Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Koning, L.

Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie

De grens tussen gek en normaal. Een onderzoek naar de verwetenschappelijking van het discours.

In de forensische psychiatrie zijn de uitsluitingen op basis van gekte en delict onlosmakelijk met elkaar verbonden. Michel Foucault heeft over beide uitsluitingen een boek geschreven, namelijk Geschiedenis van de waanzin (1961) en Discipline, toezicht en straf: de geboorte van de gevangenis (1975). Had Foucault vanuit de forensische psychiatrie gedacht, dan had hij misschien wel één boek kunnen schrijven. De analytisch-historische visie van Foucault speelt een belangrijke rol in deze scriptie, waarin ik onderzoek hoe de grens tussen gek en normaal wordt geconstitueerd en wat de invloed is van de wetenschap op dit constitutieproces. Vervolgens onderzoek ik wat de alternatieven zijn wanneer de wetenschap als actor in dit proces een andere plaats inneemt.

In deze scriptie heb ik een aantal actoren geïdentificeerd die mede de grens tussen gek en normaal constitueren. Ik bespreek onder andere de forensische psychiatrie, de farmaceutische industrie, zorgverzekeraars en als belangrijkste actor de wetenschap. De laatste jaren is er steeds meer inhoudelijke kritiek op de wetenschappelijke methode. Daarnaast is er ook kritiek op hoe deze methode wordt gebruikt. Door medicalisering wordt de grens tussen gek en normaal steeds meer een grens tussen ziek en gezond. Er is sprake van een verwetenschappelijking van deze grens, waardoor het gevaar dreigt dat savoir, waaronder kennis en vaardigheden van de psychiater wordt verstaan, gereduceerd wordt tot louter wetenschappelijke kennis. De belangrijkste methode hiervoor is de DSM, het handboek van de psychiater. Door de invloed van verschillende actoren op de wetenschap zal de wetenschap een steeds grotere rol krijgen in de constitutie van de grens tussen gek en normaal. Hierdoor zullen er steeds meer categorieën aan de DSM worden toegevoegd en zal de interpretatieruimte voor de behandelaar steeds kleiner worden. Met deze manier van classificeren gaat de context, de complexe situatie van de patiënt, verloren. Bovendien dreigt het gevaar dat iedereen op den duur gaan voldoen aan een classificatie in de DSM, omdat er steeds meer onderzoek gedaan zal worden naar het schemergebied tussen gek en normaal.

Uit de kritieken op de huidige wetenschappelijke methoden komen verschillende alternatieven naar voren. Het eerste alternatief is een nieuwe wetenschappelijke methode met een nieuw classificatiemodel. Dit kan het wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaken van psychische stoornissen vooruit helpen. Met deze verandering zou er sprake zijn van een paradigmaverandering. Het tweede alternatief reduceert de rol van de wetenschap in het netwerk en stelt het weten en kennen (savoir) als handelingspraktijk van de psychiater centraal. De rol van de wetenschap in het discours wordt dan kleiner, de rol van de clinicus en de rol van de patiënt wordt groter. Niet iedere afwijking hoeft geclassificeerd te worden als ziekte. Hierdoor zou er een verandering van epistème kunnen plaatvinden. De grens tussen gek en normaal is niet meer alleen een onderwerp van de wetenschap, maar is van belang voor de hele samenleving.

Laatst gewijzigd:20 november 2014 11:51