Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Werven, B. van

Auteur: Bas van Werven

Afstudeerjaar: 2012
Vakgroep: Praktische  filosofie
Titel: Religie in de (post)seculiere samenleving

Samenvatting:

Als Jürgen Habermas in 2001 in zijn rede ‘Glauben und Wissen” de toehoorders voor houdt dat we vandaag de dag leven in een postseculiere samenleving die moet leren omgaan met de blijvende deelname van religieuze groeperingen aan het publieke debat gaat er een lichte siddering door het filosofenwereldje. Wat krijgen we nu? Is Jürgen van zijn geloof gevallen?

Habermas had immers tot op dat moment nooit veel op gehad met religie en haar rol in het publieke debat. Aangezien mensen die gelovig zijn zich uiteindelijk kunnen beroepen op een buitenwereldse instantie die voor niet-religieuzen niet toegankelijk is, zouden zij zich kunnen onttrekken aan rationele argumenten. Daarmee zou religie nooit op een vruchtbare, lees rationele wijze, een rol kunnen spelen in dit debat.

Dat Habermas in 2001 van gedachten verandert geeft aan dat er zich een verandering aan het voltrekken is in de manier waarop filosofen aankijken tegen het verschijnsel religie. Waar de klassieke secularisatieopvatting ons leerde dat religie steeds verder zou marginaliseren lijkt vandaag de dag de maatschappelijke relevantie van religie eerder toe dan af te nemen. We hoeven daarbij niet alleen te wijzen op de rol die de (politieke) Islam op dit moment op het wereldtoneel speelt, maar ook dichterbij speelt religie bij allerlei maatschappelijke vraagstukken een rol. Ook in de West-Europese, ‘geseculariseerde’, landen spelen doorlopend kwesties waarbij religieuze argumenten een rol spelen. We kunnen hierbij denken aan kwesties als het homohuwelijk, besnijdenis van jongetjes, ritueel slachten en de vragen die spelen rondom medisch-ethische kwesties. Religieuze groeperingen lijken een blijvende rol voor zich op te eisen in het publieke debat. Habermas realiseert zich dat we religie niet langer buiten het debat kunnen houden.

Of we hier van doen hebben met een zekere terugkeer tot de religie, een vorm van desecularisatie, of dat we de secularisatie in zekere zin voorbij zijn en daarbij in een nieuwe postseculiere werkelijkheid zijn terechtgekomen is het onderwerp van deze scriptie. Ik zal mij met name richten op twee vragen. In de eerste plaats zal ik mij bezighouden met de vraag in hoeverre de klassieke secularisatieopvattingen aanpassing behoeven en of we inderdaad kunnen spreken van een postseculiere samenleving. De sociologische inzichten van José Casanova en Marcel Gauchet zullen hierbij leidend zijn. Vervolgens zal ik mij bezig houden met de (hoofd)vraag onder welke voorwaarden religie een rol kan/mag spelen in het publieke debat. Hierbij zal ik mij uiteraard baseren op de opvattingen van de atheïst Habermas, die een aantal voorwaarden noemt waaraan religieuze groeperingen moeten voldoen om deel te nemen aan het publieke debat. Daartegenover stel ik de opvatting van de gelovige katholiek Gianni Vattimo, die stelt dat de religieuze (christelijke) boodschap niet zozeer draait om rationaliteit en waarheid , maar vooral draait om ‘charity. Hoe meer we, volgens hem, seculariseren des te meer zal deze boodschap in het publieke debat doorklinken. Tot slot zal ik in mijn conclusie beide filosofen aan een kritische vergelijking onderwerpen en mijn eigen standpunt formuleren.
Laatst gewijzigd:01 november 2013 11:52