Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit Gedrags- en MaatschappijwetenschappenPedagogische wetenschappen en Onderwijskunde50 jaar orthopedagogiekUit de oude doos

Een lezing van drs. Wilhelmina Bladergroen

Hans Knot dook andermaal in de archieven en zo vond hij gegevens inzake een lezing die door mej. drs. Wilhelmina Bladergroen werd gegeven in april 1964 in het Prof. Van der Leeuw Onderwijscentrum, destijds gevestigd aan de Paterswoldseweg in Groningen.

De aanwezigen, die ze toesprak, waren leden van de Nederlandse Unie van Speeltuinorganisaties, die een propagandabijeenkomst voor de drie noordelijke provincies had georganiseerd. Na de opening door de voorzitter, drs. G.W.B. Borrie, die ondermeer zei dat Groningen 28 speeltuinen telde, sprak ‘mej. Bladergroen’, toen nog kinderpsychologe, over ‘Speelbehoeften en speelnood van de opgroeiende jeugd’.

Zo stelde ze ondermeer: “Bij het kiezen van speelgoed voor onze kinderen zijn wij als volwassenen en ouders steeds geneigd, datgene te kopen, dat we zelf zouden willen hebben als we kinderen waren. Bovendien zijn we wat dit betreft erg aan traditie gebonden: op verjaardagen en met St. Nicolaas wordt speelgoed gekocht; de rest van het jaar vindt het kind geen uitweg voor zijn ontwikkelingsnood.”

Bladergroen vertelde verder dat in Nederland knikkers en ballen het hoogst als speelgoed gewaardeerd werden, in Engeland boten en in Italië speelgoedwapens. In die tijd speelde 96% van de kinderen in Nederland op straat, waarvan 40 % in speeltuinen, terwijl dit percentage in het buitenland hooguit 38% was. Volgens Bladergroen was het niveau en de wijze van spelen echter onrustbarend te noemen. “De basis van alle spel is het ‘niet omvallen’ geworden. Blokken, die op elkaar gestapeld kunnen worden, zijn soms zelfs

voorzien van randjes om het omvallen te voorkomen. De oorzaken zijn veelal gelegen in de moderne leefsituatie met zijn veel voorkomende leerstoornissen – in veel gemeenten meer dan 30 procent van de kinderen – en een gebrek aan ruimte. Dikwijls is hierbij sprake van te weinig kleuteronderwijs.”

Aan de hand van dia’s liet Bladergroen ten slotte zien, hoe enorm het verschil is, als het kind met of zonder ‘groen’ tot spelen kwam. In het laatste geval liep het spel dood tegen de muur, er trad er een immense verveling op en er waren dientengevolge allerlei ontwikkelingsstoornissen ontstaan. Volgens Bladergroen was in het andere geval de spelontplooiing veel natuurlijker.

In de middaguren volgde de vertoning van een speeltuinfilm: ‘Geef ze de ruimte’ en werd er een bezoek aan een tweetal speeltuinen gebracht. Terugkomend op de gepresenteerde dia’s gaat het om een prachtige serie van 65 zogenaamde glasdia’s, gemaakt door de pleegzoon van Bladergroen, Bert ten Hoopen, die ruim een halve eeuw bewaard zijn gebleven.

In 2006 is een 36-tal van deze glasdia’s schoongemaakt en afgedrukt. De keuze van deze 36 afbeeldingen is gemaakt door professor dr. Mineke van Essen en mijn persoon en heeft geleid tot een definitieve overzichtstentoonstelling van ‘het spel van het kind’ in de voormalige kantine als ook in de gang van de tweede verdieping van de afdeling Pedagogiek en Onderwijskunde, waaronder Orthopedagogiek valt.

Laatst gewijzigd:26 februari 2018 12:52