de monumentenzorg het uitgangspunt om de theorievorming en de praktijk van de zorg voor de gebouwde omgeving in kaart te brengen. Ook wordt kritisch gekeken naar recente ontwikkelingen.

Toelatingseisen

De minor kan gevolgd worden door studenten van de opleidingen Archeologie, Kunstgeschiedenis, alsmede Sociale Geografie en Planologie (FRW).

Studiepunten

Totaal aantal te behalen studiepunten: 30 ECTS  

Meer informatie

Dr. C.P.J. (Kees) van der Ploeg

Meer informatie over de vakken van deze minor is te vinden in Ocasys.

Laatst gewijzigd:22 juni 2016 16:13