Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Adriaenssen, H.T.

Auteur: Han Thomas Adriaenssen

Afstudeerjaar: 2008 (Research master)

Vakgroep: Geschiedenis van de Filosofie

Titel:

Intellectual Representations in Thomas Aquinas. Intelligible Species and Mental Words

Samenvatting:

Was de middeleeuwse filosofie typisch middeleeuws? In veel opzichten wel, maar dat neemt niet weg dat veel scholastische denkers thema’s bediscussieerden die we niet gewend zijn met de scholastiek te associëren. Een van die thema’s is ‘representationalisme’: de doctrine dat (a) het direct object van menselijke cognitie geen objecten in de buitenwereld zijn, maar intellectuele representaties van die objecten en dat (b) gesproken en geschreven woorden primair zulke representaties betekenen.

Hoewel deze theorie in eerste instantie met filosofen als John Locke geassocieerd wordt, blijken Middeleeuwse denkers zoals Petrus Johannus Olivi (1248-1298) en Thomas van Aquino (1225-1274) ook al uitgebreid over representationalistische theorieën van cognitie en betekenis (significatio) te hebben geschreven. Dat roept de vraag op in hoeverre deze Middeleeuwse theorieën vergelijkbaar zijn met het Vroeg- Moderne representationalisme. Om die vraag te beantwoorden, moet eerst een aantal onduidelijkheden over Middeleeuwse theorieën van cognitie en betekenis opgehelderd worden. Dat heb ik willen doen in deze scriptie door me te concentreren op het werk van Thomas van Aquino.

Volgens Thomas wordt de buitenwereld op twee manieren aan het intellect gerepresenteerd: door een ‘intelligibel species’ (species intelligibilis) en een ‘mentaal woord’ (verbum mentis). Daarover heb ik de volgende vragen gesteld: (1) fungeren species en verba als ‘sluiers van representaties’ die een adequate epistemische toegang tot de buitenwereld verhinderen? (2) welke rol speelden deze representaties in Thomas’ betekenistheorie?

Ik heb aangetoond dat (1) ontkennend beantwoord moet worden. Hoewel de positie van met name mentale woorden aanvankelijk problematisch leek te zijn, bleek de vrees voor een ‘sluier van mentale woorden’ ook ongegrond. Het antwoord op (2) bleek te zijn gerelateerd aan de functie die representaties in Thomas’ cognitietheorie hadden: volgens Thomas weerspiegelt taal de manier waarop we de wereld conceptualiseren. Omdat we de wereld met behulp van verba mentis conceptualiseren, zouden woorden primair zulke mentale woorden, en secundair extramentale objecten moeten betekenen volgens Thomas.

Laatst gewijzigd:01 november 2013 14:50