Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit Gedrags- en MaatschappijwetenschappenPedagogische wetenschappen en OnderwijskundeOrthoreka!Masterscriptie

Behoefte Onderzoek Pleegkinderen (BOP).

De behoeften van pleegkinderen vanuit de visie van pleegouders. / Antje Bosma en Christel Kok

Aanleiding en doelstelling

Gezien de vaak complexe voorgeschiedenis en het feit dat wonen in een pleeggezin verschilt van een ‘gewone’ opvoedingssituatie, is het aannemelijk dat pleegkinderen specifieke behoeften hebben. Het doel van dit onderzoek is om een overzicht te krijgen van de behoeften van pleegkinderen en daardoor betere ontwikkelingskansen te bieden. Hierbij zijn de ervaring en kennis van pleegouders gebruikt aangezien zij een belangrijke rol spelen in het leven van pleegkinderen. De hoofdvraag van dit onderzoek is als volgt: ‘Wat zijn de behoeften van pleegkinderen vanuit de visie van pleegouders en welke behoeftegroepen kunnen daarbij onderscheiden worden?’. Hiernaast wordt gekeken in hoeverre er tegemoet gekomen wordt aan de belangrijkste behoeften en in hoeverre een verleden met seksueel misbruik, het aantal meegemaakte negatieve gebeurtenissen, de kwantiteit en kwaliteit van contact met biologische ouders en het aantal plaatsingen van invloed zijn op de behoeften.

Methode

Via twee pleegzorgorganisaties, facebook en bekenden is er gekomen tot een steekproef van 23 pleegouders. Door middel van de Q-sort methode hebben de pleegouders 45 behoeftekaartjes gesorteerd van ‘meest onbelangrijk’ naar ‘meest belangrijk’. Er is tevens gebruik gemaakt van de ACE-vragenlijst (Adverse Childhood Experiences, Felliti et al., 1998) en ‘Tegemoetkomen aan belangrijkste behoeften’ vragenlijst (opgesteld voor dit onderzoek). Ten slotte is in een semigestructureerd interview aan de pleegouders gevraagd toelichting te geven op hun sortering. De analyses zijn gedaan middels een by-person factoranalyse en de behoeftegroepen zijn vergeleken met behulp van non-parametrische vergelijkingen.

Resultaten

Uit de by-person factoranalyse kwamen drie behoeftegroepen naar voren: ‘Jongeren die gewoon willen zijn’, die sterk gericht zijn op het pleeggezin, ‘Jongeren die zelfbepalend zijn’, die invloed willen uitoefenen op hun leven en enige afstand lijken te bewaren richting volwassenen, en ‘Jongeren die zoekend zijn’, die hun plek nog lijken te zoeken tussen het pleeggezin aan de ene kant en hun biologische ouders aan de andere kant. De resultaten wezen uit dat er significant minder tegemoet werd gekomen aan de belangrijkste behoeften van ‘Jongeren die zelfbepalend zijn’ ten opzichte van de andere groepen. Volgens alle pleegouders zijn een warm thuisgevoel, zichzelf kunnen zijn en meer zijn dan alleen een pleegkind belangrijke behoeften van pleegkinderen.

Conclusies en aanbevelingen

Het feit dat er verschillende behoeftegroepen onderscheiden kunnen worden, geeft aan dat het belangrijk is hier oog voor te hebben in zowel onderzoek als de praktijk. Aanbevolen wordt om bij elke plaatsing in ieder geval op deze behoeften in te zetten. Daarnaast is het belangrijk om pleegkinderen regelmatig te vragen naar hun behoeften en de aanpak daar op af te stemmen. Ook in onderzoek zou meer aandacht besteedt moeten worden aan de behoeften van pleegkinderen.

Door: Antje Bosma en Christel Kok (augustus 2016)

Begeleid door: Anne Steenbakkers en Hans Grietens

Laatst gewijzigd:31 maart 2017 12:15
printOok beschikbaar in het: English