Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculty of Science and EngineeringOnderwijszakenBèta-bachelor studiekiezersOver studeren

Topturner Epke Zonderland

“Ik heb niet gekozen voor de makkelijkste weg”

Op straat wordt hij nog niet veel herkend, en met zijn kleine postuur en jongensachtige uitstraling komt hij niet meteen over als een sporter van wereldklasse. Pas als Epke Zonderland de jas uittrekt, zie je de topturner in hem. Schouders die niet echt uitnodigen om een potje te gaan armdrukken en imposante polsen geven hem de uitstraling van Jerommeke. Maar een dommekracht kan hij moeilijk genoemd worden. Naast zijn trainingen en wedstrijden studeert Epke namelijk ook nog geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Op school heb ik niets gelaten, nu moet ik voor het eerst keuzes maken.” 

Epke Zonderland mag zich momenteel de beste allround-turner van Nederland noemen. De twintigjarige student geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen werd afgelopen jaar op vijf toestellen Nederlands kampioen. Daarnaast haalde hij op de rekstok al goud en zilver bij Wereldbekerwedstrijden. Hij combineert zijn trainingarbeid en buitenlandse wedstrijden met een studie die niet te boek staat als de makkelijkste.  

Sport en studie

In september begon Epke aan geneeskunde, vastbesloten om sport én studie honderd procent te doen. De middelbare school ging hem goed af, een studie leek ook niet onoverkomelijk. Bovendien zou hij het ‘een beetje rustiger aan doen’. “Ik ging terug van 28 uur trainen naar 24 uur. Ik dacht het dan wel te kunnen combineren en het leek ook beter voor mijn lichaam, wat meer rust. Maar ik kreeg juist meer blessures, omdat ik de krachttraining beperkte, en die is goed om blessures te voorkomen. En ik was, met de studiearbeid ernaast, soms ontzettend vermoeid.”

Bij het WK turnen, weg van de dagelijkse beslommeringen, kon Epke goed nadenken over wat hij wilde. Hij besloot een stapje terug te doen met de studie en doet nu alleen verplichte dingen, als mentorgroepen en leeronderzoek. Volgend jaar volgen dan de practica en de tentamens van het eerste jaar. Hij kan dit doen omdat hij in de topsportregeling van de RUG valt (zie kader). “Turnen komt echt op de eerste plaats. Ik kan nu aan topsport doen. Studeren kan altijd nog,” verklaart Epke zijn keuze. Hij is wel vastbesloten de studie voort te zetten. “Tevoren wist ik wel dat het lastig zou worden. Maar ik keek er echt naar uit om geneeskunde te studeren. Ik heb niet gekozen voor de makkelijkste weg, maar later wil ik ook iets leuks kunnen doen. Dan maar wat langer over de studie.”

Hoe word je topturner? Wanneer ben je je bewust dat je meekunt op wereldniveau en laat je er dingen voor staan? “Zoiets groeit langzaam,” vertelt Epke. “Op mijn tiende ging ik voor het eerst naar een buitenlandse wedstrijd. Maar het gevoel dat ik echt internationaal mee kon, kwam ongeveer twee jaar terug. Toen werd ik op het jeugd EK tweede op rekstok en vierde op de meerkamp. Tot die tijd was de finale halen een droom. Nu stond ik daar ineens zelf.” Het succes maakt dat hij steeds serieuzer met de sport omgaat. “Ik ga nu ook bewuster nadenken wat ik wil. Op school heb ik nooit iets gelaten, nu moet ik voor het eerst keuzes maken.”

Voor training en wedstrijden zit Epke vaak in het buitenland. Zo was hij alleen afgelopen jaar al zo’n twaalf keer op pad, naar steden als Peking, Melbourne, Aarhus, Teheran en Glasgow. Soms drie weken, soms korter. “De trainingsstage in Peking was heel mooi,” vertelt Epke enthousiast. “We zaten daar in het trainingscentrum van de Chinese turntop. Prachtig om te zien hoe het beste team ter wereld traint. De Chinezen hebben ons niet geholpen met de training, ik denk dat we daarvoor inmiddels te grote concurrenten zijn,” lacht hij.

Studieboeken gaan ook wel eens mee. In de voorbereiding probeert Epke altijd wel wat te studeren. “Maar naarmate de wedstrijd dichterbij komt, lukt dat minder. Je hebt er steeds minder tijd voor en je hoofd staat er ook niet meer naar. Bovendien moet je je ook een beetje sociaal opstellen.”  

Epke Zonderland aan de brug
Epke Zonderland aan de brug

Passie en spanning 

Het grote doel voor dit jaar is kwalificatie voor de Olympische Spelen in Peking, in 2008. De kansen liggen goed. Niet alleen is hij een goed allrounder (in 2005 werd hij elfde op het WK bij de meerkamp), ook op de rekstok, zijn favoriete onderdeel, is hij mogelijk een medaillekandidaat.

Wat is er mooi aan de rekstok? “Die vluchtelementen, het zweven in de lucht, dat draaien, dat geeft gewoon een kick,” verklaart Epke zijn passie. “Ik vind het een spectaculair onderdeel, en je hebt meer dan bij andere toestellen de spanning of alles goed gaat.” Ook in het algemeen kan hij nog verrukt zijn van de schoonheid van het turnen. “Op het WK volg ik altijd alle wedstrijden.” De vraag of hij liever goud zou winnen op de ringen, die hij niet zo prettig vindt, of zilver op zijn favoriete rekstok, vindt hij lastig te beantwoorden. Toch wint na enig nadenken de winnaar Epke het van de liefhebber Epke. “Dan kies ik toch voor goud. Je bent dan op dat moment toch ergens de beste in.” De prestatie moet echter wel in perspectief geplaatst worden. “In Glasgow was ik trouwens blijer met zilver dan in Teheran met goud. Want in Glasgow was het veld sterker.”

Een turner duwt altijd tegen de grenzen van zijn fysieke kunnen. “Ik heb zelf al aardig wat gebroken: enkel, tenen, middenvoetsbeentje. En het riscico van overbelasting ligtaltijd op de loer. Maar zulke blessures zijn te voorkomen met een speciaal programma.” Dat turnen niet zonder risico is werd driekwart jaar geleden geïllustreerd door de twee enkelbreuken van collega-turner Wammes. “Een beetje bang voor zoiets ben je altijd wel,” zegt Epke daarover. “Op het WK heb ik bewust risico genomen met een moeilijk element. Dat zijn wel dingen waar je zenuwachtig voor bent. Maar als je makkelijke dingen doet, op de automatische piloot, wil je aandacht nog wel eens afdwalen. Dan gaat het dus ook weer mis.”

Zenuwen en spanning kent hij dus goed. Kan iets als een tentamen hem eigenlijk nog van zijn stuk brengen? “Ja hoor, ook voor een tentamen kan ik nog aardig in de stress schieten.” 

 

Alles of niets

Al sinds zijn vierde turnt Epke. Kan hij zich nog een leven zonder turnen nog voorstellen. “Jawel,” is het verrassende antwoord. “Ik heb er nog nooit genoeg van gehad, al vraag ik me wel eens af of het alle opofferingen waard is. Ik zit nu in een fase dat toernooien steeds belangrijker worden, daar haal je dan je motivatie uit. Maar ik denk niet dat ik de stap terug, naar ‘liefhebberij’ zou kunnen maken. ‘Voor de leuk’ turnen bestaat eigenlijk niet. Als je in trainingsuren flink teruggaat, daalt je niveau vrij snel en kun je veel elementen niet meer doen. Het is denk ik alles of niets.”

Afhankelijk van hoe het de komende twee jaar gaat, kijkt hij wat hij met de studie gaat doen. “In Peking ben ik 22, dus ik kan daarna nog wel twee keer naar de Spelen. Misschien dat ik me tussendoor een jaar helemaal op de studie stort en even wat minder ga turnen.” En misschien is er dan ook wat meer tijd voor het studentenleven, want dat schiet er nu natuurlijk bij in. Epke woont in Heerenveen, waar zijn turnhal staat. “Soms vind ik het wel een beetje jammer dat ik dat mis. Maar ik krijg er ook heel veel voor terug.” 

Laatst gewijzigd:31 januari 2017 23:12