Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit Gedrags- en MaatschappijwetenschappenOrganisatieActueelPromoties & Oraties GMW

Promotie: R.M. Carrière, The transition to early education. A dynamic theoretical framework

28 mei 2009

Promotie: R.M. Carrière, 13.15 uur Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Proefschrift: The transition to early education. A dynamic theoretical framework

Promotor(s): prof.dr. P.L.C. van Geert

Faculteit: Gedrag- en Maatschappijwetenschappen

 

Het is een bekende verzuchting: konden we maar net zo zorgeloos door het leven gaan als een kleuter. Toch kent ook een klein kind al stressmomenten, bijvoorbeeld als het voor het eerst naar school gaat. Het is van belang om deze overgang zo soepel mogelijk te laten verlopen, stelt Raphaela Carrière in haar promotieonderzoek vast. Negatieve ervaringen hiermee kunnen namelijk leiden tot problemen met overgangssituaties later in het leven. Carrière promoveert 28 mei 2009 aan de Rijksuniversiteit Groningen.  

 

Kinderen ontwikkelen al vroeg een gevoel van veiligheid dat onder andere is gebaseerd op relaties met anderen en de voorspelbaarheid van hun omgeving. Door veranderingen hierin wordt het gevoel van veiligheid minder stabiel, wat het kind kwetsbaar maakt. Dit is met name het geval bij veel veranderingen tegelijk in de omgeving, dagstructuur en relaties, zoals bij het voor het eerst naar school gaan.   

 

Veiligheid

Simpele maatregelen kunnen volgens Carrière deze veranderingen versoepelen: een kind kennis laten maken met de klas(genoten) en de leerkracht, brengt een kind in de gelegenheid (vertrouwde) relaties op te bouwen. Zorg ook dat veilige relaties behouden worden door bijvoorbeeld vriendjes en bekenden bij elkaar in dezelfde klas te plaatsen. Door het kind bijvoorbeeld uitleg te geven over de gang van zaken, de regels en de dagindeling kan de voorspelbaarheid worden verhoogd. Omdat dit niet op de eerste schooldag al meteen duidelijk is voor het kind, is het volgens Carrière van belang dat het geleidelijk kan wennen aan de nieuwe situatie, bij voorkeur met één van de ouders in de klas. Idealiter blijven de ouders als bron van veiligheid erbij tot dat het kind zelf aangeeft zich prettig te voelen.   

 

Aanpassing

Normaal gesproken past het kind zich snel en goed aan de nieuwe situatie aan. Maar het is wel belangrijk om kinderen in zo’n overgangsfase goed in de gaten te houden, meent Carrière. ‘Tijdens deze periode kunnen hele kleine dingen grote gevolgen hebben. Dat heeft niet alleen implicaties voor hoe ze deze periode beleven, maar het kan ook gevolgen hebben voor hun algemene stemming en op den duur zelfs ook voor hun persoonlijkheid.’  

 

Omgaan met overgangssituaties

Negatieve ervaringen in belangrijke periodes als deze kunnen - als ze niet op tijd worden onderkend - volgens Carrière leiden tot een onprettige associatie met overgangssituaties in het latere leven. Het kan de manier beïnvloeden waarop het kind in de toekomst reageert op stress, omgaat met verandering en de mate waarin uitdagingen worden opgezocht of juist vermeden. ‘Waar de overgangsperiode als positief wordt ervaren kan deze een waardevolle referentie vormen voor toekomstige overgangsfases’, aldus Carrière. ‘Daarom is het erg belangrijk om het kind in de fase van het voor het eerst naar school gaan goed in de gaten te houden.’  

 

Kind centraal

Om goede richtlijnen en beleid te ontwikkelen voor de eerste schoolperiode moet je niet alleen weten hoe het met het kind gaat in die periode, maar ook wat voor dat kind ‘normaal’ is. Carrière: ‘Leerkrachten moeten daarom nauwer samenwerken met ouders. Op deze manier kunnen ze een goed beeld krijgen van hoe het kind zich ontwikkelt, wat het kind nodig heeft en vooral ook opsporen wanneer kinderen extra kwetsbaar zijn. Daarmee verhoog je de effectiviteit van het leerproces en faciliteer je passend onderwijs.’

 

Overkoepelende theorie

Carrière ontwikkelde daarom een dynamisch, theoretisch referentiekader om de overgang naar school te kunnen bestuderen. ‘Ik vond het frappant dat er nog geen overkoepelende theorie hierover bestond. Hoe kan je dan bepalen of een kind de overgang goed is doorgekomen?’ Tot op heden was het onderzoek versnipperd en richtte het zich vooral op cognitieve vaardigheden als lezen, schrijven en rekenen. Ook wordt gekeken of kinderen hun aandacht kunnen richten op processen in de klas. Volgens Carrière geeft dit echter niet per se een juist beeld of kinderen goed door de overgangsfase heen zijn gekomen. 

 

Overgangsfase

Om dit wel goed in beeld te krijgen is het belangrijk om tijdens de overgang naar school greep te krijgen op de complexe interacties tussen het kind, zijn binnenwereld, belevingen en omgeving. Die overgang begint al vóór de eerste schooldag en loopt ook daarna nog een tijd door. Tijdens die overgangsfase kan je een kind het beste volgen in zijn ontwikkeling en aanpassing door zijn gevoel voor zekerheid en veiligheid in de gaten te houden.   

 

Curriculum vitae

Raphaela Maxine Carrière (Groningen, 1970) studeerde politieke psychologie in Leiden en verrichte haar promotieonderzoek bij de sectie Klinische en Ontwikkelingspsychologie van de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de RUG. Ze promoveert in de Gedrags- en Maatschappijwetenschappen bij prof.dr. P.L.C. van Geert. De titel van haar proefschrift is ‘The Transition to Early Education. A dynamic theoretical framework’. Momenteel werkt zij als Operational Auditor bij de Audit dienst, afdeling onderzoek, van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in Den Haag. 

 

Noot voor de pers

Contact: Raphaela Carrière, tel. 06-407 10 808, e-mail: raphaelacarriere@hetnet.nl 

 

Laatst gewijzigd:21 februari 2017 11:17
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws