Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculty of Science and EngineeringOnderwijszakenBèta-bachelor studiekiezersOver studeren

Paulien Bouwmans

Paulien Bouwmans
Paulien Bouwmans

Paulien Bouwmans (22), vierdejaars Nederlandse taal en cultuur, is lid van Dizkartes. Een van de jongste verenigingen in Groningen, maar met zo’n 900 leden wel de op twee na grootste. Dizkartes bestaat nu 16 jaar en kent nog niet veel oude gebruiken. Maar een aantal beginnen zich wel af te tekenen. Zoals bijvoorbeeld ‘de groene mannetjes’, die in de KEI-week worden ingezet om aandacht te trekken en nieuwe leden te werven.  

“Dizkartes is een jonge vereniging, daarom hebben we niet echt een traditie of historische voorwerpen. Maar iets wat heel erg bij ons hoort is de kleur groen, die ook in ons wapen zit.Vroeger waren we ‘het groentje’ tussen de andere verenigingen. Maar groen staat ook voor het groeien en het vormen van de vereniging. Je kunt hier nog veel zelf invullen, we zijn niet vastgeroest. Bij de Groninger introductieweek, de KEI, hebben we altijd een paar leden in de stad rondlopen die helemaal groen geverfd zijn, de groene mannetjes. Dat trekt altijd wel veel bekijks. We doen dat nu al een jaar of tien, dus toch al een beetje een traditie. Het stamt nog uit de jaren dat we klein waren en weinig geld hadden. We moesten toen op een goedkope manier aandacht zien te trekken.

Dizkartes is snel gegroeid en nu behoorlijk groot. Op sommige avonden zijn hier nu wel drie- of vierhonderd leden. Dat is wel vrij veel, maar als je zelf wat initiatief toont en geregeld komt, leer je de mensen wel kennen. Bovendien kun je in commissies gaan en moet je als eerstejaars verplicht meedoen aan de introductie en bij een jaarclub. We hebben geen ontgroening, maar wel een aantal verplichtingen. Dat moet wel, want we krijgen jaarlijks zo’n 250 nieuwe leden. Anders leren die elkaar en de vereniging niet kennen.

Gelijkwaardigheid is voor ons belangrijk. We hebben de structuur en de mogelijkheden van een grote vereniging, met allerlei activiteiten en jaarclubs, commissies, disputen en genootschappen. Maar dat combineren we met de gelijkwaardigheid van een kleinere vereniging. Eerstejaars zijn hier niets minder dan anderen en kunnen overal aan meedoen. Zelf merkte ik dat heel goed toen ik lid werd. Ik kwam uit Ijsselstein, en kende verder niemand in Groningen. Ik vond het hier wel gezellig en ongedwongen. Op een avond in de KEI-week zou ik me inschrijven, maar er stond een lange rij, dus ik plofte even op een bank neer tussen een stel mensen. Die begonnen meteen geïnteresseerd met me te kletsen. Later bleek dat het bestuur te zijn. Zoiets kan hier, we zijn hier niet uit de hoogte.

Als bestuurslid extern heb ik echt een ‘baan’; ik zit hier elke dag van 11 tot 5 en moet ‘s avonds ook vaak van alles doen. Omdat je veel met andere verenigingen en instanties omgaat, zie je je vereniging in een breder perspectief en zie je dat onze manier van doen niet altijd de beste is. Zo waait er een frisse wind door je hoofd, en dat komt de vereniging weer ten goede. Maar de avondjes lekker lui op de bank mis ik ook wel eens.”  

www.dizkartes.nl

Laatst gewijzigd:31 januari 2017 23:12