Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Tjeerdema, H.

Auteur: Hilde Tjeerdema
Afstudeerjaar: 2010
Vakgroep: Praktische Filosofie
Titel: Measuring HRQOL with the SF-36. A historical and philosophical analysis of an emerging practice
Samenvatting:

In de medische wetenschap van de afgelopen vijftig jaar heeft het meten van gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven (Health-related Quality of Life, HRQOL) een hoge vlucht genomen. Eén specifiek meetinstrument, de zogenaamde SF-36, neemt een bijzondere plaats in. In vele opzichten is de SF-36 hét standaardinstrument voor het meten van HRQOL geworden. Tegelijkertijd zijn de meningen verdeeld over de aard en de betekenis van het concept HRQOL. Toch is het een onmisbaar onderdeel geworden van ons wetenschappelijk ‘gereedschap’ waarmee we betekenis verlenen aan, en onszelf begrijpen in tijden van ziekte en gezondheid.
In de traditie van de Canadese filosoof Ian Hacking omvat mijn scriptie een historische en filosofische analyse van de proliferatie van deze wetenschappelijke praktijk. Zo bevat het een historische reconstructie waarmee ik zichtbaar probeer te maken wat er allemaal moest gebeuren om de SF-36 tot een geschikte kandidaat te maken voor het meten van HRQOL. Het maken van een vragenlijst vraagt soms om praktische keuzes en een zekere mate van opportunisme. Mijn historische reconstructie onthult het tragische lot van ‘sociale gezondheid’ dat als onderdeel van het meetinstrument niet kon voortbestaan. De proliferatie van de SF-36 als hét instrument voor het meten van HRQOL vereiste ook een zekere inmenging in, of manipulatie van de discussie over de begripsafbakening van het concept HRQOL. Op deze manier was de SF-36 van succes verzekerd.
De gewiekstheid van de hele operatie ligt hierin dat het zich normaal gesproken grotendeels aan het zicht onttrekt. Het is niet terug te vinden in historische literatuur over dit onderwerp. Aan de hand van de historische reconstructie van deze wetenschappelijke praktijk stel ik mezelf ook twee filosofische vragen: Kunnen we stellen dat de ontwikkeling van het meetinstrument en de ontwikkeling van datgene wat het bedoeld is te meten, namelijk HRQOL, niet los van elkaar te zien is? En als dat zo is, wat zijn de consequenties hiervan, bijvoorbeeld in het licht van de vraag over de validiteit van het meetinstrument?
Sommige beslissingen tijdens de ontwikkeling van het meetinstrument hebben de proliferatie van deze wetenschappelijke praktijk in o.a. de klinische setting of de politieke besluitvorming enorm bevorderd. En andersom, het praktische gebruik van het meetinstrument speelde een essentiële rol bij het vergaren van kennis over HRQOL. In het licht van de meer praktische overwegingen van bijvoorbeeld beleidsmakers die in het kader van besluitvormingsprocessen dagelijks met deze praktijk te maken hebben, vraag ik mijzelf tot slot nog af wat voor hen de consequenties zijn van mijn werk. Dit is uiteindelijk gedeeltelijk afhankelijk van het filosofische vocabulaire dat we bereid zijn aan te nemen.
Laatst gewijzigd:30 mei 2016 12:17