Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Wieringa, G.

Auteur: Gonda Wieringa
Afstudeerjaar: 2007
Vakgroep: Theoretische Filosofie

Scriptie:
Beoordeling van evaluatief taalgebruik in argumentatie .

Samenvatting:

Evaluatief taalgebruik is alom aanwezig in discussies en debatten, waarbij discussianten dit als techniek kunnen gebruiken met als doel de discussie te winnen dan wel het publiek te overtuigen van de juistheid van hun standpunt. Maar hoe verhoudt zich het gebruik van evaluatieve termen met normen die gelden voor argumentatie? Wanneer spreken we eigenlijk van een evaluatieve term of uitdrukking? En als er sprake is van evaluatief taalgebruik, in hoeverre is dat dan, vanuit argumentatietheoretisch perspectief, geoorloofd? Dit zijn vragen die in deze scriptie aan de orde zullen komen.
            In het pragma-dialectisch discussiemodel van Van Eemeren e.a. zou het gebruik van evaluatieve termen beschouwd kunnen worden als een vorm van strategisch manoeuvreren. Strategisch manoeuvreren wordt in dit model gedefinieerd als het tegelijkertijd nastreven van het ‘eigen’ doel van de discussiant: de ander te overtuigen, ofwel de discussie te winnen, als ook het nastreven van het gemeenschappelijke discussiedoel. Strategisch manoeuvreren is in dit model tot op zekere hoogte geoorloofd, dat wil zeggen, zolang het er niet toe leidt dat het gezamenlijke discussiedoel wordt geblokkeerd. 
Het gebruik van evaluatieve termen kan ook vanuit andere opvattingen of modellen worden onderzocht, waarbij de vraag telkens is: biedt deze opvatting of dit model een goede basis voor beoordeling van evaluatief taalgebruik? Vanuit de veronderstelling dat een retorisch georiënteerde argumentatietheorie mogelijk inzichten biedt die bruikbaar zijn voor de beoordeling van bepaalde retorische technieken, zal ik in deze scriptie, naast twee dialectische modellen, ook een retorisch model onderzoeken. In deze scriptie staat de beoordeling van evaluatief taalgebruik centraal, vanuit het perspectief van een retorisch model, dat van Tindale, en twee dialectische modellen, dat van Van Eemeren en Houtlosser enerzijds (het pragma- dialectische model) en dat van Walton en Krabbe anderzijds (het model beschreven in Commitment in Dialogue, 1995). Er zal telkens worden onderzocht wat in de verschillende modellen de normen zijn voor argumentatie, wat de criteria zijn waaraan argumentatie moet voldoen en wat dit betekent voor de beoordeling van evaluatief taalgebruik.

 

Laatst gewijzigd:01 november 2013 14:53