Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Niemeijer, B.

Vakgroep Geschiedenis van de Filosofie

Hume en morele oordelen: de ‘fout’ in Hume.

Een vergissingtheoretische lezing.

De vraag in mijn paper is of Hume een cognitivist of een non-cognitivist is. De meeste filosofen lezen Hume als een non-cognitivist, maar ik laat zien dat relevante argumenten voor deze lezing problematisch zijn. Tijdens het vellen van een moreel oordeel nemen we volgens Hume een zo objectief mogelijk standpunt in. Morele oordelen zijn dus meer dan alleen sentimenten. Bovendien is de premisse in Hume's kleurenanalogie (morele eigenschappen zijn net als secundaire eigenschappen), dat rood niet in de wereld bestaat, niet correct. Het is te simpel om te zeggen dat 'roodheid' alleen in de menselijke geest bestaat, zodat 'dit is rood' op geen enkele manier over de wereld gaat. 'x is rood' gaat volgens Hume wel over de wereld, maar representeert die alleen niet correct. Verder schrijven we volgens Hume wel degelijk een eigenschap aan x toe als we zeggen dat x rood is. Die toeschrijving mag dan incorrect zijn, maar dat betekent hooguit dat 'x is rood' onwaar is, niet dat 'x is rood' niet representeert en dus geen waarheidswaarde heeft. Ik verdedig dus een vergissingtheoretische lezing van Hume. De buitenissigheid van deze lezing is geen bezwaar, omdat we volgens Hume constitutioneel geneigd zijn tot projectiedenken. Bovendien is Hume een morele conservatist. Dit stelt hem, ondanks zijn vergissingtheoretische positie, in staat om normatieve uitspraken te doen. Die uitspraken zijn projecties en dus cognitief, maar omdat dit volgens Hume emotionele projecties zijn, blijven die zelfs als cognitieve 'fout' gewoon motiveren. Hume omzeilt daarmee het traditionele probleem van morele motivatie van een moderne vergissingtheorie.  

Laatst gewijzigd:26 juni 2017 13:58