Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit Gedrags- en MaatschappijwetenschappenPedagogische wetenschappen en OnderwijskundeOrthoreka!Masterscriptie

Besluitvormingsproces van matching in de pleegzorg

Anne van der Wolf

Aanleiding en doelstelling

In Nederland wordt bij kinderen die uit huis worden geplaatst de voorkeur gegeven aan een plaatsing in een pleeggezin. Hoewel het belang van een goede matching van pleegkinderen aan pleeggezinnen wordt benadrukt, is er tot op heden weinig onderzoek naar gedaan. De matchingsbeslissing zou onder andere afhangen van de vaardigheden, competenties en ervaring van de matcher. Aankomende professionals beschikken nog niet over praktijkkennis en -ervaring, waardoor er gekeken kan worden naar welke factoren zij van belang vinden in het matchingsbesluit op basis vanindividuele factoren en (wetenschappelijke) kennis vanuit de pedagogische opleidingsachtergrond. In dit onderzoek is gekeken waar de verschillen en overeenkomsten zitten in matchingsbeslissingen van aankomende professionals.

Methode

In dit exploratief kwalitatief onderzoek is een semi-gestructureerd interview afgenomen bij 6 laatstejaarsstudenten van de bacheloropleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening. In het onderzoek zijn de participanten door middel van convenience sampling uit de populatie genomen. Er is gebruik gemaakt van vignetten van pleegkinderen en pleeggezinnen om fictieve matches te maken. In het interview stond de volgende vraag centraal: ‘Als u de matcher zou zijn, aan welk gezin zou u dit kind dan matchen?’.

Resultaten

De studenten geven verschillende protectieve- en risicofactoren aan die in het algemeen van toepassing zijn bij het matchen. Bij het fictieve matchen worden ook specifiek casusgebonden protectieve- en risicofactoren benoemd door de studenten. De meest genoemde factoren zijn gericht op: gezinssamenstelling, ervaring van pleegouders, woonsituatie, beroep, sociaal netwerk en communicatie, geloofsovertuiging, culturele achtergrond en nationaliteit, biologische ouders, overeenstemming in wensen van pleegouders, vrijetijdsbesteding van pleegouders en aansluiting van het pleegkind aan het pleeggezin. Er komen ook protectieve- en risicofactoren naar voren die specifiek worden benoemd naar aanleiding van de casussen en afhankelijk zijn van bepaalde kenmerken van het pleegkind. Daarnaast worden ook verschillen geconstateerd in het uiteindelijke matchingsbesluit, het aantal argumenten om te komen tot een bepaald matchingsbesluit en enkele inhoudelijke factoren.

Conclusies en aanbevelingen

Er kan geconcludeerd worden dat het bij matchingsbeslissingen niet alleen gaat om afzonderlijke kind- en pleeggezinkenmerken, maar om de interactie tussen beide kenmerken. Daarnaast kan gesteld worden dat matching in de pleegzorg een persoonsgebonden karakter heeft. De ene student neemt overduidelijk meer factoren mee in het overwegingsproces dan de andere student. Dit kan het gevolg zijn van individuele factoren, aangezien ze allen dezelfde opleidingsachtergrond hebben en niet beschikken over praktijkkennis en -ervaring. Hieruit kan geconcludeerd worden dat een aanvullende training voor aankomende matchers aan te raden is om zodoende de invloed van individuele factoren te minimaliseren en de focus te richten op evidence-based instrumenten en procedures. Tevens kan worden aanbevolen om onderzoek niet alleen te richten op afzonderlijke kind- en pleegouderfactoren, maar op de interactie tussen beiden.

Keywords

Pleegzorg, matching, besluitvormingsproces, aankomende professionals, protectieve factoren, risicofactoren.

Begeleid door: Mónica López Lopez en Kirti Zeijlmans

Laatst gewijzigd:25 juni 2018 16:07
printOok beschikbaar in het: English