Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Riemersma, A.M.

Auteur: Anna Riemersma

Afstudeerjaar: 2012
Vakgroep: Ethiek
Titel:

Zorgplicht voor de verre ander. Een filosofisch onderzoek naar de (on)mogelijkheid om slachtoffers van humanitaire rampen te helpen vanuit een zorgethisch perspectief.


Samenvatting:

Volgens Natalie Brender (2001) betekent het geven van een financiële bijdrage aan hulporganisaties die hulp bieden bij humanitaire rampen niet direct dat je een goede daad hebt gedaan. Veel hulporganisaties gebruiken dramatische beelden van slachtoffers op zo’n manier dat mensen gehoor willen geven aan de oproep om geld te storten. Hoewel de respons van deze mensen komt vanuit de overtuiging dat zij hier goed aan doen, kan dit volgens Brender niet direct onder de noemer zorg geplaatst worden. Geld geven naar aanleiding van hartverscheurende beelden zou niet alleen contraproductief kunnen zijn, maar zelfs moreel onwaardig. Pas als de donor zich verdiept in de oorzaken van de ramp en in de effecten van de hulp mag geld geven ‘zorg’ genoemd worden.

Peter Singer (2009) is juist van mening dat hulporganisaties gebruik mogen maken van dit soort beeldvorming om op het gemoed van de potentiële donor te werken, zodat deze donor met zijn financiële gift aan zijn hulpplicht heeft voldaan. Voor Singer geldt dat ieder die in staat is om andere mensen in nood te helpen daartoe verplicht is. Geografische afstand mag geen belemmering zijn, omdat dankzij de hedendaagse techniek de rampen aan de andere kant van de wereld geen ver-van-mijn-bed-show meer zijn. Het probleem is echter dat geven als gevolg van emotionele beeldvorming, dus zonder zich in de werkelijke situatie te verdiepen, geen morele betrokkenheid lijkt te tonen en dus geen juiste zorg is.

Nel Noddings (1996) stelt daarentegen dat we helemaal geen financiële bijdrage hoeven te geven, omdat we niet voor de verre ander kunnen zorgen. Noddings vat zorg op als een relatie tussen twee mensen waarbij de focus ligt op de situatie van de zorgvrager. Dat betekent dat de zorggever zich moet inleven in de situatie van de zorgvrager, zodat er zorg op maat geboden kan worden. Hierbij wordt van een directe zorgrelatie uitgegaan tussen mensen die elkaar kennen en die direct contact met elkaar hebben. Op eerste gezicht lijkt dit niet mogelijk in het geval van de donor en het slachtoffer van humanitaire rampen.

Dit leidt tot een dilemma tussen Singers hulpplicht en Noddings’ onmogelijkheid tot zorg voor de verre ander. Dat betekent dat de keuze voor Singers hulpplicht niet direct morele betrokkenheid toont, terwijl de keuze voor de zorgethiek, juist omdat dit morele betrokkenheid vooropstelt, op het eerste gezicht de zorg voor de verre ander verhindert.

Is er een uitweg uit dit dilemma die het toch mogelijk maakt om via een financiële bijdrage hulp te bieden aan de verre ander die niet alleen morele betrokkenheid toont, maar ook onder de noemer zorg geplaatst mag worden? Kunnen we daarnaast ook spreken van een zorgplicht voor de verre ander als de zorgethiek zich op het eerste gezicht lijkt te richten op de eigen omgeving? Deze vragen worden vanuit de zorgethiek en dan met name met het werk van Daniel Engster (2007) benaderd. In deze scriptie zal ik enkele aspecten van de zorgethiek analyseren, zoals de zorgpraktijk, de zorgrelatie, en zorg als waarde, en proberen deze toe te passen op de zorg(plicht) voor de verre ander.
Laatst gewijzigd:01 november 2013 11:52