Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Palland, A.

Scriptie master wijsbegeerte van een bepaald wetenschapsgebied: Asje Palland

Vakgroep: Geschiedenis van de filosofie

Titel: Op zoek naar geldigheid, Edmund Husserl en het subject van geldigheid

 

Samenvatting:

Husserl is zijn leven lang op zoek geweest naar kennis die ook bij nadere bestudering zekere kennis genoemd kon worden. Om die kennis te vinden zocht hij naar een vast fundament om de geldigheid van uitspraken in wetenschap en ethiek te kunnen beoordelen. In zijn zoektocht blijkt het denken van Husserl zelf voortdurend in beweging. Des te opvallender is de beslistheid waarmee hij reageert op het verwijt van subjectivisme. Zo geeft hij in Cartesianische Meditationen op de vraag hoe evidentie meer kan zijn dan een bepaalde toestand in het bewustzijn, de reactie dat deze vraag onzin is. Deze beslistheid krijgt nog meer reliëf als we letten op de receptie van Husserls fenomenologie. In deze scriptie richt ik me op de vraag welke argumenten Husserl in Cartesianische Meditationen levert om zijn zekerheid over de kritiek met betrekking tot zijn vermeend subjectivisme op te baseren. Meerdere van zijn leerlingen hebben deze kritiek geuit. In het tweede hoofdstuk verken ik de kritiek zoals die gegeven is door drie mensen die nauw betrokken zijn geweest bij het werk van Husserl : Martin Heidegger, Emmanuel Levinas en Jan Patocka. In het derde hoofdstuk geef ik weer, hoe Husserl in Cartesianische Meditationen door zijn consequent subjectivisme aan een subjectivistische fundering van kennis probeert te ontkomen. In mijn zoektocht naar andere dan de gebruikelijke interpretaties in recente commentaren, kwam ik terecht bij Dan Zahavi. Diens proefschrift bleek van groot belang voor mijn onderzoek. In het vierde hoofdstuk laat ik zien wat hij schrijft over transcendentale intersubjectiviteit, hoe vruchtbaar dat is geweest voor mijn onderzoek en hoe ik in de uitleg van Cartesianische Meditationen toch ook mijn eigen weg ben gegaan. In het slothoofdstuk laat ik middels een beknopte kritiek op het commentaar op de Cartesianische Meditationen dat A.D. Smith in 2003 publiceerde, zien hoe hardnekkig en in dit geval slecht gefundeerd de opvatting is dat Husserl de geldigheid van beweringen beperkte tot de geldigheid van ideeën in het eigen bewustzijn. In het concluderende zesde hoofdstuk betoog ik op basis van mijn onderzoek dat Husserl met goede argumenten kon zeggen dat het onzin is om van zijn zoektocht naar geldigheid te beweren dat het niet meer heeft opgeleverd dan een subjectieve constructie.
Laatst gewijzigd:01 november 2013 14:20