Skip to ContentSkip to Navigation
KVI - Center for Advanced Radiation TechnologyAgenda

Hoe snel is het licht?

Ole Christensen Rømer
Ole Christensen Rømer

In september 2011 meldden onderzoekers van het instituut CERN in Zwitserland en het Laboratori Nazionali del Gran Sasso in Italië dat ze neutrino’s (heel kleine 'spookdeeltjes') hadden gemeten die zich sneller verplaatsten dan het licht. Maar dat kan toch helemaal niet? Volgens Einsteins relativiteitstheorie kan niets sneller gaan dan het licht. En dat gaat met de snelheid: c = 299.792,458 km/s.

In het begin van 17e eeuw dachten de Franse filosoof en wiskundige Descartes en de Duitse astronoom Johannes Kepler nog dat de snelheid van het licht oneindig groot was. Galileo Galilei heeft geprobeerd om de lichtsnelheid te meten, maar is er nooit in geslaagd.

Hoe meet je zulke grote snelheden eigenlijk? Het principe is simpel: schiet licht in een bepaalde richting, weerkaats het in een spiegel, wacht tot het weer terug is, meet hoelang het erover heeft gedaan en je weet de snelheid. Maar niets is zo eenvoudig als het lijkt.

In 1676 bepaalde de Deense astronoom Ole Christensen Rømer als eerste de lichtsnelheid. Hij onderzocht de maansverduisteringen van Jupiter en kwam erachter dat deze 'later' plaatsvonden dan verwacht als Jupiter verder van de aarde stond. Uit zijn meting bleek dat het zonlicht er 22 minuten langer over deed om de aarde te bereiken als Jupiter ver van de aarde verwijderd was. Zo kwam hij tot de conclusie dat de lichtsnelheid 225.000 km/s moest zijn.

In onze tijd is het meten van de lichtsnelheid met snelle moderne meetapparatuur een 'fluitje van een cent'. Tijdens de open dag demonstreren we een lichtsnelheidsmeting in het KVI. In de Discovery truck, die naast het KVI zal staan, wordt de lichsnelheid op een alternatieve manier gemeten, namelijk met gesmolten chocola in een magnetron! 

Laatst gewijzigd:28 januari 2014 11:02