Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit Gedrags- en MaatschappijwetenschappenPedagogische wetenschappen en OnderwijskundeOnderzoekResearch Centre PMDAangeboren en verworven doofblindheid

Volgmodel voor de communicatieontwikkeling

Kirsten Wolthuis, MSc.

Wat is aangeboren doofblindheid?

Aangeboren doofblindheid betekent een combinatie van doofheid en blindheid. In de praktijk zien we echter vaak kinderen die niet helemaal doof en helemaal blind zijn. Vaak is er nog sprake van restgehoor en/of -visus. Op de website www.doofblind.nl staat veel achtergrondinformatie over kinderen en volwassenen met deze dubbele zintuiglijke beperking.

Voor veel mensen is het moeilijk voor te stellen hoe je kunt communiceren als je (bijna) niet kunt horen én zien. Toch zijn er wel degelijk mogelijkheden voor deze personen om zich te kunnen uiten. De meest gangbare manier is via tactiele gebaren, oftewel gebaren die je kunt voelen.

Aftasten

Over het algemeen doorlopen kinderen met doofblindheid dezelfde ontwikkelingsprocessen als kinderen die niet doofblind zijn. De omstandigheden waaronder deze kinderen zich ontwikkelen zijn echter totaal anders. De manier waarop kinderen met doofblindheid in de wereld staan en de wijze waarop ze concepten opbouwen, worden niet altijd meteen herkend door hun horende en ziende communicatiepartners. Het is letterlijk en figuurlijk een kwestie van aftasten. Communicatie is in de eerste plaats gericht op gedeelde ervaring en gedeelde kennis. Om deze reden is het van essentieel belang dat de ontwikkeling van (tactiele) vaardigheden, die nodig zijn om een hoog niveau van interactie en communicatie te bereiken, centraal wordt gesteld in onderwijs en zorg aan kinderen met doofblindheid.

Doel van het onderzoek

Het doel van dit onderzoek betreft het opzetten van een model ten behoeve van het volgen van de communicatieontwikkeling van kinderen met aangeboren doofblindheid .

Met dit model kunnen begeleiders/ docenten van de kinderen:

  • De ontwikkelingsfase van het kind vaststellen
  • Communicatiedoelen opstellen
  • Strategieën bedenken om deze doelen te bereiken

Volgen van de communicatieontwikkeling

Op dit moment bestaat er geen model waarmee de communicatieontwikkeling van deze specifieke groep kinderen in kaart kan worden gebracht. Het ontbreken van een theoretisch kader bemoeilijkt het vaststellen en het inrichten van een verbeterplan van het communicatieve niveau van het kind door docenten en begeleiders Hiermee wordt het risico gelopen dat het kind verkeerd wordt benaderd en dat het zich niet kan ontwikkelen naar zijn of haar potentie. Voor het tot stand komen van het model wordt de communicatieontwikkeling van horende en ziende kinderen als uitgangspunt gebruikt. Vanuit deze theoretische achtergrond wordt gekeken in hoeverre dit kader kan worden gebruikt voor kinderen met doofblindheid.

Planning

De duur van het project loopt van december 2013 tot december 2018

Financiering

Dit project zou niet mogelijk zijn zonder de financiële steun van het Fonds NutsOhra en Koninklijke Kentalis. Fonds NutsOhra wil bijdragen aan verbetering van de zorg en de kwaliteit van leven van mensen met een ziekte, beperking of gezondheidsrisico. Kentalis is dé specialist op het gebied van onderzoek, zorg en onderwijs voor mensen met beperkingen in horen en communiceren.

Contactgegevens: k.wolthuis@rug.nl

logo kentalis fonds nuts-ohra

Relevante literatuur

Braten, S. & Trevarthen, C. (2007). Prologue: From infant intersubjectivity and participant movements to stimulation and conversation in cultural common sense. In: S. Braten (Ed.) On being moved. From mirror neurons to empathy. pp. 21-34. Amsterdam/Philadelphia: John Benjamins Publishing Company.

Braten, S. (2009). The intersubjective mirror in infant learning and evolution of speech. Amsterdam/Philadelphia: John Benjamins Publishing Company.

Damen, S., Janssen, M.J., Ruijssenaars, A.J.J.M., Schuengel, C. (to be submitted) Communication between children with congenital deafness, blindness and deafblindness and their social partners: an intersubjectivity perspective. International Journal of Disability, Development and Education.

Janssen, M. J., Riksen-Walraven, J.M., & van Dijk J.P.M. (2003a). Towards a diagnostic intervention model for fostering harmonious interactions between deaf blind children and their educators. Journal of Visual Impairment and Blindness, 97(4), 197-214.

Janssen, M.J., Riksen-Walraven, J.M. & Van Dijk, J.P.M. (2003b). Contact: Effects of an intervention program to foster harmonious interaction between deaf-blind children and their educators. Journal of Visual Impairments and Blindness, 97(4), 215-229.

Martens, M.A.W., Janssen, M.J., Riksen-Walraven, J.M. & Ruijssenaars, A.J.J.M. (submitted). Introducing an intervention model for affective involvement with persons who are congenitally deaf-blind. Journal of visual Impairment and Blindness.

Souriau, J., Rødbroe, I & Janssen, M ( Eds) (2009). Transition to Cultural Language. Communication and Congenital Deafblindness. Handbook IV. Sint-Michielsgestel: VCDBF/Viataal

Stern, D.N. (1985/1998). The interpersonal world of the infant: A view from psychoanalysis and developmental psychology. New York: Basic Books/ Karnac.

Trevarthen, C. (1993). The function of emotions in early infant communication and development. In J. Nadel and L. Camioni (Eds.) New perspectives in communicative development. London and New York: Routledge.

Trevarthen, C. & Aitken, K. (2001). Infant intersubjectivity: Research, theory, and clinical applications. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 42(1), 3-48.

Van Loon, D., Van der Meulen, B. F., & Minnaert, A. E. M. G. (2011). Effectonderzoek in de gedragswetenschappen. Methodologische moeilijkheden en mogelijkheden. Den Haag: Boom Lemma.

Laatst gewijzigd:17 februari 2017 08:53