Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit Gedrags- en MaatschappijwetenschappenPedagogische wetenschappen en OnderwijskundeOnderzoekResearch Centre PMDAangeboren en verworven doofblindheid

Interactie, communicatie en stress bij volwassenen met congenitale doofblindheid

Kitty Bloeming, MSc.

Bij Visio De Brink wonen cliënten met een verstandelijke en zintuiglijke beperking. Een deel van deze cliënten is congenitaal doofblind. Het merendeel van de volwassenen met congenitale doofblindheid die bij De Brink wonen, hebben geen doofblinden onderwijs gevolgd, ten gevolge waarvan ontwikkelingskansen gemist zijn.

Doel
Het doel van het promotieonderzoek is om interactie en communicatie met volwassenen met congenitale doofblindheid te verbeteren en te komen tot harmonieuze interacties bij volwassenen met doofblindheid.

Het eerste doel van het onderzoek is het evalueren van de effectiviteit van een interventie die gericht is op het verbeteren van de interactie en communicatie tussen volwassenen met congenitale doofblindheid en hun begeleiders. Het tweede doel is het vergelijken van de stresscurve van volwassenen met congenitale doofblindheid met die van de normale populatie en het onderzoeken van het effect van verbeteringen in interactie en communicatie op deze stresscurve.

Werkwijze
In 2005 is gestart met twee behandelgroepen voor volwassenen met doofblindheid: de communicatiegroepen. Doel van deze groepen is het verbeteren van de interactie en communicatie door middel van een aan doofblindheid aangepaste begeleiding. Een onderdeel van het onderzoek is het evalueren van het effect op de interactie en de communicatie.

In oktober 2009 is een interventiestudie van start gegaan, die eindigde in juli 2010. In de interventiestudie, waar vijf cliënten met congenitale doofblindheid en tien begeleiders aan mee hebben gedaan, is de effectiviteit van de methode CONTACT bij doofblinde volwassenen getoetst. Daarnaast zijn de begeleiders geschoold in het uitlokken en herkennen van Bodily Emotional Traces (BET’s). Een BET is een ‘spoor’ dat achterblijft bij de doofblinde persoon na het opdoen van een ervaring waar emotie bij betrokken was. De uiting gebaseerd op een BET kan waargenomen worden door de begeleiders van de persoon met doofblindheid. De uiting verwijst op lichamelijke wijze naar de eerdere ervaring en er is emotie bij betrokken. Deze uitingen van de persoon met doofblindheid bieden goede mogelijkheden voor de begeleiders om de interactie te verbeteren. De interventie bestaat uit vijf coachingsgesprekken per begeleider, waarbij video-analyse een belangrijke rol speelt.

In de periode van 2005-2010 zijn tijdens vijf periodes speekselafnames bij de cliënten gedaan. Door middel van analyse van de speekselmonsters zijn de cortisol-waarden bepaald. Hiermee kan de stresscurve worden bepaald. Onderzocht is of deze curve vergelijkbaar is met de stresscurve van de normale populatie. Daarnaast is onderzocht of verschillen in de kwaliteit van interactie en communicatie terug te zien zijn in veranderingen in de stresscurve.

Status: proefschrift in afrondende fase

Contactgegevens: kittybloeming@visio.org

Referenties

Bloeming-Wolbrink, K. A., Janssen, M. J., de Weerth, C., Ruijssenaars, W. A. J. J. M., Sweep, F. C. G. J., Eijsbouts, A., & Riksen-Walraven, J. M. A. (2012). Stress in adults with congenital deafblindness and an intellectual disability: Information from their cortisol curves. The British Journal of Visual Impairment, 30, 149-159.

Bloeming-Wolbrink, K. A., Janssen, M. J., Ruijssenaars, W. A. J. J. M., Menke, R., & Riksen-Walraven, J. M. (2015). Effects of changes in life circumstances on interaction and communication in adults with congenital deafblindness and an intellectual disability. British Journal of Visual Impairment, 33, 31-44. doi:10.1177/0264619614558429

Laatst gewijzigd:17 februari 2017 08:53