Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Giesen, R.

Auteur: Ruth Giesen

Afstudeerjaar: 2012
Vakgroep: Theoretische Filosofie
Titel:
De minister is knettergek: Over de argumentatieve redelijkheid van Wilders’ woordkeuze in het parlementair debat

Samenvatting:

PVV-leider Geert Wilders zorgt met zijn felle uitspraken regelmatig voor opschudding in de Tweede Kamer. Vooral zijn woordkeuze, die vaak als beledigend wordt beoordeeld, loopt daarbij in het oog. In deze scriptie onderzoek ik van twee voorbeelden waarin de woordkeuze van Wilders tot ophef leidde of ze argumentatief redelijk  zijn.

Ik onderzoek de argumentatieve redelijkheid van de voorbeelden door ze te analyseren aan de hand van twee argumentatietheorieën, namelijk de pragma-dialectische theorie van Van Eemeren en Grootendorst en de retorische theorie van Tindale. De uitkomsten van deze analyses vergelijk ik met een ‘intuïtieve interpretatie’ van de redelijkheid van Wilders’ woordkeuze, waarin ik een aantal effecten van die woordkeuze benoem die in het algemeen als onredelijk worden opgevat. Deze vergelijking gebruik ik ten eerste om het succes van de redelijkheidsnormen die door de theorieën worden geformuleerd te beoordelen. Daarnaast gebruik ik deze vergelijking om tot een beeld te komen van ‘de’ argumentatieve redelijkheid van Wilders’ woordkeuze.

De theorieën verklaren verschillende elementen van de uitspraken in de voorbeelden als argumentatief onredelijk. De pragma-dialectische analyse verklaart op welke wijze het ‘voor de bühne spreken’ waarvan Wilders vaak beschuldigd wordt argumentatief onredelijk is. De retorische analyse daarentegen verklaart dat Wilders, door in te spelen op onderbuikgevoelens, een ad populum-drogreden begaat. Een opvallende uitkomst is dat geen van de theorieën het beledigende karakter van de uitspraken op zich als argumentatief onredelijk aanmerkt.
Laatst gewijzigd:01 november 2013 11:52